wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Commercieel beleid 2 herhaling 1

Total questions: 13

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

Welke functies van het assortiment kennen wij?

(meerdere antwoorden mogelijk)

a)

Kernassortiment

b)

Randassortiment

c)

Proefassortiment

d)

Uitloopassortiment

2.

Wat is het doel van het voeren van een randassortiment?

(meerdere antwoorden mogelijk)

a)

Testen of het assortiment nog voldoet aan de wensen van de klant.

b)

Imago van de winkel versterken.

c)

Artikelen waar weinig vraag is aanbieden voor de happy vieuw

d)

Anbieden als extra service

e)

Vorm van klantenbinding.

3.

De hoogte van het assortiment houdt in:

a)

Het aantal verschillende varianten binnen een artikelgroep.

b)

De producten van het assortiment hebben allemaal verschillende prijzen.

c)

De hoogte van het assortiment hangt samen met het aantal artikelen dat een winkel in voorraad heeft.

d)

Gaat om de hoeveelheid artikelen binnen de artikelgroep

4.

Wat wordt er bedoeld met trading-down?

a)

De gehele winkelformule naar een lager plan brengen.

b)

Het toevoegen van goedkopere productvariateiten aan je bestaande assortiment.

c)

Onderhandelen met de leverancier om de inkoopprijs van het product te verlagen waardoor de verkoopprijs op een lager niveau kan komen te liggen.

d)

Alle arikelen die op de tweede verdiepeing staan verplaatsen naar de eerste verdieping. Je plaats ze een trede down.

5.

Wat wordt er bedoeld met parallellisatie?

a)

Het gezond maken van het assortiment door artikelen te verwijderen.

b)

Het toevoegen van producten aan het assortiment.

c)

Het versmallen van je assortiment. Je haalt producten uit je assortiment waardoor je een speciaalzaak wordt.

d)

Het toevoegen van een randassortiment aan je kernassortiment.

6.

Coca cola wil op zo veel mogelijk plaatsen worden verkocht. iedere wereldburger met binnen 3 km afstand zij van een koel blikje, flesje of petfles coca cola.


Waar is bovenstaande een voorbeeld van?

a)

Intensieve distributie

b)

Selectieve distributie

c)

Exclusieve distributie

d)

Maximale distributie

7.

Welke formule kan je gebruiken voor het brutorendement?

(meerdere antwoorden mogelijk)

a)

( brutowinst / gemiddelde voorraad tegen inkoopprijzen ) x 100%

b)

Inkoopwaarde van de omzet / gemiddelde voorraaden tegen inkoopprijzen

c)

jaarafzet / gemiddelde voorraad

d)

omloopsnelheid x brutowinst in % van de inkoop

8.

Voor het kopen van een artikel doet een klant veel moeite.

De klant orienteert op internet. Houdt advertenties in de gaten en bezoekt verschillende winkels voordat tot koop wordt over gegaan.


Om wat voor type product gaat het?

a)

Shopping goods

b)

convencience goods

c)

complementaire goods

d)

specialty goods

9.

Het Kruidvat verkoopt een scheermes met drie razerblades voor € 10,55 inclusief 21% btw.

De inkoopprijs exclusief 21% btw bedraagt € 3,66

De afzet is 10.000 stuks.

De voorraad aan het begin van de periode is € 12.000 en aan het einde van de periode € 15.000


Bereken het brutorendement.

a)

510,4%

b)

374%

c)

3,74%

d)

5,10%

10.

Een winkel heeft een merk in haar assortiment. Klanten moeten speciaal voor dat merk naar die winkel. Anderen verkopen dat merk niet.


Om wat voor merk gaat het hier?

a)

A-merk

b)

Paraplu merk

c)

Winkelmerk

d)

B-merk

11.

Voordat de nieuwe IKON-camarawatch bij de consument terecht komt wordt het eerst geimporteerd door de importeur. Vervolgens wordt het aan verschillende groothandels uitegeleverd en komt het via vertegenwoordigers bij de winkel terecht.


Bovenstaand is een voorbeeld van:

a)

Het indirecte distributiekanaal lang.

b)

Het indirecte distributiekanaal kort.

c)

Het directe distributiekanaal lang.

d)

Het directe distributiekanaal.

12.

IKON de producent van de IKON camerawatch stuurt veel demo watches met POS materiaal naar de winkeliers en groothandels. Bij de eerste bestellingen kijgt met een korting van 10% op alle modellen.


Waarvan is bovenstaande een voorbeeld?

a)

Pushstrategie.

b)

Pullstrategie.

c)

Kortingstrategie.

d)

kanslozestrategie.

13.

De groei van een artikel gaat vertagen. De vertgraagde afzet leidt tot overcapaciteit en tot heftige concurrentie. De meeste potentiele klanten hebben het product al aangeschaft.


In welke fase van de product levenscyclus is dit product beland.

a)

Introductiefase

b)

Groeifase

c)

Rijpheidsfase

d)

Verzadigingsfase

e)

Neergang