Worksheetsoefenen woordjes bk1
Total questions: 10
Worksheet time: 5mins
Name
Class
Date
1.
Wat betekent: to come true
a)
uitwonen
b)
uitleven
c)
uitkomen
d)
uitgeven
2.
vink de dieren aan
a)
goat
b)
zoo
c)
cat
d)
fox
e)
rabbit
3.
Wat betekent: invitation
a)
uitnodiging
b)
aanmelding
4.
Wat betekent: season
a)
traditie
b)
seizoen
5.
Schrijf de betekenis op van: fireworks
(a)
6.
Wat betekent: parade?
a)
paardenrace
b)
paraderen
c)
aankomst
d)
optocht
7.
Wat is pet-friendly?
a)
aaibaar
b)
vriendelijk voor hoeden
c)
huisdiervriendelijk
d)
huisdierenopvang
8.
met welke woorden heb je te maken als je een hond hebt?
a)
bark
b)
bite
c)
bone
d)
to walk (a dog)
9.
Wat betekent : to walk (a dog)
(a)
10.
Wat betekent: to fly
a)
varen
b)
rijden
c)
rennen
d)
huppelen
e)
vliegen
100 %
