wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Taalverzorging H3 H4 1 mavo

Total questions: 30

Worksheet time: 22mins

Name
Class
Date
1.

Is de bewering waar of niet waar?

Het gezegde bestaat altijd uit meerdere werkwoorden.

a)

waar

b)

niet waar

2.

Noteer de persoonsvorm (pv) van de volgende zin:

Je hebt vast gisteren naar de talentenshow op televisie gekeken.

(a)  

3.

Noteer het onderwerp (ow) van de volgende zin:

Je hebt vast gisteren naar de talentenshow op televisie gekeken.

(a)  

4.

Noteer het werkwoordelijk gezegde (wg) van de volgende zin:

Je hebt vast gisteren naar de talentenshow op televisie gekeken.

(a)  

5.

Noteer de persoonsvorm (pv) van de volgende zin:

Weet jij de postcode bij dit adres?

(a)  

6.

Noteer het onderwerp (ow) van de volgende zin:

Weet jij de postcode bij dit adres?

(a)  

7.

Noteer het werkwoordelijk gezegde (wg) van de volgende zin:

Weet jij de postcode bij dit adres?

(a)  

8.

Schrijf van de volgende zin het gezegde op:

Hopelijk laat de douane ons zonder problemen door.

(a)  

9.

Schrijf van de volgende zin het gezegde op:

Door haar ziekte loopt Willemijn een beetje achter bij de rest.

(a)  

10.

Is de bewering juist of onjuist?

In de zin ‘Het openen van een envelop van een onbekende afzender vinden sommigen spannend’ is ‘openen’ het werkwoordelijk gezegde.

a)

juist

b)

onjuist

11.

Leg uit. Waarom is in de onderstaande zin 'openen' geen werkwoordelijk gezegde?

Het openen van een envelop van een onbekende afzender vinden sommigen spannend.

4 lines
12.

Noteer het meervoud van het volgende woord.

meergranenbrood

(a)  

13.

Noteer het meervoud van het volgende woord.

verfklus

(a)  

14.

Noteer het meervoud van het volgende woord.

afvoerbuis

(a)  

15.

Noteer het meervoud van het volgende woord.

pizza

(a)  

16.

Noteer het meervoud van het volgende woord.

milieu

(a)  

17.

Noteer het meervoud van het volgende woord.

wc

(a)  

18.

Noteer de persoonsvorm van de volgende zin in de tegenwoordige tijd.


slurpen

Megiya […] bij het drinken van haar thee.

(a)  

19.

Noteer de persoonsvorm van de volgende zin in de tegenwoordige tijd.


verven

Elke maand […] mijn zus haar haren in een andere kleur.

(a)  

20.

Is de bewering waar of niet waar? Afstanden, gewichten en maten zijn altijd lijdend voorwerp.

waar / niet waar

a)

waar

b)

niet waar

21.

Benoem de onderstreepte zinsdelen.


Natuurlijk wordt de tafeltennistafel op het plein vaak gebruikt.


de tafeltennistafel =

a)

de persoonsvorm (pv)

b)

het onderwerp (ow)

c)

het werkwoordelijk gezegde (wg)

d)

lijdend voorwerp (lv)

22.

Benoem het onderstreepte zinsdeel.


In een Belgische dierentuin kreeg moeder leeuw Lorena een drieling.


een drieling =

a)

de persoonsvorm (pv)

b)

het onderwerp (ow)

c)

het werkwoordelijk gezegde (wg)

d)

lijdend voorwerp (lv)

23.

Kies het juiste verwijswoord.

De deur is dicht. Wil jij [dat/die] even opendoen?

a)

dat

b)

die

24.

Kies het juiste verwijswoord.

[Deze/Dit] kinderfietsje is kapot. Ik breng het naar de fietsenmaker.

a)

deze

b)

dit

25.

Vul de zin met het juiste woord aan.

Als het voltooid deelwoord in het werkwoordelijk gezegde voorkomt, staat er altijd een vorm van hebben, zijn of […].

(a)  

26.

Noteer het voltooid deelwoord van het werkwoord tussen haakjes.

1. Gelukkig is de gezondheid van Quirina langzaam […] (verbeteren).

(a)  

27.

Noteer het voltooid deelwoord van het werkwoord tussen haakjes.

2. Haar moeder heeft ons altijd hartelijk […] (verwelkomen).

(a)  

28.

Noteer het voltooid deelwoord van het werkwoord tussen haakjes.

3. Karin heeft erg […] (twijfelen) over haar deelname aan de avondvierdaagse.

(a)  

29.

Noteer het voltooid deelwoord van het werkwoord tussen haakjes.

4. Heeft Karin haar kamer nu nog niet […] (opruimen)?

(a)  

30.

Is de onderstaande zin juist of onjuist.

Ook dit jaar verzameld Klaas-Jan de dierenplaatjes van de supermarkt.

a)

juist

b)

onjuist