Font size
S
M
L
XL
WorksheetsWoorden 3.5 GL + KL
Total questions: 11
Worksheet time: 9mins
Name
Class
Date
1.
Wat is de tegenstelling van: geven?
a)
pakken
b)
nemen
c)
wegdoen
2.
Wat betekent ervaren?
a)
voelen
b)
oud
c)
avontuurlijk
3.
Wat zijn de tegenstellingen van 'licht'?
a)
zwaar
b)
jong
c)
donker
d)
plat
4.
Welke betekenissen passen bij het woord: vermogen?
a)
het kunnen van iets
b)
blind zijn
c)
rijkdom
d)
iemand pesten
5.
Wat betekent: negeren?
a)
regenen verkeerd gespeld
b)
doen alsof het er niet is
c)
een scheldwoord
6.
Wat betekent 'produceren'?
(a)
7.
Wat betekent 'immers'?
(a)
8.
Wat is de tegenstelling 'open'?
(a)
9.
Wat betekent weigeren?
(a)
10.
Als je iemand raad geeft, dan geef je:
(a)
11.
Vind je deze quiz een handige manier om de woordjes te leren?
a)
ja
b)
nee
c)
saai
d)
ik wil niets anders meer
Reset
