Font size
WorksheetsHoofdwaarden in onze maatschappij
Total questions: 20
Worksheet time: 19mins
Wat zijn 'hoofdwaarden'?
A. Iets dat belangrijk is voor een bepaald persoon, voor iemand.
B. Waarden die voor bijna iedereen belangrijk zijn.
C. Een groep mensen die dezelfde waarden hebben.
D. Waarden die in je hoofd zitten.
Welke zijn de vier hoofdwaarden?
A. Verantwoordelijkheid, vrijheid, rechtvaardigheid en geluk.
B. Gelijkheid, tolerantie, democratie en vrijheid.
C. Gelijkheid, democratie, vrijheid en verantwoordelijkheid.
D. Vrijheid, gelijkheid, democratie en geluk.
Wat betekent als anderen vrij zijn?
A. Dat andere mensen mogen eisen dat je ze vrij laat, en dat anderen zelf mogen bepalen wat ze willen.
B. Dat er regels zijn wat anderen wel of niet mogen doen.
C. Dat je andere mensen ook vrijheid geeft en ze vrij laat zijn.
D. Dat anderen vrij zijn in hoe ze jou willen behandelen, het maakt niet uit hoe ze je behandelen.
Welke uitspraken zijn juist?
A. Het woord tolerantie betekent ‘bevrijding’.
B. Bij vrijheid kun je onderscheid maken in vrijheid van en vrijheid tot.
C. Vrijheid kent geen grenzen. Daarom kan de vrijheid van de één nooit botsen met die van een ander.
D. Vrijheid van betekent dat je vrij bent van onderdrukking.
Hoe verklaarde men in het oude Griekenland aanvankelijk alle natuurverschijnselen?
A. Door waarnemingen
B. Door experimenten
C. Door Goden
Wat is het 'dikke-ik’?
A. Het gaat over dikke mensen.
B. Het gaat over een onverschillig persoon die zich niet verplaatst in een ander.
C. Het gaat over mensen die zichzelf te dik vinden.
D. Het gaat over mensen die heel nadrukkelijk op de voorgrond zijn, die hinderlijk op de voorgrond treden.
Welke uitspraak/uitspraken zijn juist?
A. 'Vrij zijn’ betekent niet dat je geen verantwoordelijkheid tegenover andere mensen hebt.
B. Een ander vrij laten betekent dat een ander altijd zelf zijn eigen problemen moet oplossen.
C. ‘Iemand vrij laten’ is hetzelfde als dat je onverschillig tegenover hem/haar bent.
D. ‘Iemand vrij laten’ betekent leven alsof de ander niet bestaat.
Wanneer is er sprake van discriminatie?
A. Als je zegt dat iemand donker is.
B. Als je iemand anders behandelt vanwege afkomst, huidskleur etc.
C. Als je een donker iemand van 14 om 2 uur ’s nachts niet de discotheek in laat.
Wie was de eerste filosoof die op een andere manier naar natuurverschijnselen keek?
Thales van Milete
René Descartes
Aristoteles
Thomas van Aquino
Welke uitspraak/uitspraken zijn juist?
A. In de Nederlandse Grondwet wordt gezegd: ‘Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan’.
B. Als je onderscheid maakt tussen mensen ben je aan het discrimineren.
C. Oorspronkelijk betekent discrimineren ‘onderscheid maken’.
D. Gebrekkig de Nederlandse taal beheersen, mag nooit een reden zijn om iemand een baan te weigeren; dan is sprake van discriminatie.
Welke uitspraak/uitspraken zijn juist?
A. Gelijkwaardigheid betekent dat je gelijk bent aan alle andere mensen voor zover je mens bent.
B. Alle jongens zijn onderling gelijkwaardig en ook alle meisjes zijn onderling gelijkwaardig maar jongens en meisjes verschillen en zijn onderling dus niet gelijkwaardig.
C. Het woord ‘verdraagzaamheid’ betekent hetzelfde als ‘tolerantie’.
D. Als je zegt dat mensen gelijkwaardig zijn is dat in strijd met de uitspraak dat mensen uniek zijn.
Heeft iedereen in een democratie evenveel macht?
A. Ja, want de mensen die in de politiek zitten hebben evenveel macht als een normale burger.
B. Nee, dat is niet het geval want de mensen die in de politiek zitten vertegenwoordigen het volk, dus die hebben meer macht dan normale burgers.
C. Ja, want de volksvertegenwoordigers en burgers hebben allebei evenveel macht.
D. Nee, want de rijken mensen en wetenschappers hebben meer macht dan andere burgers bij het stemmen.
Wat is de eeuw van de Verlichting?
14e eeuw
16e eeuw
18e eeuw
20e eeuw
Wanneer leef je in een democratie?
A. Als het volk bepaalt wat er gebeurt.
B. Als de koning bepaalt wat er gebeurt.
C. Als er 1 iemand bepaalt wat er gebeurt, een sterke leider.
D. Als een klein groepje geleerde mensen bepaalt wat er gebeurt.
Welke theorie heeft Darwin bedacht?
Interne teleologie
Natuurlijke theologie
Methodologie
Evolutietheorie
Moet je iets weten of kunnen om vrij te zijn?
A. Ja, je moet wat weten om vrij te zijn, bijvoorbeeld dat je weet dat je niet alles zomaar kan zeggen, want dan beschuldig je andere mensen.
B. Nee, je mag gewoon zeggen wat je wilt en je houdt geen rekening met andere mensen.
C. Ja, je moet andere mensen in een samenleving kunnen accepteren, die andere opvattingen hebben dan je eigen groep.
D. Nee, je hoeft niet andere mensen te kunnen accepteren want je mag doen wat je wilt.
Welke uitspraak/uitspraken zijn juist?
A. Hoofdwaarden kunnen met elkaar in conflict komen.
B. Ernstige kritiek hebben op de regering betekent dat je niet tolerant bent.
C. Juist als je ziet dat een hoofdwaarde als gelijkwaardigheid in gevaar komt, behoor je tolerant te zijn.
D. Tolerant zijn tegenover iemand hoeft niet te betekenen dat je het altijd met hem/haar eens bent.
Wie was de eerste filosoof die de mens en zijn gedrag als het belangrijkste onderwerp van de filosofie beschouwde?
Nietzsche
Plato
Rawls
Socrates
Welke uitspraak/uitspraken zijn juist?
A. Democratie en macht zijn tegenovergestelde begrippen: waar sprake is van macht kan geen democratie zijn.
B. Democratie betekent dat de minderheid altijd rekening moet houden met de meerderheid, maar dat de meerderheid geen rekening hoeft te houden met de minderheid.
C. Binnen een democratie hebben volksvertegenwoordigers onder meer de taak het beleid van bestuurders te controleren.
Welke uitspraak/uitspraken zijn juist?
A. Werken aan de verbetering van de democratie is niet alleen de taak van volksvertegenwoordigers en bestuurders.
B. In een democratie moet iedereen overal over mogen meepraten dus ook over de vraag of een bepaalde politieke partij ondemocratisch is.
C. In landen als Nederland dragen de burgers alle verantwoordelijkheid voor de democratie over aan volksvertegenwoordigers.
D. ‘Democratie’ komt van het Griekse woord ‘demonstratie’, vandaar dat je in een democratie het recht hebt om te demonstreren.
