wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Het ademhalingsstelsel

Total questions: 25

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.

De verbinding tussen de luchtpijptak en de longblaasjes?

a)

De luchtpijptak

b)

De luchtpijptakjes

c)

De luchtpijp

d)

De slokdarm

2.

Verbinding tussen de neusholte en keelholte?

a)

De luchtpijptak

b)

De slokdarm

c)

De luchtpijp

d)

De slokdarm

3.

Roze ademhalingsorgaan dat bestaat uit verschillende lobben?

a)

De lever

b)

De galblaas

c)

De longen

d)

De neusholte

4.

Zeer kleine blaasjes met een heel dunne wand, ze zijn omgeven door bloedvaatjes?

a)

De dunne darm

b)

De lcuhtpijptakjes

c)

De longblaasjes

d)

De luchtpijp

5.

De plaats waar de lucht in het ademhalingsstelsel komt?

a)

De longen

b)

De neusholte

c)

De luchtpijp

d)

De slokdarm

6.

De vertakkingen van de luchtpijp?

a)

De luchtpijptakken

b)

De luchtpijp

c)

De longbaasjes

d)

De luchtpijptakjes

7.

Beenachtige versteviging die de luchtpijp openhoudt?

a)

Kraakbeen

b)

Kraakbeenringen

c)

Kraakbeenringkraak

d)

Krakende beenringen

8.

Welke uitspraak is juist?

a)

Bij het ademen neem je lucht op en sta je lucht af

b)

Als je ademt komt de lucht ook in je lever

c)

Ademen is tweemaal inademen en eenmaal uitademen

9.

Het ademritme is ...

a)

Het aantal ademhalingen

b)

Het aantal ademhalingen per uur

c)

Het aantal ademhalingen per seconden

d)

Het aantal ademhalingen per minuut

10.

Juist of fout: Bij het ouder worden stijgt het ademritme?

a)

Juist

b)

Fout

11.

Juist of fout: het ademvolume is groter dan dat van meisjes?

a)

Juist

b)

Fout

12.

Juist of fout: leerlingen die aan sport doen hebben een kleiner ademvolume?

a)

Juist

b)

Fout

13.

Juist of fout: leerlingen die een blaasinstrument bespelen, hebben een kleiner ademvolume?

a)

Juist

b)

Fout

14.

Het ademvolume is ...

a)

Is de hoeveelheid lucht die per ademhaling in de longen wordt opgenomen en afgegeven

b)

Is de hoeveelheid lucht die per ademhaling in de longen wordt opgenomen

c)

is de hoeveelheid lucht die per ademhaling in de longen wordt afgegeven

d)

is de grootste hoeveelheid lucht die per ademhaling in de longen wordt opgenomen

15.

Als ik weet dat de aanwezigheid van zuurstofgas de verbranding mogelijk maakt besluit ik dat:

a)

Uitgeademde lucht minder zuurstofgas bevat dan ingeademde lucht

b)

Uitgeademde lucht evenveel zuurstofgas bevat als ingeademde lucht

c)

Uitgeademde lucht meer zuurstofgas bevat dan ingeademde lucht

d)

Uitgeademde lucht geen zuurstofgas bevat

16.

Als ik weet dat kalkwater troebel wordt bij aanwezigheid van koolstofdioxide besluit ik dat:

a)

Uitgeademde lucht minder koolstofdioxide bevat dan ingeademde lucht

b)

Uitgeademde lucht evenveel koolstofdioxide bevat als ingeademde lucht

c)

Uitgeademde lucht meer koolstofdioxide bevat dan ingeademde lucht

d)

Uitgeademde lucht minder koolstofdioxide bevat

17.

Uitgeademde lucht is ... dan ingeademde lucht

a)

Kouder

b)

Warmer

c)

Mooier

d)

Heeft dezelfde temperatuur

18.

Uitgeademde lucht bevat ... dan ingeademde lucht:

a)

Meer vocht

b)

Minder vocht

c)

Meer stikstof

d)

Minder stikstof

19.

In welk deel van de longen vindt de gaswisseling plaats?

a)

De luchtpijp

b)

De luchtpijptakjes

c)

De luchtpijptakken

d)

De longblaasjes

20.

Hoe nomen we de kleine bloedvaten rond de longblaasjes?

a)

Zeer dunne bloedvaatjes

b)

Haarvaten

c)

Kleine vaatjes

d)

Harige vaatjes

21.

Welke 3 schadelijke stoffen zitten er in een sigaret?

a)

Koolstofdioxide, Nicotine, teer

b)

Teer, nicotine, koolstofmonoxide

c)

Nicotine, Co2, Asfalt

22.

Welke stof zorgt voor de verslaving?

a)

Nicotine

b)

Teer

c)

Koolstofdioxide

d)

Koolstofmonoxide

23.

Welke stof zorgt vergroot de kans op longkanker en hartziekten?

a)

Koolstofmonoxide

b)

Koolstofdioxide

c)

Teer

d)

Nicotine

24.

Hoe kun je je ademvolume vergroten?

a)

Door te sporten

b)

Door te koken

c)

Door te klagen in de klas

d)

Door ruzie te maken

25.

Wat vond jij van deze quiz?

a)

Zeer leuk

b)

Leuk

c)

Neutraal

d)

Minder leuk

e)

Helemaal niet leuk