Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Vwo 2 vermogen en capaciteit

Total questions: 12

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Bereken het vermogen van een lampje als er een spanning van 5 volt op staat en een stroomsterkte van 10A.


 P=U⋅IP=U\cdot I  

a)

5W

b)

50W

c)

0.5W

d)

15W

2.

Bereken de stroomsterkte van een tosti-ijzer als er een spanning van 230 volt op staat en het tosti-ijzer een vermogen heeft van 1200 Watt.


 P=U⋅IP=U\cdot I  

a)

5.2A

b)

0.19A

c)

27600A

d)

1430A

3.

Bereken de spanning van een oven als er een stroomsterkte van 6.5 Ampère door gaat en het tosti-ijzer een vermogen heeft van 1500 Watt.


 P=U⋅IP=U\cdot I  

a)

4.3mV

b)

1506.5V

c)

9750V

d)

230V

4.

Bereken de Capaciteit van de batterij als de stroomsterkte 50 mA is en de tijd 5 uur.

 C=I⋅tC=I·t  

a)

55 mAh

b)

45 mAh

c)

250 mAh

d)

10 mAh

5.

Bereken de stroomsterkte van de batterij als de capaciteit 2000 mAh is en de tijd 4 uur.

 C=I⋅tC=I·t  

a)

500mA

b)

8000mA

c)

0.002mA

d)

2004mA

6.

Hoe lang kan de powerbank met een capaciteit van 5000 mAh een mobiel opladen wat een stroomsterkte van 50 mA nodig heeft.

 C=I⋅tC=I·t  

a)

10 uur

b)

25000 uur

c)

1000 uur

d)

100 uur

7.

Welk antwoord is gelijk aan: 200 mA

a)

200A

b)

200kA

c)

0.2A

d)

200 000A

8.

Welk antwoord is gelijk aan: 50 V

a)

0.05 mV

b)

50 V

c)

5000 mV

d)

500 000 mV

9.

Welk antwoord is gelijk aan: 250 ohm

a)

250 kilo ohm

b)

0.25 kilo ohm

c)

2.5 kilo ohm

d)

250 000 kilo ohm

10.

Welk antwoord is gelijk aan: 10 Ah

a)

100 mAh

b)

10 000 mAh

c)

0.01 mAh

d)

0.1 mAh

11.

Waar staan de symbolen voor in de onderstaande formule?

 P=U⋅IP=U\cdot I  

a)

P= paardekracht, U= spanning, I= stroomsterkte

b)

P = vermogen, U = spanning, I = stroomsterkte

c)

P = vermogen, U = spanning, I = Intensiteit

d)

P = vermogen, U = uier, I = stroomsterkte

12.

Waar staan de symbolen voor in de onderstaande formule?

 C=I⋅tC=I·t  

a)

C = Capaciteit, U = uier, t = tijd

b)

C = Captain, U = spanning, t = tijd

c)

C = Capaciteit, U = spanning, t = tijd

d)

C = Capaciteit, U = spanning, t = transformator