wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H2 Natuurrampen BB 97-100-101

Total questions: 12

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Endogene krachten zijn:

a)

Krachten van binnenuit de aarde.

b)

Krachten van buitenaf de aarde.

c)

Krachten van de zon.

d)

Krachten van water.

2.

Vul in:

De aarde bestaat uit een kern, een korst en een (a)  

3.

Hoe heet het gesmolten gesteente in de aardmantel?

a)

convectiestromen

b)

lava

c)

magma

d)

breuken

4.

De aardkorst is niet één geheel, maar bestaat uit platen. Een ander woord voor platen is: (a)  

5.

De aarde wordt wel eens vergeleken met een vrucht. Welke?

a)

Perzik, want die is ook rond, met dunne schil (aardkorst) en dik vruchtvlees (aardmantel) en grote pit (aardkern).

b)

Appel, want die is ook rond, met dunne schil (aardkorst) en dik vruchtvlees (aardmantel) en kleine pit (aardkern).

c)

Pruim, want die is ook niet helemaal rond, met dunne schil (aardkorst) en dik vruchtvlees (aardmantel) en grote pit (aardkern).

d)

Kers, want die is ook rond, met dunne schil (aardkorst) en dik vruchtvlees (aardmantel) en grote pit (aardkern).

6.

Waardoor ontstaan er breuken in de aardkorst?

a)

Omdat de aardkorst dun en zwak is, breekt die snel.

b)

Door druk van ijs-glestjers.

c)

Door convectiestromen in de mantel.

d)

Door lavastromen in de mantel.

7.

De aardkorst bestaat uit 2 verschillende soorten korst. De ene soort is continentale korst. De andere soort is: (a)   korst.

8.

Dit is een plaatje van een plaatbeweging. Welke?

a)

Convergent

b)

Transform

c)

Divergent

d)

Convectie

9.

Wat geeft de zwarte pijl aan in het plaatje?

a)

convergentie

b)

trog

c)

magma

d)

subductie

10.

De breuklijn die loopt door de Atlantische oceaan noemen we:

a)

Mid-Oceanische Rug. Ontstaan door divergente plaatbeweging.

b)

San Andreas breuk. Ontstaan door convergente plaatbeweging.

c)

Mid-Oceanische Rug. Ontstaan door convergente plaatbeweging.

d)

San Andreas breuk. Ontstaan door transforme plaatbeweging.

11.

Twee uitspraken:

1. Bij subductie ontstaat een trog.

2. Bij subductie duikt de continentale plaat onder de oceanische plaat.

a)

Uitspraak 1 is goed, uitspraak 2 is fout.

b)

Uitspraak 1 is fout, uitspraak 2 is goed.

c)

Beide uitspraken zijn juist.

d)

Beide uitspraken zijn onjuist.

12.

Twee uitspraken.

1. Lava is vloeibaar gesteente in de aardmantel.

2. Magma is vloeibaar gesteente dat aan het oppervlak van de aardkorst komt.

a)

Uitspraak 1 is goed, uitspraak 2 is fout.

b)

Uitspraak 2 is goed, uitspraak 1 is fout.

c)

Beide uitspraken zijn goed.

d)

Beide uitspraken zijn fout.