wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

ma toets pluriforme samenleving mavo bersan senturk

Total questions: 10

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

Tijdens de jaren 1960-1980 kwam de tweede feministische golf, is dat een voorbeeld van:

a)

tegencultuur

b)

subcultuur

c)

dominante cultuur

d)

multiculturele cultuur

2.

Abdoul solliciteerde zich 2 weken geleden voor een baan. Marijke had zich een maand eerder gesolliciteerd, maar Abdoul kreeg de baan toch eerder dan Marijke. Hebben we hier te maken met discriminatie?

a)

ja

b)

nee

3.

Normen zijn wat wij als maatschappij normaal vinden en waarden zijn wat jij als individu normaal vindt.


juist/onjuist

a)

juist

b)

onjuist

4.

Stereotypes worden gevormd vanwege niet-actuele beelden op sociale media en onderliggende vooroordelen op bepaalde culturen.


juist/onjuist

a)

juist

b)

onjuist

5.

Leren kun je op vier manieren, welke manieren zijn dat?

a)

1. imitatie, 2. informatie, 3. ervaringen, 4. experimenteren.

b)

1. observeren, 2. waarnemen, 3.meemaken, 4. doen

c)

1, reflecteren, 2. reageren, 3. toepassen, 4. ondernemen

d)

1, imitatie, 2.waarnemen, 3. ervaringen, 4. expirimenteren

6.

Socialisatie is een periodiek proces die zich buiten jouw cultuur plaatsvindt door de normen en waarden van het cultuur waarbij je toebehoort, af te wijzen.


juist/onjuist

a)

juist

b)

onjuist

7.

Tijdens de industriële revolutie hadden volwassenen en kinderen verschillende taken binnen de fabrieken. De taken van de vrouw bijvoorbeeld, verschilde per plek waar ze werkte. Hoe noem je deze manier waarop mensen onderling functioneerden?


a. intergratie

b. waarnemingsproces

c. rolpatroon

d. emigratie

a)

a. intergratie

b)

b. waarnemingsproces

c)

c. rolpatroon

d)

d. emigratie

8.

Nederland had vroeger territoriums die bestuurd werden door de soevereine staat. Hoe noem je deze territoriums die vallen buiten het eigenlijke grondgebied van dat moederland?


a. rijk

b. vazalstaat

c. republiek

d. kolonie

a)

a. rijk

b)

b. vazalstaat

c)

c. republiek

d)

d. kolonie

9.

Na de Tweede Wereldoorlog lag Nederland in een puinhoop en had de Nederlandse staat hulp nodig. Mensen vanuit Turkije, Marokko en voormalige koloniën kwamen naar Nederland om de economie weer op te bouwen en geld te krijgen. Hoe noem je deze mensen?


a. asielzoekers

b. vluchtelingen

c. gastarbeiders

d. seizoensarbeiders

a)

a. asielzoekers

b)

b. vluchtelingen

c)

c. gastarbeiders

d)

d. seizoensarbeiders

10.

Hoe noem je het socialisatieproces van acculturatie waarbij leden van een niet-dominante groep zich mengen met de dominante groep, maar daarnaast contact onderhouden met de andere leden van de eigen groep?


a. segregatie

b. assimilatie

c. immigratie

d. intergratie

a)

a. segregatie

b)

b. assimilatie

c)

c. immigratie

d)

d. intergratie