Font size
Worksheets2 kader - opdracht 1 De brug
Total questions: 13
Worksheet time: 4mins
1. Wat is het onderwerp van de tekst?
A drukte op snelwegen
B fietswegwijzers
C regels voor fietsers
2. Hoeveel alinea's heeft de tekst?
2
4
5
9
3. Je wilt weten welke kleuren borden van fietsroutes mogen hebben. Bij welk tussenkopje kijk je?
Palen, paddenstoelen en knooppunten
Verplicht rood en wit
Afstand
Snelle of toeristische route?
4. Hoe maak je in de vetgedrukte inleiding kennis met het onderwerp?
A De schrijver stelt een paar vragen over het onderwerp.
B De schrijver vertelt een grappig verhaaltje over het onderwerp.
C De schrijver vertelt kort waarover de tekst gaat.
5. Welke alinea's horen bij het middenstuk van de tekst?
Vink de juiste antwoorden aan.
a Palen, paddenstoelen en knooppunten
b Verplicht rood en wit
c Afstand
d Snelle of toeristische route?
6. Wat is het doel van de afbeelding bij de alinea Palen, paddenstoelen en knooppunten?
A extra informatie geven: je weet nu hoe de borden op palen met pijlen en het aantal kilometers eruitzien.
B extra informatie geven: je weet nu hoe een bord met fietsknooppunten eruitziet.
C leuker maken: de afbeelding past goed bij de tekst.
7. Waarom gebruikte een gemeente in Gelderland de kleuren wit en paars in plaats van wit en rood?
De gemeente vond deze kleuren mooier.
De gemeente vond deze kleuren vrolijker.
De gemeente vond de kleuren goed zichtbaar.
8a. Wat hoort bij elkaar?
rood-witte wegwijzers op palen
1 bedoeld om de kortste fietsroute te nemen
2 bedoeld om langs mooie plekjes te fietsen
3 bedoeld om zelf een fietsroute samen te stellen
8b. Wat hoort bij elkaar?
borden met fietsknooppunten
1 bedoeld om de kortste fietsroute te nemen
2 bedoeld om langs mooie plekjes te fietsen
3 bedoeld om zelf een fietsroute samen te stellen
8c. Wat hoort bij elkaar?
ANWB-paddenstoelen
1 bedoeld om de kortste fietsroute te nemen
2 bedoeld om langs mooie plekjes te fietsen
3 bedoeld om zelf een fietsroute samen te stellen
9. Wat betekent toeristisch?
een mooie route die je voor je plezier neemt
een lange route die je langs zo veel mogelijk plekken leidt
een bijzondere route die bijna niemand neemt
10. Wat staat in het slot van de tekst?
Kies de twee beste antwoorden.
A een samenvatting van de belangrijkste informatie
B een tip
C nog een voorbeeld van een fietswegwijzer
13. Wat is het doel van de tekst?
A Jou amuseren, want wegwijzers en paddenstoelen zien er grappig uit.
B Jou iets laten doen: de schrijver vindt dat je meer moet gaan fietsen.
C Jou informatie geven over verschillende soorten fietswegwijzers.
