wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Drukwet van Gay-Lussac

Total questions: 10

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Wat zijn de symbolen voor de grootheden druk, volume en temperatuur in Kelvin?

a)

p en V, T

b)

p en L, t

c)

bar en V, K

d)

Pa en V, K

2.

Welke grootheid blijft constant doorheen de proefopstelling die Lussac heeft opgesteld om zijn drukwet samen te stellen?

a)

Temperatuur in °C

b)

Druk

c)

Volume

d)

Temperatuur in Kelvin

3.

Hoe kunnen we druk verklaren door gebruik te maken van het deeltjesmodel ?

a)

Hoe vaker de deeltjes tegen elkaar botsen, hoe hoger de druk.

b)

Hoe vaker de deeltjes tegen de wand botsen, hoe hoger de druk.

c)

Hoe sneller de deeltjes bewegen hoe hoger de druk ( het volume is veranderlijk).

d)

Hoe vaker de deeltjes tegen de wand botsen , hoe lager de druk.

4.

Welke uitspraak in verband met druk is correct.

a)

Hoe groter de temperatuur, hoe lager de druk.

b)

Hoe groter het volume, hoe groter de druk.

c)

Hoe lager het volume, hoe kleiner de druk.

d)

Geen van bovenstaande.

5.

Als we een grafiek opstellen met enerzijds de druk (bar) en anderzijds de temperatuur (°C), hoe ziet deze curve er dan uit?

a)

Een rechte door de oorsprong.

b)

Een hyperbool

c)

Een parabool

d)

Een rechte vertrekkend vanuit het absolute nulpunt.

6.

Hoeveel bedraagt het absolute nulpunt ?

a)

-273,15 °C

b)

-273,15 K

c)

0°C

d)

-237.15°C

7.

Als we een p(T) grafiek opstellen, hoe ziet onze curve er dan uit?

a)

Een rechte door de oorsprong.

b)

Een rechte startende op -273,15°C

c)

Een hyperbool

d)

Een horizontale rechte

8.

Hoe noemen we een curve waarbij het volume gelijk blijft?

a)

Isobar

b)

Isotherm

c)

Isochoor

d)

Isothemp

9.

Wat is de drukwet van Gay-Lussac (temperatuur in Kelvin)?

a)

p1 . V1 = p2 . V2

b)

(p1 / T1) = (p2 / T2)

c)

(V1 / 1) = (V2 / T2)

d)

m = n . M

10.

Wat is het verband tussen druk en temperatuur bij een constant volume?

a)

Hoe hoger de temperatuur, hoe lager de druk dus ze zijn omgekeerd evenredig.

b)

Hoe hoger de temperatuur, hoe hoger de druk dus ze zijn recht evenredig.

c)

Hoe hoger de temperatuur, hoe lager de druk dus ze zijn recht evenredig.

d)

Geen van bovenstaande.