wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

De Grieken - 1HV

Total questions: 12

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Wat is geen kenmerk van een stadstaat?

a)

Een eigen leger.

b)

Een eigen bestuur.

c)

Een koning.

d)

Een eigen munt.

2.

Welk begrip hoort bij de volgende omschrijving:

Gebied waar een groep mensen zich vestigt.

a)

Kolonisatie.

b)

Stadstaat.

c)

Kolonie.

d)

Democratie.

3.

Vul het juiste woord in.

Op de afbeelding zie je de ... . Steden gebruikten deze plek om zich te kunnen verdedigen.

(a)  

4.

Welke bestuursvormen bestaan uit meerdere personen? Er zijn twee antwoorden juist.

a)

Aristocratie.

b)

Democratie.

c)

Monarchie.

d)

Tirannie.

5.

Wat is de juiste omschrijving van de personen die mee mochten doen aan de Atheense democratie?

a)

Vrije, volwassen mannen waarvan tenminste één ouder in Athene was geboren.

b)

Volwassen vrouwen waarvan beide ouders in Athene waren geboren.

c)

Volwassen mannen waarvan beide ouders in Athene waren geboren.

d)

Vrije, volwassen mannen waarvan beide ouders in Athene waren geboren.

6.

De Grieken voelden zich als één volk. Welke 3 redenen kan je opnoemen?

4 lines
7.

Welke omschrijving past het beste bij het begrip wetenschap?

a)

De werkelijkheid willen verklaren door waarneming en het gebruik van het verstand.

b)

De werkelijkheid willen verklaren door onderzoek, waarneming en het gebruik van het verstand.

c)

De werkelijkheid willen verklaren door onderzoek en het gebruik van het verstand.

d)

De werkelijkheid willen verklaren door onderzoek en waarneming.

8.

Welke Griekse god zie je op de afbeelding?

a)

Zeus

b)

Hades

c)

Poseidon

d)

Ares

9.

Welke Griekse godin zie je op de afbeelding?

a)

Afrodite

b)

Pallas Athena

c)

Hera

d)

Demeter

10.

Hoe verliepen de Perzische Oorlogen?

a)

Slecht want de Griekse stadstaten verloren beide keren.

b)

Slecht want Sparta werd in de tweede oorlog door Perzië veroverd.

c)

Goed want de Griekse stadstaten wisten beide keren te winnen

d)

Goed want de Griekse stadstaten veroverden na de tweede oorlog delen van Perzië.

11.

Lees de feiten hieronder.

A Athene voerde een heerszuchtige buitenlandse politiek.

B Stadstaten werden vijanden van Athene.

C Athene kreeg een handelsconflict met Megara.

D De stadstaat Megara kreeg steun van Korinthe.

a)

Feit A is een oorzaak van feit B en feit D is een oorzaak van feit C.

b)

Feit A is een oorzaak van feit B en feit D is een gevolg van feit C.

c)

Feit A is een gevolg van feit B en feit D is een oorzaak van feit C.

d)

Feit A is een gevolg van feit B en feit D is een gevolg van feit C.

12.

Lees de 2 feiten.

1. Athene verloor de oorlog van Sparta.

2. Athene verloor zijn leidende positie in de Griekse wereld.

a)

Feit 1 is een directe oorzaak van feit 2.

b)

Feit 1 is een indirecte oorzaak van feit 2.

c)

Feit 1 is een direct gevolg van feit 2.

d)

Feit 1 is een indirect gevolg van feit 2.