NEW
Font size
WorksheetsK3A stam wwspelling sterke en zwakke ww
Total questions: 42
Worksheet time: 36mins
Hoe schrijf je de stam van een werkwoord?
ik-vorm
hele werkwoord -en
hele werkwoord +en
geen van deze drie
Verleden tijd
Gisteren (plukken) ............. ik de appels.
plokte
plukde
pluktte
plukte
Verleden tijd
Toen (ontpitten) .......... ik ze vakkundig.
ontpite
ontpitte
ontpitten
ontpit
Verleden tijd
De smaak (verrassen) ..... me heel erg.
verraste
verraste
verrastte
verrasste
Verleden tijd
Het verlegen kind (durven) ... niet binnen komen.
durvde
durfte
durfden
durfde
Verleden tijd
Het meisje (beantwoorden) ... die vraag ontzetten snel.
beantwoorden
beantwoordden
beantwoordde
beantwoorde
(missen)
Ik ........ mijn trein en kwam te laat
mistte
miste
misde
mis
De gletsjer op de Mount Everest (ontdooien) in snel tempo.
ontdooit
ontdooid
ontdooidt
ontdooitd
Gisteren (zijn) ik ziek.
is
ben
was
waren
Wij (slapen) in de les.
slaap
sliep
slapen
sliepen
Wat is de stam van 'pakken'?
pak
pakke
pakk
pakt
Wat is de stam van 'bewijzen'?
bewijs
bewijze
bewijst
bewijz
Welke stam is fout geschreven?
halen-hal
smoezen-smoez
lezen-lez
zwemmen-zwem
Welke stam is fout geschreven?
slapen-slap
beroven-beroov
leven-lev
raken-rak
Welke stam is ook de ik-vorm?
leven-lev
kammen-kamm
roepen-roep
niezen-niez
Wat is de stam van krabben?
krab
krabb
kraab
krabde
Wat is de stam van 'gniffelen'?
gniffel
gnifel
gniffelt
gniffeld
Wat is de ik-vorm van 'reizen'?
reiz
reisde
reis
reist
Geef aan of het werkwoord in de volgende zin een zwak of sterk werkwoord is. Hij liep naar de auto.
Zwak werkwoord
Sterk werkwoord
Geef aan of het werkwoord in de volgende zin een zwak of sterk werkwoord is. Hij zwom in de sloot.
Zwak werkwoord
Sterk werkwoord
Geef aan of het werkwoord in de volgende zin een zwak of sterk werkwoord is. Hij bakt gebakjes.
Sterk werkwoord
Zwak werkwoord
Juist of onjuist? Om te bepalen of een zwak werkwoord op -te(n) of -de(n) eindigt, kijk je naar de klinkers in 't Ex-kofschip
Juist
Onjuist
Geef de juiste vervoeging in de verleden tijd ik-vorm van het werkwoord bijten.
Ik bijtte
Ik bijte
Ik beet
Wat is het verschil tussen zwakke en sterke werkwoorden in de verleden tijd?
Bij zwakke werkwoorden verandert de klank en bij sterke werkwoorden niet.
Bij sterke werkwoorden verandert de klank en bij zwakke werkwoorden niet.
Geef aan welke vervoeging in de verleden tijd juist is.
Wij speeldden
Wij speelden
Geef aan welke vervoeging in de verleden tijd juist is.
Zij raaden
Zij raden
Zij raadden
de kikker (springen) .... in de sloot en (glijden) ... uit (vt)
sprongde, gleedde
sprong, gleed
springde, glood
spring, glijdde
hij (willen) .... graag naar een pretpark maar dat (vinden) .... zijn moeder niet zo goed idee (tt)
wilt, vindt
wildt, vind
wil, vond
Vorige week (zijn) ... ik in de stad en (kopen) ... ik spullen (vt)
is, kopen
was, koopte
was, kocht
zijn, kocht
Wanneer gebruik je de medeklinkers van ’t ex-fokschaap?
bij de pv tt van sterke werkwoorden
bij de pv tt van zwakke werkwoorden
bij de pv vt van sterke werkwoorden
bij de pv vt van zwakke werkwoorden
Vul de persoonsvorm tegenwoordige tijd in.
Het (gebeuren) .......... zelden dat jij je mond houdt.
gebeurd
gebeurt
gebeurdt
gebeurde
Vul de persoonsvorm tegenwoordige tijd in.
(braden) .............. jij alvast de hamburgers?
braai
braadt
braad
berad
Vul de persoonsvorm tegenwoordige tijd in.
Het (gebeuren) .......... zelden dat jij je mond houdt.
gebeurd
gebeurt
gebeurdt
gebeurde
Vul de persoonsvorm tegenwoordige tijd in.
De arts (verbinden) ............ zijn knie.
verbindt
verbint
verbond
verbind
Zij beantwoor... alle vragen op de juiste manier.
beantwoordt
beantwoord
beantwoort
