Worksheetsgeluid 2 mavo Strabrechtcollege
Total questions: 19
Worksheet time: 23mins
is het geluid van een grommende hond ...
geluid als een waarschuwing
geluid als hinderlijk
geluid als plezierig
Vul de juiste woorden in:
het deel dat trilt bij een gitaar zijn de ........ (1). Het onderdeel dat het geluid versterkt is de ...... (2).
1 = snaar en 2 = vlies
1 = vlies en 2= klankkast
1= snaar en 2 = klankkast
1= conus en 2 = klankkast
De klankkast van een contrabas die
versterkt het geluid
verhoogt het geluid
verlaagt het geluid
In welke eenheid meet je de geluidssterkte?
Vul het woord hieronder zelf in.
(a)
Welke geluidssterkte heeft een drilboor ongeveer?
ongeveer 40 decibel
ongeveer 80 decibel
ongeveer 100 decibel
ongeveer 300 decibel
wat is het beste materiaal aan de binnenkant van een gehoorbeschermer die er uit ziet als een koptelefoon?
aluminiumfolie
een metalen plaatje
schuimrubber
Vul in: De grootheid is frequentie, de eenheid is ....... (1) en het symbool is... (2)
1 = decibel en 2 = dB
1 is geluidssterkte en 2 = G
1 = Hertz en 2 = Hz
1 = trilling en 2 = tril
Als je meer gaten afsluit wordt de luchtkolom .....
korter
langer
dunner
dikker
Als je minder gaten afsluit wordt de toon (a)
hier moet je zelf het antwoord invullen.
Een mens hoort tussen de 20 Hz en de 20.000 Hz.
Hoe heet dit gebied?
gehoorbereik
Herzgebied
luisterbereik
ondergrens
een dolfijn communiceert met geluid dat wij ..... (1) horen.
Dit systeem heet .... (2)
1 = wel en 2 = echo
1 = wel en 2 = sonar
1 = niet en 2 = echo
1 = niet en 2 = sonar
een blaadje aan de boom ruist met 5 dB.
Kunnen wij dat blaadje horen ruizen?
ja
nee
geluid hoor je, maar als je het opneemt kun je trilling ook zien. Met welk apparaat kunnen wij die trillingen laten zien?
trillingsmeter
computer
oscilloscoop
frequentiemeter
De trillingstijd van een toon is 0,005 s. Bereken de frequentie van deze toon.
1 gegeven: de trillingstijd is...
2 gevraagd: de frequentie van deze toon
3 formule: frequentie = 1/
4 berekenen: frequentie = 1/
5 antwoord: de frequentie is ...... Hz
reken het uit en maak een keuze.
1/ 5 = 0,2 Hz
1/ 0,005 = 200 Hz
0,005 / 1 = 0,005 Hz
Als je de afstand wil bereken, welke gegevens heb je dan nodig?
snelheid en lengte
snelheid en grootte
snelheid en tijd
lengte en tijd
een trommelaar slaat op zijn trommel.
Kruis aan wat door het trommelen in beweging komt.
Er zijn meerdere antwoorden goed.
de klankkast van de trommel
de vloer
de lucht
de haren van de ontvanger
het trommelvlies van de ontvanger
Als je een muziekinstrument met lage tonen moet maken welke keuzes ga je dan maken? Denk aan lengte, dikte en hoe strak gespannen.
Als een boot wil weten hoe diep de zee is waar het vaart, dan stuurt hij een geluidssignaal. Op welke manier kan hij de diepte bepalen van de grond?
de verandering van het volume van de toon
de tijdsduur tussen het sturen en het ontvangen van het geluidssignaal
door de verandering in de frequentie van de toon.
welke toon is hoger , de bovenste trilling of de onderste trilling?
bovenste trilling
onderste trilling
