wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

MAAT quiz kabinet en prinsjesdag

Total questions: 15

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

De formatie van het kabinet begint (a)   na de tweede kamerverkiezingen.

2.

wat is een coalitie?

a)

verschillende partijen die samenwerken op bestuurlijk niveau

b)

verschillende partijen die tegen elkaar werken

c)

verschillende partijen die samen tegen het kabinet werken

d)

een botsing tussen 2 vrachtwagens

3.

De afspraken over de vorming van het kabinet staan in het (a)  

4.

Vormt de kabinet van ministers en staatssecretarissen.

a)

informateur

b)

formateur

c)

De minister-president

d)

Geert Wilders

5.

Waarom is het kabinet verzekerd van steun van de 2e kamer?

a)

Omdat zij veel invloed hebben.

b)

Omdat ze zijn omgekocht.

c)

Omdat zo de sneller beslissingen kunnen worden genomen.

d)

Omdat de coalitiefracties instemmen met het regeringsprogramma.

6.

Op (a)   wordt de troonrede voorgelezen door de koning.

7.

De minister van financiën biedt de Miljoenennota aan...

a)

De 1ste kamer

b)

De belastingdienst

c)

De koning

d)

De 2de kamer

8.

In de Miljoenennota staat/staan:

a)

hoeveel geld er beschikbaar is.

b)

hoeveel geld er werd uitgegeven.

c)

concrete plannen

d)

Koninklijke zaken

9.

De bijstelling vindt zich plaats op de 3de (a)   van Mei

10.

Wie debatteren tijdens de algemene beschouwingen?

a)

De studenten met de ministers

b)

De waterschappen

c)

De 1ste kamer

d)

De 2de kamer

11.

De kabinet bestaat uit ministers en (a)  

12.

Waar vindt de bijstelling zich plaats.

a)

In de miljoenennota

b)

In de troonrede

c)

In de Voorjaarsnota

d)

In de schoolboeken

13.

De miljoenennota is gebaseerd op de volgende veronderstellingen:

a)

de te verwachte inkomst van de ministers

b)

de te verwachte economische groei

c)

de ontwikkeling van de werkgelegenheid.

d)

de ontwikkeling van de handel met het buitenland

14.

De verdeling van ministerposten is afhankelijk van:

a)

aantal zetels per partij

b)

voorkeuren voor een bepaald ministerie

c)

de zwaarte van de minister rol

d)

het weer tijdens de verdeling

15.

Wat bevat het regeerakkoord?

a)

wat de kabinet de komende jaren wil gaan uitvoeren.

b)

De nieuwe wetten die aan gaan komen.

c)

Het nieuws

d)

Welke imago het kabinet bij het publiek wil bereiken .