wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H4

Total questions: 16

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Wat is gedrag?

a)

Gedrag is alles wat een mens of een dier doet

b)

Gedrag is een prikkel

2.

Wat is een prikkel?

a)

een verandering in de omgeving waarop je kan reageren

b)

Prikkel is een ethogram

c)

Een zintuig

3.

Wat is een uitwendige prikkel?

a)

Een prikkel in je lichaam

b)

Een prikkel buiten je lichaam

4.

Waarom is het belangrijk om een ethogram te maken?

a)

Om beter naar het dier te kijken

b)

Om het dier beter te kunnen verzorgen

c)

Om het dier beter te leren kennen

d)

Het is niet belangrijk

5.

Wat is een ethogram?

a)

Een lijst met beschrijvingen van verschillende gedragingen

b)

Een lijst met verschillende dieren

c)

Een staafdiagram

6.

Wat is een inwendige prikkel?

a)

Prikkel buiten het lichaam

b)

Prikkel in het lichaam

7.

Dieren en kinderen doen hun ouders na. Hoe wordt dit gedrag genoemd?

a)

Oefenen

b)

Imiteren

c)

Leren door inzicht

8.

Waarom is het belangrijk bij gedrag om te oefenen?

a)

Omdat je door het herhalen van stappen beter kan leren

b)

Zo leer je beter en het is alleen belangrijk bij mensen en niet bij dieren

9.

Wat is leren door inzicht?

a)

Leren van anderen

b)

Leren door te oefenen

c)

Leren door na te denken

10.

Wat moet je als eerst doen om een ethogram te maken?

a)

Gedragingen opschrijven

b)

Staafdiagram maken

c)

Waarnemen, oftewel kijken

d)

Handelingen turven

11.

Van welke dieren kan je een ethogram maken?

a)

Van alle dieren

b)

Alleen kleine dieren

c)

Alleen grote dieren

12.

Wanneer ontstaat gedrag?

a)

Doordat mensen reageren op allerlei prikkels

b)

Doordat mensen alleen reageren op een inwendige prikkel

c)

Doordat mensen alleen reageren op een uitwendige prikkel

13.

Wat is juist? Kruis aan.

a)

Het spergedrag is aangeboren

b)

De prikkel voor het spergedrag is het trillen van het nest

c)

Spergedrag is niet aangeboren

14.

Gaat het om een inwendige of een uitwendige prikkel? Kruis aan. Je zit in de klas te werken en de bel gaat

a)

Inwendige prikkel

b)

Uitwendige prikkel

15.

Kruis de juiste zin over lichaamstaal aan.

a)

Lichaamstaal komt alleen voor bij mensen

b)

Lichaamstaal komt alleen voor bij dieren

c)

Lichaamstaal komt zowel bij mensen als bij dieren voor

16.

Wat is een voorbeeld van een reflex? Kruis aan.

a)

Je steekt je hand uit als je met de fiets rechtsaf gaat

b)

Je steekt je hand uit als je valt

c)

Je steekt je hand uit om iemand te begroeten

d)

Je steekt je hand uit om iets aan te pakken