Font size
WorksheetsBK1C KM1A PV OW LW ZN
Total questions: 40
Worksheet time: 34mins
Een zelfstandig naamwoord is ...
een woord voor mensen, dieren, planten, dingen en namen
een woord dat zegt wat iets of iemand doet
Benoem het onderstreepte woord.
De leraar deelde dropjes uit.
lidwoord
zelfstandig naamwoord
werkwoord
Benoem het onderstreepte woord.
De leraar deelde dropjes uit.
lidwoord
werkwoord
zelfstandig naamwoord
Benoem het onderstreepte woord.
J.K. Rowling is een beroemde schrijfster.
lidwoord
werkwoord
zelfstandig naamwoord
Benoem het onderstreepte woord.
J.K. Rowling is een beroemde schrijfster van kinderboeken.
lidwoord
werkwoord
zelfstandig naamwoord
Hoeveel lidwoorden staan er in deze zin?
In het huis aan de overkant van de straat woont een man met een hond.
drie
vier
vijf
zes
Benoem het onderstreepte woord.
J.K. Rowling is een beroemde schrijfster van kinderboeken.
lidwoord
werkwoord
zelfstandig naamwoord
Hoeveel werkwoorden staan er in deze zin?
De postbode komt vroeg in de middag op een brommer de post bezorgen.
één
twee
drie
geen
Hoeveel zelfstandig naamwoorden staan er in deze zin?
In het huis aan de overkant van de straat woont een man met een hond.
drie
vier
vijf
zes
Een zelfstandig naamwoord is ...
een woord voor mensen, dieren, planten, dingen, namen en begrippen.
een doe-woord.
Benoem het onderstreepte woord in deze zin.
Op een middelbare school in Utrecht zijn alle leerlingen geslaagd.
Zelfstandig Naamwoord (ZN)
Lidwoord (LW)
Bijvoeglijk naamwoord (BN)
Benoem het onderstreepte woord in deze zin.
Op een middelbare school in Utrecht zijn alle leerlingen geslaagd.
Zelfstandig Naamwoord (ZN)
Lidwoord (LW)
Bijvoeglijk naamwoord (BN)
Benoem het onderstreepte woord in deze zin.
Op het rieten dak van het oude huis zat een wijze uil.
Zelfstandig Naamwoord (ZN)
Lidwoord (LW)
Bijvoeglijk naamwoord (BN)
Benoem het onderstreepte woord in deze zin.
Op het rieten dak van het oude huis zat een wijze uil.
Zelfstandig Naamwoord (ZN)
Lidwoord (LW)
Bijvoeglijk naamwoord (BN)
Welk woord is een zelfstandig naamwoord?
vis
kan
de
zwemmen
Onderstreepte woorden zijn:
Erik heeft de buurvrouw een kopje thee gegeven.
lidwoorden
werkwoorden
zelfstandig naamwoorden
In welk rijtje staan alleen zelfstandig naamwoorden?
landen, Leon, afvalberg, voorstel
Maastricht, kassa, de, zolder
vijver, een, schuurtje, wind
jongen, school, het, leren
Wat zijn de zelfstandige naamwoorden?
De man vroeg de weg aan de politieagent.
man
man, weg, politieagent
man, weg, de
vroeg, weg, politieagent
Wat is ruzie voor soort woord?
De ruzie is weer begonnen.
zelfstandig naamwoord
lidwoord
werkwoord
Welk woord is een werkwoord?
hond
lopen
de
voor
Welk woord is een werkwoord?
de
in
school
gaan
Welke woorden zijn werkwoorden?
(meer antwoorden goed)
zitten
staan
stoel
slapen
Wat is het werkwoord?
De man vroeg de weg aan de politieagent.
man
weg
vroeg
politieagent
Wat zijn de zelfstandige naamwoorden?
De man vroeg de weg aan de politieagent.
man
man, weg, politieagent
man, weg, de
vroeg, weg, politieagent
Hoeveel lidwoorden staan er in de zin?
De man vroeg de weg aan de politieagent.
1
2
3
4
Je kunt er de, het of een voor zetten.
Je kunt het verkleinen (boom - boompje)
Het is een mens, dier of ding.
Over welke woordsoort heb ik het?
Vandaag zou Marie nog gaan klussen.
Die auto van mij is alweer naar de garage!
Wat is de persoonsvorm?
Je kunt natuurlijk ook op tijd op je afspraak komen.
Je
kunt
op tijd
komen
Wat is de persoonsvorm?
Ik vlieger het liefst op het strand.
ik
vlieger
het liefst
op het strand
Wat is het onderwerp?
Morgen komen de nieuwe bewoners kennismaken.
Morgen
komen
de nieuwe bewoners
kennismaken
Wat is het onderwerp?
Julian ontvangt van mijn zusje haar felicitaties.
Julian
ontvangt
van mijn zusje
haar felicitaties
Wat is het onderwerp?
Mensen zoeken een oplossing.
Mensen
zoeken
een
oplossing
Morgen vertel ik jullie de afloop van het verhaal.
Wat is de persoonsvorm?
Morgen
vertel
afloop
de afloop van het verhaal
De atleet gaf na twintig kilometer in een klein dorpje op.
Wat is het onderwerp?
De atleet
gaf op
gaf
na twintig kilometer
Wat is het onderwerp ?
Wij vertrekken binnenkort naar Durbuy.
(a)
Wat is de persoonsvorm ?
Wij vertrekken binnenkort naar Durbuy.
(a)
Wat is het onderwerp ?
's Morgens nemen de kinderen de trein.
(a)
Wat is de persoonsvorm ?
's Morgens nemen de kinderen de trein.
(a)
