Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Klimaatvraagstukken VWO Instaptoets

Total questions: 19

Worksheet time: 12mins

Name
Class
Date
1.

Iemand doet twee uitspraken over weer en klimaat:

I. Binnen de Verenigde Staten komen grote verschillen in klimaat voor.

II. Het klimaat is het gemiddelde weer in een bepaald gebied over een langere periode.

a)

I is goed en II is fout.

b)

I is fout en II is goed.

c)

I en II zijn beide goed

d)

I en II zijn beide fout

2.

Kies de juiste uitspraken.

a)

Gebieden op lage breedte zijn gemiddeld warmer door de schuine invalshoek van de zon.

b)

Europa ligt voor het grootste deel in de gematigde zone.

c)

Land warmt sneller op en koelt sneller af dan zee.

d)

Golfstromen brengen relatief warm water naar koude streken en relatief koud water naar warme streken.

e)

Oostenwind is in Nederland hetzelfde als zeewind en aanlandige wind.

3.

Geef aan of de beweringen juist zijn.

a)

Door de corioliskracht krijgt de wind op het zuidelijk halfrond een afwijking naar rechts.

b)

Rond de evenaar ligt het tropische minimum.

c)

Een moesson is een wind rond de 60° breedte die halfjaarlijks van richting wisselt.

d)

Bij een hogeluchtdrukgebied daalt de lucht.

4.

Iemand doet een uitspraak:

De klimaatverandering van de afgelopen eeuw is in zijn geheel te wijten aan de mens.

a)

Goed

b)

Fout

5.

Met welk negatief gevolg van klimaatverandering krijgen Bangladesh, de Fiji-eilanden en Nederland te maken?



(a)  

6.

Kies de juiste uitspraken.

a)

Vulkanen en aardbevingen komen voornamelijk voor bij plaatranden.

b)

Platen kunnen op vier manieren ten opzichte van elkaar bewegen.

c)

Rond de Grote Oceaan komen veel vulkanen en aardbevingen voor.

d)

Exogene krachten werken van binnenuit op de aardkorst in.

e)

Gesmolten gesteente onder het aardoppervlak noem je magma.

7.

Als je het ontstaan en de afbraak van een gebergte bestudeert, zie je dat er sprake is van een kringloop.

Wat is de juiste volgorde van die kringloop?

a)

erosie→sedimentatie→verwering→gesteentevorming→erosie

b)

gesteentevorming→sedimentatie→verwering→erosie →gesteentevorming

c)

sedimentatie→erosieverwering→gesteentevorming →sedimentatie

d)

verwering→erosie→sedimentatie→gesteentevorming→verwering

8.

Zet de volgende geologische perioden in volgorde van oud naar jong.

a)

Krijt-Kwartiair-Perm

b)

Kwartiair-Krijt-Perm

c)

Perm-Krijt-Kwartiair

d)

Perm-Kwartiair-Krijt

9.

In welk geologisch tijdvak leven we nu?



(a)  

10.

Wie of wat is Pangea?

a)

De grootste vulkaan van Indonesië.

b)

De naam van de Duitse geoloog die de drift der continenten op het spoor kwam.

c)

Een supercontinent van ongeveer 225 miljoen jaar geleden.

d)

De wetenschappelijke naam voor het verdwenen oercontinent Atlantis.

11.

Iemand doet twee uitspraken:

I. Alle uitwisselingen van CO2 op aarde noem je de koolstofkringloop.

II. Het broeikaseffect is hetzelfde als het versterkte broeikaseffect.


Welke uitspraak is goed?

a)

I is goed en II is fout.

b)

I is fout en II is goed.

c)

I en II zijn beide goed.

d)

I en II zijn beide fout

12.

a. Welke kaart in W1 – A of B – geeft de situatie van de koudste periode van de Saale-ijstijd weer?

b. Waar kwam het landijs in Nederland vandaan?

c. Hoe worden de landijsbedekkingen in Frankrijk en Midden- Duitsland genoemd?

a)

B-Scandinavië-gletsjers

b)

B-Noordpool-bevroren meren

c)

A-Scandinavië-gletsjers

d)

A-Noordpool-bevroren meren

13.

Iemand doet twee uitspraken:

I. Het poolijs kaatst warmte terug, waardoor er minder warmte wordt opgenomen.

II. Als de permafrost smelt, komt er methaangas vrij.


Welke uitspraak is goed?

a)

I is goed en II is fout.

b)

I is fout en II is goed.

c)

I en II zijn beide goed.

d)

I en II zijn beide fout

14.

In de aardse atmosfeer zit een beetje 1 . Het gaat slechts om 0,037 à 0,038%, maar dat is wel meer dan wat er rond 1900 in de atmosfeer zat (0,028%). Waarschijnlijk houdt deze stijging verband met menselijke activiteiten. Vooral sinds het begin van de Industriële Revolutie verbrandt de mens steeds meer 2 (steenkool, aardolie en aardgas). Die bestaan voor een belangrijk deel uit koolstof (C in chemisch jargon).


1=?

2=?

(a)  

15.

Wat is de oorzaak van de zeespiegelstijging door klimaatverandering?

Er kunnen meer antwoorden goed zijn.

a)

het afsmelten van de ijskappen op Groenland en Antarctica

b)

het smelten van het zee-ijs bij de polen

c)

het uitzetten van het zeewater

16.

Welke energiebron hoort niet in het rijtje thuis?

a)

biomassa

b)

kernenergie

c)

waterkracht

d)

windenergie

17.

Welk land is het best geschikt voor het opwekken van energie met hydro-elektriciteit?

a)

Zwitserland

b)

Bangladesh

c)

Nederland

18.

Vanuit welke dimensie kun je het antwoord op de vorige vraag het beste verklaren?

a)

de culturele dimensie

b)

de economische dimensie

c)

de fysische dimensie

d)

de politieke dimensie

19.

Iemand doet twee uitspraken:

I. Biobrandstoffen zijn fossiele brandstoffen.

II. Geothermische energie is een duurzame energiebron.

Welke uitspraak is goed?

a)

I is goed en II is fout.

b)

I is fout en II is goed.

c)

I en II zijn beide goed.

d)

I en II zijn beide fout