wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Het Romeinse Rijk

Total questions: 31

Worksheet time: 23mins

Name
Class
Date
1.

Wat is een rijk?

a)

Iemand die veel geld heeft

b)

Een gebied met een regering

c)

Een republiek

d)

Een gebied met een koning

2.

Hoe noem je een staat met een koning?

(a)  

3.

Wat was Rome eerst een koninkrijk of een republiek?

a)

Koninkrijk

b)

Republiek

4.

Hoe noem je de vergadering van 300 mannen uit belangrijke families?

(a)  

5.

Welke voordelen hadden de generaals bij overwinningen met het leger? Klik er twee aan.

a)

Ze werden rijk

b)

ze kregen slaven

c)

Beroemdheid

d)

Ze werden koning

6.

Waar of niet waar? De Romeinen gingen netjes om met de veroverde steden.

a)

Waar

b)

Niet waar

7.

Waar gaan politieke zaken over?

a)

Zaken die met oorlog te maken hebben

b)

Zaken die met geld te maken hebben

c)

Zaken die met het bestuur te maken hebben

8.

Hoe noem je iemand die in dienst is van een bestuur?

(a)  

9.

Hoe noem je een regel waaraan iedereen zich moet houden?

(a)  

10.

Waar of niet waar? De Romeinen vereerden de keizer als een god.

a)

Waar

b)

Niet waar

11.

Waar of niet waar? Onder de keizers was er vrede in het Romeinse Rijk.

a)

Waar

b)

Niet waar

12.

Wat is een staat zonder vorst?

a)

Koninkrijk

b)

Republiek

c)

Keizerrijk

13.

Wat voor samenleving was er in het Romeinse Rijk?

a)

Landbouw samenleving

b)

Stedelijke samenleving

c)

Landbouwstedelijke samenleving

14.

Waar of niet waar? In het Romeinse Rijk waren er kleine sociale verschillen.

a)

Waar

b)

Niet waar

15.

Waarom verhuisden veel arme boeren naar de stad?

a)

Voor werk

b)

Voor eten

c)

Voor liefde

d)

Voor de politiek

16.

Hoe noem je iemand die het bezit is van iemand anders?

(a)  

17.

Hoe werd je een krijgsgevangenen?

a)

Als je iets gestolen had

b)

Als je iemand vermoord had

c)

Als je in een oorlog gevangen werd

d)

Als je gelogen had tegen je baas

18.

Waarom werden de lijken van de opstandelingen van Spartacus langs een weg opgehangen?

a)

Om aan de slaven te laten zien dat je niet in opstand moest komen.

b)

Om de opstandelingen als offer te gebruiken.

c)

Dat vonden ze mooi.

19.

Waar of niet waar? In het hele Romeinse Rijk betaalde ze met de zelfde munt.

a)

Waar

b)

Niet waar

20.

Wat is een voorbeeld van nijverheid.

a)

Brood bakken

b)

Ambulance

c)

Politieagent

d)

Slavenhandel

21.

Welk begrip past bij handel en productie?

(a)  

22.

In welke cultuur waren de Romeinen vooral geïnteresseerd?

a)

De Griekse cultuur

b)

De Germaanse cultuur

c)

De Egyptische cultuur

d)

De Nederlandse cultuur

23.

Waar of niet waar? Mensen binnen het Romeinse Rijk mochten openlijk met hun eigen geloof bezig zijn.

a)

Waar

b)

Niet waar

24.

Hoe heette de cultuur die ontstond in Het Romeinse Rijk?

(a)  

25.

Welk begrip past bij het toestaan van andere culturen en meningen?

a)

Godsdienstvrijheid

b)

Respect

c)

Verdraagzaamheid

d)

Multiculturele samenleving

26.

Wat zie je op de afbeelding?

a)

De senaat

b)

Een keizer

c)

Een slavenmarkt

d)

Een wet

27.

Het Romeinse leger was slecht getraind.

a)

Waar

b)

Niet waar

28.

Wie hielp de keizers helpen met het bestuur?

a)

De koning

b)

Ambtenaren

c)

De senaat

29.

Waar of niet waar? Bij een primaire bron is de bron gemaakt door iemand die bij de gebeurtenis aanwezig was.

a)

Waar

b)

Niet waar

30.

Wat voor soort bron is dit?

a)

Tastbare bron

b)

Beeldbron

c)

Bewegende beeldbron

d)

Gesproken bron

31.

Een interview met iemand uit de Tweede Wereldoorlog is een.....

a)

Tastbare bron

b)

Beeldbron

c)

Gesproken bron

d)

bewegende beeldbron