WorksheetsIntro grammatica P3 klas 3
Total questions: 22
Worksheet time: 20mins
Startvraag: hoe goed vind je zelf dat je in grammatica bent?
Heel erg goed, ik snap alles al
Best goed, ik snap heel veel
Een beetje goed, ik snap sommige dingen wel en sommige dingen niet
Niet zo goed, er zijn weinig dingen die ik snap
Heel slecht, ik snap niets van grammatica
Wat zijn woordsoorten?
Het bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord schrijf je zo ... mogelijk.
(a)
"mens" is een zelfstandig naamwoord
juist
onjuist
De, het, een noem je?
(a)
Geef van het onderstreepte woord aan wat de woordsoort is: Sushi wordt gemaakt in Japan.
werkwoord
voegwoord
lidwoord
Geef van het onderstreepte woord aan wat de woordsoort is: Mijn zusje heeft een groene auto.
zelfstandig naamwoord
bijvoeglijk naamwoord
lidwoord
voegwoord
Geef van het onderstreepte woord aan wat de woordsoort is: De leerlingen van klas 3 mochten eindelijk weer naar school.
zelfstandig naamwoord
voegwoord
lidwoord
persoonsvorm
Wat is het verschil tussen een zelfstandig naamwoord en een bijvoeglijk naamwoord?
Vul in: De muren van het lokaal zijn beklad. De ... muren.
(a)
Vul in: Het hekje is blauw geverfd. Het ... hekje.
(a)
Vul in: Het schilderij is gekocht. Het ... schilderij.
(a)
Vul in: De kerstboom is door de kinderen versierd. De ... kerstboom.
(a)
Wat is de persoonsvorm in de volgende zin: Ik liep naar school met Meike.
liep
met
Ik
Meike
Wat is de persoonsvorm in de volgende zin: Wij hebben zes repen chocola gekocht.
Wij
hebben
chocola
gekocht
Wat is de persoonsvorm in de volgende zin: Takkie is het hondje van Jip en Janneke.
Takkie
het
hondje
is
Wat is het onderwerp in de volgende zin: Marieke en Jeremy waren samen naar de film.
Marieke
Jeremy
Marieke en Jeremy
naar de film
Wat is het onderwerp in de volgende zin: Mevrouw Jansen was ziek en daarom viel de les uit.
de les
ziek
Mevrouw Jansen
Mevrouw
Wat is het onderwerp in de volgende zin: Samen met de rest van de klas gaf de allerliefste leerling een bosje bloemen aan de docent.
samen
de leerling
de allerliefste leerling
een bosje bloemen
aan de docent
Wat is het werkwoordelijk gezegde in de volgende zin: De meester heeft de hele dag gewerkt.
de meester
heeft
heeft de hele dag
heeft gewerkt
Wat is het werkwoordelijk gezegde in de volgende zin: De leerlingen moesten tijdens gym de hele les turnen.
de leerlingen
moesten
moesten turnen
tijdens gym
Eindvraag: op een schaal van 1-10, hoe goed vind je nu (na deze les) dat je bent in grammatica?
1-3
4-6
7-8
9-10
