wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Afsluiting zouten klas 4

Total questions: 10

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.

Keukenzout wordt opgelost, wat is de kloppende oplosvergelijking?

a)

NaCl (s) + H2O (l) → Na+ (aq) + Cl- (aq)

b)

NaCl (s) → NaCl (aq)

c)

NaCl (s) + H2O (l) → Na+ (aq) + Cl- (aq)

d)

NaCl (s) → Na+ (aq) + Cl- (aq)

2.

Kennisvraag: wat is de formule van een permanganaation?

a)

MnO4-

b)

MnO42-

c)

MnO24-

d)

MnO4-

3.

Je wilt iodideionen (I-) uit een oplossing halen met een neerslagreactie. Een oplossing van welk zout is daarvoor niet geschikt?

a)

Lood(II)nitraat

b)

Zilverfluoride

c)

Aluminiumbromide

d)

Kwik(II)chloride

4.

Kennisvraag: welk ion niet kan meerdere ladingen hebben?

a)

Koperion

b)

IJzerion

c)

Kaliumion

d)

Loodion

5.

Wat is de juiste naam van dit zout: Na2CO3 · 10 H2O.

a)

Dinatriumkoolstoftrioxidehydraat

b)

Natriumcarbonaatdecahydraat

c)

Natrium(I)carbonaatdecahydraat

d)

Natriumcarbonaathydraat

6.

Bekijk deze formule: NaCa3AlAgICl2F(NO3)2CO3. Dit complexe zout bestaat uit vier verschillende positieve ionsoorten en vijf verschillende negatieve ionsoorten, maar kan het bestaan?

a)

Ja.

b)

Nee, er zijn te veel positieve ionen.

c)

Nee, er zijn te veel negatieve ionen.

7.

Kennisvraag: welke lading komt voor bij koperionen?

a)

+1 en +2

b)

+2 en +3

c)

+1, +2 en +3

d)

+2

8.

Een natriumjodideoplossing en een lood(II)nitraatoplossing geven, zodra je ze mengt, een mooie gele neerslag. Wat is de neerslagreactievergelijking?

a)

2 NaI (aq) + Pb(NO3)2 (aq) → PbI2 (s) + 2 NaNO3 (aq)

b)

Pb2+ (aq) + 2 I- (aq) → PbI2 (s)

c)

Pb2+ (aq) + 2 I- (aq) + 2 NO3- (aq) + 2 Na+ (aq) → PbI2 (s) + 2 NO3- (aq) + 2 Na+ (aq)

9.

Kennisvraag: wat is de lading van de ionen: OH, NO3, CO3, SO4.

a)

In volgorde: -1, -1, -2, -3.

b)

In volgorde: -1, -2, -3, -3.

c)

In volgorde: -1, -2, -2, -2.

d)

In volgorde: -1, -1, -2, -2.

10.

Waarom lossen sommige zouten wél op in water, en anderen niet?

a)

Sommige ionen worden sterker aangetrokken door water, dan andere ionen. Afhankelijk van deze aantrekkingskracht komt het oplossen van zouten tot stand. Als ionen niet worden aangetrokken door water, is het zout dat uit die ionen bestaat slecht oplosbaar.

b)

De kracht van de binding tussen ionen is afhankelijk van ionlading en -grootte. Als die factoren optimaal zijn, is de binding tussen de ionen zo sterk, dat de aantrekkingskracht van water met de ionen daar niet voor kan compenseren, het zout is dan slecht oplosbaar.

c)

Als een zout veel ruimte in zijn kristalrooster heeft, gaat het water juist daar zitten en blijven de ionen op hun plek. Er ontstaat dan een hydraat, deze zouten zijn slecht oplosbaar.