wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

hfdst 1 en 2 bedrijfseconomie en ondernemerschap

Total questions: 55

Worksheet time: 14hrs 45mins

Name
Class
Date
1.

Tot de constante

kosten van een bakkerij rekenen we...

a)

de huur van het bedrijfspand

b)

de grondstofkosten

c)

de brandstofkosten van de bestelwagen

d)

geen van bovenstaande voorbeelden

2.

is de volgende bewering juist:

De constante kosten van een bedrijf zijn afhankelijk van de productie-omvang.

a)

Juist

b)

Onjuist

3.

Gegevens van een tweedehands autobedrijf:

De gemiddelde verkoopprijs van een auto is € 5.000.

De gemiddelde variabele kosten zijn € 3.000 per auto en veranderen niet als het bedrijf meer of minder produceert.

De totale constante kosten bedragen € 500.000.

Bereken de break-evenafzet.

a)

100 auto's

b)

167 auto's

c)

250 auto's

d)

500 auto's

4.

De marktaandelen (op basis van de AFZET) van de drie grootste aanbieders van computers, die tevens tot de duurste aanbieders gerekend kunnen worden, zijn in een jaar wereldwijd: Compaq = 13,2%; Dell = 9,8% en IBM = 7,9%. Het marktaandeel op basis van de OMZET van IBM is...

a)

groter dan 7,9%.

b)

gelijk aan 7,9%.

c)

kleiner dan 7,9%.

5.

De regering van een land besluit het btw-tarief van bepaalde goederen te verlagen van 21% naar 9%.

Wat wordt de consumentenprijs van een product dat eerst €22,99 kostte?

a)

€ 25,06

b)

€ 20,71

c)

€ 19,00

d)

€ 30,32

6.

Een bedrijf bereikt bij een afzet en productie van 25.000 stuks het break-evenpunt. De totale omzet van het bedrijf is dan € 4.000.000. De gemiddelde variabele kosten bedragen dan € 120. Hoeveel bedragen dan de totale constante kosten van dat bedrijf?

a)

€ 1.600.000

b)

€ 1.200.000

c)

€ 1.000.000

d)

€ 800.000

7.

Wat is de nettowinst van de snackbar over deze periode?

a)

€69.200

b)

€116.300

c)

€73.400

d)

€26.300

8.

Wat is de brutowinst van de snackbar over deze periode?

a)

€69.200

b)

€116.300

c)

€73.400

d)

€26.300

9.

Bakkerij Janssens is gespecialiseerd in vlaaien.

In februari verkopen zij 18.000 vlaaien tegen een gemiddelde prijs van € 12,50. De bakkerij heeft in die maand in totaal € 105.000 aan kosten.


Hoeveel bedraagt de omzet van de bakkerij?

a)

€125.000

b)

€105.000

c)

€330.000

d)

€225.000

10.

Een plaatselijke snackbar heeft in 2019 op de verkoop van patat een omzet gehaald van €153.000. In dat jaar werden er 68.000 porties patat verkocht.


Wat is de gemiddelde verkoopprijs van een portie patat?

a)

€1,50

b)

€2,25

c)

€0,85

d)

€1,85

11.

Op een normale dag komen er 2.000 bezoekers naar diergaarde Blijdorp. Op een zonnige dag komen er 120% bezoekers extra.


Hoeveel bezoekers komen op een zonnige dag?

a)

2400

b)

4400

c)

2000

d)

2120

12.

Een onderneming haalde vorig jaar een omzet van € 248 mln. De winst bedroeg in dat jaar € 65 mln.


Bereken de winst in procenten van de omzet. Afronden op één decimaal.

(a)  

13.

Wat is niet een voorbeeld van een vaste kost voor een bedrijf?

a)

de rentelasten

b)

de huur van het gebouw

c)

de afschrijvingslasten

d)

de kosten van grondstoffen

14.

Een game-winkel bepaalt de verkoopprijs van zijn games door de inkoopprijs met 60% te verhogen.

Bereken de verkoopprijs van een game die is ingekocht voor €19,00

(denk aan het €-teken en aan twee cijfers achter de komma!)

(a)  

15.

Een game-winkel bepaalt de verkoopprijs van zijn games door de inkoopprijs met 60% te verhogen.

Bereken de inkoopprijs van een game die wordt verkocht voor € 44,80

(denk aan het €-teken en aan twee cijfers achter de komma!)

(a)  

16.

Voor een stoelenfabrikant geldt dat de variabele kosten per stoel 20 euro zijn. Verder heeft het bedrijf te maken met een vaste kostenpost van 160.000 euro. De boekhouder van het bedrijf heeft uitgerekend dat de break-even afzet 2.000 stuks is. Wat is de verkoopprijs van een stoel?

a)

€ 10

b)

€ 20

c)

€ 100

d)

€ 200

17.

Jildou koopt bij de MC Donalds een bigmag menu voor € 6,95. Het btw percentage is 9%. Wat is de prijs exclusief btw?

a)

€ 6,38

b)

€ 5,74

c)

€ 7,37

d)

€ 8,41

18.

Voor een bezoek aan de kapper betaalde Jelle in 2018 € 17,95 (incl. 6%) In 2009 is de btw verhoogd naar 9%. Hoeveel betaalt hij nu bij de kapper?

a)

€ 19,57

b)

€ 18,49

c)

€ 18,46

d)

€ 17,46

19.

Livia verkoopt aardbeien voor € 3,50 per bakje. Ze heeft deze ingekocht voor € 2,20 per bakje. Ze verkoopt in een week 103 bakjes. Bereken de brutowinstopslag in procenten van de inkoopprijs.

a)

159,1%

b)

37,1%

c)

62,9%

d)

59,1%

20.

De gemiddelde inkoopprijs van een broek is € 48,- Het brutowinstopslagpercentage is 60% (de brutowinst in procenten van de inkoopprijs).

De winkelier verkoopt 120 broeken per week. De totale kosten zijn € 1.260,- per week. Bereken de nettowinst.

a)

€ 7.956

b)

€ 2.196

c)

€ 3.456

d)

€ 4.500

21.

Juist of onjuist: De inkoopprijs + btw is de consumentenprijs

a)

Juist

b)

Onjuist

22.

De omzet neem zeker toe

a)

Als de prijs stijgt en de afzet daalt

b)

Als de prijs daalt en de afzet stijgt

c)

Als de prijs stijgt en de afzet gelijk blijft

d)

Als de prijs gelijk blijft en de afzet daalt

23.

De frisdrankautomaat in het leerlingenverblijf is aangeschaft voor € 24.000. Over 5 jaar wordt de automaat vervangen.

De jaarlijkse afschrijving is € 4.300


Vraag: bereken de restwaarde in hele euro's (denk aan het €-teken in je antwoord!)

(a)  

24.
Wat verstaan we onder de restwaarde van een productiemiddel?
a)
De waarde van alle resten
b)
De waarde aan het eind van het jaar
c)
De waarde die bij eventuele verkoop over blijft
d)
De waarde aan het eind van de maand
25.
Op een machine met een aanschafprijs van € 40.000,-- werd jaarlijks 20% van de aanschafprijs afgeschreven. Na vier jaar besluit de ondernemer een nieuwe machine te kopen. De inruilprijs blijkt € 5.000,-- te zijn.
Wat is het verschil tussen de boekwaarde en de inruilprijs?
a)
De boekwaarde is €3000 hoger dan de inruilprijs.
b)
De boekwaarde is €3000 lager dan de inruilprijs.
c)
De boekwaarde is €13000 hoger dan de inruilprijs.
26.

Een eenmanszaak

a)

mag geen personeel in dienst hebben.

b)

kan nooit meer dan één winkel hebben.

c)

is hetzelfde als een zzp'er.

d)

heeft maar één eigenaar.

27.

Bij een onderneming zonder rechtspersoonlijkheid

a)

is er geen scheiding tussen eigendom en leiding

b)

moet er bij de oprichting een notariële akte worden opgemaakt.

c)

is de continuïteit van de onderneming gewaarborgd.

d)

is het moeilijk om snel in te spelen op veranderingen in de markt.

28.

Bij een onderneming met rechtspersoonlijkheid

a)

is er geen scheiding tussen eigendom en leiding.

b)

moet er bij de oprichting een notariële akte worden opgemaakt.

c)

is de continuïteit van de onderneming slecht gewaarborgd.

d)

zijn er altijd aandelen uitgegeven.

29.

Bij een vennootschap onder firma

a)

zijn er een of meer firmanten.

b)

zijn de firmanten niet met hun privévermogen aansprakelijk.

c)

wordt de winstverdeling geregeld in de firma-akte.

d)

is er altijd een commanditaire vennoot aanwezig.

30.
Over de winst van een eenmanszaak moet ..... betaald worden
a)
dividendbelasting
b)
Inkomstenbelasting
c)
Vennootschapsbelasting
31.
De BV is een zelfstandig rechtspersoon
a)
Juist
b)
Onjuist
32.

Voorbeelden van ondernemingen met rechtspersoonlijkheid zijn

a)

de besloten vennootschap en de eenmanszaak.

b)

de maatschap en de naamloze vennootschap.

c)

de vof en de eenmanszaak.

d)

de besloten vennootschap en de stichting.

33.

Lees de volgende beweringen en geef het juiste antwoord.

Bewering 1: Bij de bv en nv zijn aandeelhouders hoofdelijk aansprakelijk voor alle schulden van de vennootschap.

Bewering 2: Bij de naamloze vennootschap zijn de aandeelhouders in principe niet bekend bij de vennootschap.

a)

Bewering 1 is waar, bewering 2 is niet waar.

b)

Bewering 1 is niet waar, bewering 2 is waar.

c)

Bewering 1 en 2 zijn allebei waar.

d)

Bewering 1 en 2 zijn allebei niet waar.

34.

Een groot nadeel van een eenmanszaak is dat de eigenaar

a)

veel werk moet verrichten om het bedrijf draaiende te houden.

b)

alle winst aan de fiscus moet afdragen.

c)

niemand heeft om een praatje mee te maken.

d)

zijn huis kan kwijtraken bij faillissement.

35.

Stel: een naamloze vennootschap gaat failliet. Er staat in totaal nog €20.000 aan facturen open bij leveranciers. Op wie kunnen de leveranciers dit verhalen?

a)

op de aandeelhouders

b)

op de directie

c)

alleen op de manager 'inkoop'

d)

op niemand

36.

Bij welke rechtsvorm(en) is/zijn de aandelen verhandelbaar op de effectenbeurs?

a)

eenmanszaak

b)

vennootschap onder firma

c)

besloten vennootschap

d)

naamloze vennootschap

37.

Stel: een vennootschap onder firma gaat failliet. Eigenaar 1 heeft 40% van het vermogen ingebracht, eigenaart 2 60%. Na het faillissement is er een schuldeiser die nog €10.000 krijgt. Wie is aansprakelijk?

a)

Beiden voor de volle €10.000

b)

Ieder voor €5.000

c)

Eigenaar 1: €4.000. Eigenaar 2: €6.000.

d)

niemand

38.

Bij welke rechtsvorm heeft een onderneming altijd maar 1 medewerker?

a)

eenmanszaak

b)

vennootschap onder firma

c)

eenmanszaak en vennootschap onder firma

d)

bij geen enkele rechtsvorm

39.

Bij welke van de onderstaande rechtsvorm(en) wordt er gestreefd naar het maken van winst?

a)

eenmanszaak

b)

vennootschap onder firma

c)

besloten vennootschap

d)

naamloze vennootschap

40.

Wie zijn de officiële eigenaren van een besloten vennootschap

a)

de directie

b)

de aandeelhouders

c)

de werknemers

d)

de overheid

41.

Een aandeel is:

a)

een eigendomsbewijs in een onderneming die een rechtspersoon is.

b)

een eigendomsbewijs in een onderneming die een natuurlijk persoon is.

c)

een eigendomsbewijs in een onderneming die zowel natuurlijk als rechtspersoon is.

d)

geen van bovenstaand.

42.

Enkel een natuurlijke persoon kan een éénmanszaak oprichten.

a)

Juist

b)

Fout

43.

Bij welke ondernemingsvorm hoort deze zin:

*Lisa en haar moeder zijn samen eigenaar van een nagelstudio. Aan het eind van het jaar verdelen ze de winst. Over deze winst betalen ze beiden inkomstenbelasting.

Welke ondernemingsvorm heeft de nagelstudio?

a)

Eenmanszaak

b)

Vennootschap Onder Firma (VOF)

c)

Besloten Vennootschap (BV)

d)

Naamloze Vennootschap (NV)

e)

ZZP'er

44.

Bij welke ondernemingsvorm hoort deze zin:

*Peter is directeur van zijn eigen onderneming. Zijn privégeld en het geld van de onderneming zijn totaal gescheiden. Als inkomen ontvangt Peter loon van zijn onderneming.

Welke ondernemingsvorm heeft de onderneming van Peter?

a)

Eenmanszaak

b)

Vennootschap Onder Firma (VOF)

c)

Besloten Vennootschap (BV)

d)

Naamloze Vennootschap (NV)

e)

Stichting

45.

Bij welke ondernemingsvorm hoort deze zin:

*Deze ondernemersvorm wordt geleid door een bestuur. Het inkomen komt vooral uit donaties en subsidies.

a)

Eenmanszaak

b)

Vennootschap Onder Firma (VOF)

c)

Besloten Vennootschap (BV)

d)

Naamloze Vennootschap (NV)

e)

Stichting

46.

welke vorm van Organisatiestructuur zien we hier ?

a)

Lijnorganisatie

b)

Lijnstaf-organisatie

47.

Wat klopt NIET over een staffunctie?

a)

Is bijvoorbeeld een secretaris of boekhouder

b)

Heeft de leiding over anderen

c)

Is een specialist binnen een bepaald gebied

d)

Geeft advies aan een leidinggevende

48.

Middle management neemt voornamelijk de volgende soort beslissingen:

a)

Strategische beslissingen

b)

Tactische (of organisatorische) beslissingen

c)

Operationele beslissingen

49.

Er is sprake van een organisatie wanneer wanneer:

a)

Er een samenwerkingsverband is en een gemeenschappelijk doel

b)

Er een cultuur, structuur en strategie is

c)

Mens en management samen wordt gebracht

d)

Men organiseert

50.

De volgende gegevens zijn bekend:

Nokia heeft met 3 miljoen mobieltjes een marktaandeel van 20%.

Samsung produceert 6 miljoen mobieltjes.

Bereken het marktaandeel van Samsung. Rond af op een geheel getal.

a)

4%

b)

91%

c)

40%

d)

38%

51.
De volgende gegevens zijn bekend:
Huidige verkoopprijs aandeel: €250
Nominale waarde aandeel: €200
Dividendpercentage: 5%
Hoeveel krijgt een aandeelhouder aan dividend als hij 5 aandelen bezit? 
a)
€12,50
b)
€10,00
c)
€62,50
d)
€50,00
52.

Totale omzet productsoort TV's is € 140 miljoen. Omzet Philips tv's is € 15 miljoen.

Wat is het marktaandeel van Philips op 1 decimaal?

(denk aan het %-teken)

(a)  

53.

In NL verkopen 500 bedrijven smartphone hoesjes. Bij elkaar verkopen ze in totaal 2.500.000 hoesjes in 2020. Cous verkoopt dat jaar 350.000 hoesjes. De gemiddelde verkoopprijs van een hoesje is € 8. Cous bv verkoopt ze voor € 9,50

vraag: bereken het marktaandeel van de AFZET van Cous bv.

a)

0,14%

b)

14%

c)

7,1%

d)

28%

54.

Wat is de juiste formule voor het berekenen van het marktaandeel van de afzet?

a)

(afzet producent merk X : totale marktafzet alle merken) x 100

b)

omzet producent merk X : totale marktomzet productsoort

c)

(marktaandeel merk X : marktaandeel grootste concurrent) x 100

d)

Ik krijg hier hoofdpijn van.

55.

In NL verkopen 500 bedrijven smartphone hoesjes. Bij elkaar verkopen ze in totaal 2.500.000 hoesjes in 2020. Cous verkoopt dat jaar 350.000 hoesjes. De gemiddelde verkoopprijs van een hoesje is € 8. Cous bv verkoopt ze voor € 9,50

vraag: bereken het marktaandeel van de OMZET van Cous bv. Rond je antwoord af op 1 decimaal en vergeet het %- teken niet!

(a)