Font size
WorksheetsK3A leestekens en tt en vt
Total questions: 48
Worksheet time: 28mins
“Het (worden) je vanzelf wel duidelijk”, zei de directeur tegen mij.
word
wort
wordt
De minister (melden) vorig kwartaal nog dat alles leek mee te vallen.
melde
meldde
Hoeveel dat allemaal moest (kosten), was gisteren nog niet bekend.
kosten
kostten
Er worden meestal pas maatregelen genomen als er iets ergs (gebeuren).
gebeurd
gebeurt
gebeurdt
De vrouw riep boos uit : "Bah ik lust geen komkommersoep!"
Achter Bah moet een komma.
Het uitroepteken moet vervangen worden door een punt.
De dubbele punt achter boos moet vervangen worden door een komma.
Achter lust moet een komma.
Verbaasd vroeg zij zich af, waar ze haar pen had neergelegd?
Er moet geen komma in deze zin.
Het vraagteken moet weggelaten worden.
Hier moet een punt staan.
Achter verbaasd moet een komma.
Als ik naar buiten ga doe ik mijn jas wel even aan.
Waar moet in deze zin de komma?
achter als
achter ga
achter jas
achter doe
"Wie heeft die prop in de hoek gegooid," vroeg de juf.
Achter juf moeten aanhalingstekens.
Achter vroeg moet een komma.
Achter gegooid moet een vraagteken.
Achter juf moet een vraagteken.
Piet zei "Je krijgt geen cadeautjes dit jaar."
Achter cadeautjes moet een komma.
Achter zei moet een komma.
Achter zei moet een dubbele punt.
Er moeten geen aanhalingsteken in de zin.
Ik liep naar buiten, en riep, dat iedereen naar binnen moest komen.
Alle komma's staan goed.
De komma voor het woordje en moet worden weggelaten.
De komma achter riep moet weggelaten worden.
"Maak je veter vast!" zei Jan. Je valt straks op je neus.
De punt achter Jan moet veranderd worden in een dubbele punt.
Het uitroepteken achter vast moet weg.
- Je valt straks op je neus- moet tussen aanhalingstekens.
"Goedemorgen," zei de bakker, wilt u mijn lekkere taart proeven?
In deze zin moet geen vraagteken.
De aanhalingstekens bij goedemorgen moeten weg.
De komma achter goedemorgen moet weg.
-wilt u mijn lekkere taart proeven?- moet tussen aanhalingstekens.
In de dierentuin zagen wij de volgende dieren paarden, olifanten, leeuwen en tijgers.
De komma's moeten weg.
Achter dierentuin moet een dubbele punt
Achter dieren moet een dubbele punt.
Paarden, olifanten, leeuwen en tijgers moet tussen aanhalingstekens.
Karin zegt: " ik vind, dat je een mooie trui aan hebt."
De punt bij hebt moet achter het aanhalingsteken.
De komma achter vind kan weggelaten worden.
Er moet een uitroepteken achter hebt.
Ik moet met een hoofdletter.
Ze belde naar haar oma. (Zet de zin om in de andere tijd.)
(a)
De zon schijnt de hele dag. (Zet de zin om in de andere tijd)
(a)
De piraten hebben het schip ... (veroveren).
Verovert
Veroverd
Veroverdt
Papa ... (besturen) nu de auto.
Bestuurt
Bestuurd
Bestuurdt
Hij ... (worden) daar niet blij van.
Wort
Word
Wordt
Die bus ... (vervoeren) alleen scholieren.
Vervoert
Vervoerd
Vervoerdt
Hij heeft gisteren zijn vinger ... (verbranden).
Verbrant
Verbrandt
Verbrand
Hij ... (verdienen) niks want hij werkt niet.
Verdient
Verdiend
Verdiendt
De minister (melden) vorig kwartaal nog dat alles leek mee te vallen.
(a)
In de afgelopen maanden is de schuld helaas sterk (groeien).
(a)
Wat is correct? Meerdere antwoorden zijn juist.
Mijn verjaardag is op 2 mei.
Mijn verjaardag is op 2 Mei.
Mijn verjaardag is in de lente.
Mijn verjaardag is in de Lente.
Welke namen zijn juist geschreven? Meerdere antwoorden zijn goed.
Mevrouw van der Berg
Mevrouw Van der Berg
Mevrouw J. van der Berg
Mevrouw J. Van der Berg
Vroeger (reizen vt) (a) de mensen met een paardenkar
Ik (spelen vt) (a) gisteren op zolder
Jullie (schaatsen vt) (a) vorig jaar vaak op de sloot.
Monique (vertellen vt) (a) gisteren een geheim.
Schrijf de stam van het werkwoord : fietsen
(a)
Schrijf de stam van het werkwoord : rennen
(a)
Schrijf de stam van het werkwoord : horen
(a)
Schrijf de stam van het werkwoord : gaan
(a)
Schrijf de stam van het werkwoord : schrijven
(a)
Schrijf de stam van het werkwoord : vallen
(a)
Schrijf de stam van het werkwoord : wissen
(a)
Schrijf de stam van het werkwoord : maken
(a)
Wanneer gebruik je de medeklinkers van ’t ex-fokschaap?
bij de pv tt van sterke werkwoorden
bij de pv tt van zwakke werkwoorden
bij de pv vt van sterke werkwoorden
bij de pv vt van zwakke werkwoorden
Geef aan of het werkwoord in de volgende zin een zwak of sterk werkwoord is. Hij liep naar de auto.
Zwak werkwoord
Sterk werkwoord
Geef aan of het werkwoord in de volgende zin een zwak of sterk werkwoord is. Hij zwom in de sloot.
Zwak werkwoord
Sterk werkwoord
Juist of onjuist? Om te bepalen of een zwak werkwoord op -te(n) of -de(n) eindigt, kijk je naar de klinkers in 't Ex-kofschip
Juist
Onjuist
Wat is het verschil tussen zwakke en sterke werkwoorden in de verleden tijd?
Bij zwakke werkwoorden verandert de klank en bij sterke werkwoorden niet.
Bij sterke werkwoorden verandert de klank en bij zwakke werkwoorden niet.
