wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Woordenlijst mavo 4

Total questions: 68

Worksheet time: 37mins

Name
Class
Date
1.

Obviously

a)

Duidelijk

b)

Kennelijk

c)

Blijkbaar

d)

Dus

2.

Therefor

a)

Daarom

b)

Dus

c)

Maar

d)

Tenzij

3.

So

a)

Dus

b)

En

c)

Echter

d)

Gids

4.

In short

a)

In plaats van

b)

Kortom

c)

Want

d)

En daarbij

5.

In conclusion

a)

Concluderend

b)

En

c)

Evenals

d)

Onthullen

6.

Although

a)

Alhoewel

b)

Ondanks

c)

Omdat

d)

Om die reden

7.

But

a)

En

b)

Want

c)

Maar

d)

Daarom

8.

Even though

a)

Tenminste

b)

Bovendien

c)

Ook als

d)

Zelfs als

9.

However

a)

Leiden naar

b)

Geniaal

c)

Volgens

d)

Echter

10.

Contrary to/in contrast to

a)

In tegenstelling tot

b)

Bijvoorbeeld

c)

Eigenlijk

d)

Want

11.

Instead (of)

a)

In plaats van

b)

Daardoor

c)

Evenals

d)

Volgens

12.

And

a)

En

b)

Dus

c)

Daarom

d)

Want

13.

Besides

a)

En daarbij

b)

Vergelijkbaar

c)

Bovendien

d)

Omdat

14.

In addition

a)

En daarbij

b)

Maar

c)

Dus

d)

Kortom

15.

Just as

a)

Evenals

b)

Net als

c)

Daardoor

d)

In plaats van

16.

Moreover

a)

Echter

b)

Als

c)

Volgens

d)

Bovendien

17.

Similary

a)

Oprichten

b)

Net als

c)

Vergelijkbaar

d)

Liever

18.

As a result

a)

Als gevolg daarvan

b)

Gids

c)

Daardoor

d)

Onthullen

19.

Because

a)

Omdat

b)

Want

c)

Echter

d)

Daarom

20.

Consequently

a)

Als gevolg daarvan

b)

Indien

c)

Eigenlijk

d)

Bijvoorbeeld

21.

For

a)

Want

b)

Dus

c)

En

d)

Of

22.

For that reason

a)

Reden

b)

Om die reden

c)

Tenzij

d)

Gedurende

23.

Al least

a)

Tenminste

b)

Ondanks

c)

Kennelijk

d)

Vergelijkbaar

24.

Though

a)

Echter

b)

Nog

c)

Naast

d)

Leiden

25.

If

a)

Als

b)

Indien

c)

Maar

d)

Dus

26.

Unless

a)

Vele

b)

Wazig

c)

Tenzij

d)

Straf

27.

According to

a)

Volgens

b)

Doel

c)

Beoordelen

d)

Dient

28.

For example

a)

Reiken

b)

Bijvoorbeeld

c)

Uitzetting

d)

Onderzoek

29.

As a matter of fact

a)

Eigenlijk

b)

Activeren

c)

Vereisten

d)

Graaien

30.

Ingenious

a)

Geniaal

b)

Listig

c)

Dumpen

d)

Gericht

31.

Guide

a)

Lijden

b)

Gids

c)

Schuld

d)

Samenwerken

32.

Lead to

a)

Voordelen

b)

Bezetten

c)

Last

d)

Leiden naar

33.

A certian (wat)

a)

Een bepaalde (weg)

b)

Onthullen

c)

Klaagde

d)

Vele

34.

Depend on

a)

Echter

b)

Afhankelijk van

c)

Oprichten

d)

Wanhopig

35.

To activate

a)

Activeren

b)

Draadloos

c)

Aansluiten

d)

Registeren

36.

To reveal

a)

Graaien

b)

Veranderen

c)

Reiken

d)

Onthullen

37.

Charity

a)

Schuld

b)

Goede doel

c)

Sparen

d)

Geld

38.

Set up

a)

Beoordelen

b)

Ondersteunen

c)

Oprichten

d)

Kenmerken

39.

Resident

a)

Bewoner

b)

Buurt

c)

Reizigers

d)

Onbekend

40.

During

a)

Tijdens

b)

Gedurende

41.

Wounded-Gewond

a)

True

b)

False

42.

Desperate

a)

Nieuwsgierigheid

b)

Toeschouwers

c)

Wanhopig

d)

Door

43.

Sanctuary

a)

Regering

b)

Toevluchtsoord

c)

Kennis

d)

Vele

44.

Retirement

a)

Reward

b)

Goede doel

c)

Pension

d)

Lijden

45.

Disabled

a)

Gehandicapt

b)

Oud

c)

Testament

d)

Would

46.

Collaborate

a)

Alleen

b)

Gericht

c)

Samenwerken

d)

Hekjes

47.

Are committed

a)

Echter

b)

Kennis

c)

Zijn toegewijd

48.

Knowledge

a)

Kennis

b)

Tijdelijk

c)

Docent

d)

Leren

49.

Suffering

a)

Klein

b)

Gericht

c)

Lijden

d)

Artikel

50.

Reaserch

a)

Onderzoek

b)

Uitvinden

51.

Consider

a)

Problemen

b)

Tegengekomen

c)

Overwegen

d)

Listig

52.

Will

a)

Testament

b)

Deposite

c)

Goede doel

d)

Tenzij

53.

Entrepreneur

a)

Bewoner

b)

Gericht

c)

Ondernemer

d)

Afhankelijk van

54.

Previous

a)

Vorige

b)

Voorgaand

55.

Aimed

a)

Gevolgen

b)

Gericht

c)

Tenzij

d)

Echter

56.

Vehicles

a)

Voertuigen

b)

Kenmerken

c)

Schuld

d)

Draadloos

57.

Adapted from

a)

Aangepast van

b)

Kortom

c)

Gevolgen

d)

Volgende

58.

Article

a)

Advertentie

b)

Artikel

c)

Brief

d)

Doel

59.

Multiple

a)

Paar

b)

Enkele

c)

Meerdere

d)

Veel

60.

Come cross

a)

Testament

b)

Tegen komen

c)

Bewoner

d)

Vorige

61.

To ditch

a)

Raaken

b)

Paken

c)

Dumpen

d)

Vliegen

62.

Fences

a)

Dient

b)

Schuur

c)

Bouwen

d)

Hekjes

63.

Tiny

a)

Groot

b)

Klein

c)

Middelgroot

d)

Last

64.

Debt

a)

Schuld

b)

Ondernemer

c)

Goede doel

d)

Reward

65.

Feautures

a)

Innerlijk

b)

Uiterlijk

c)

Kenmerken

d)

Zien

66.

Purpose-doel

a)

True

b)

False

67.

Wireless-draadloos

a)

True

b)

False

68.

An alternatieve

a)

Registreren

b)

Beoordelen

c)

Een alternatief

d)

Zelfverzekerd