wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Opname, opslag en uitscheiding

Total questions: 25

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.
Hoe heet nummer 1?
a)
nierbekken
b)
nierschors
c)
niermerg
d)
uirineleider
2.

Waar bestaat urine uit?

(meerdere antwoorden zijn goed)

a)

water

b)

gele stoffen

c)

overtollige zouten

d)

schadelijke stoffen

e)

suikers

3.

Wat is de functie van de nierbekken?

a)

filteren van het bloed

b)

filteren van urine

c)

verzamelen van urine

4.

Wat zijn de zuiveringsinstallaties van je lichaam?

a)

lever en maag

b)

lever en nieren

c)

maag en nieren

d)

lever, maag en nieren

5.

Kijk goed naar dit plaatje. Welke naam hoort bij nummer 7?

a)

Urinebuis

b)

Urineleider

6.

De taak van het niermerg is ...

a)

het maken van urine

b)

het verzamelen van urine

c)

het zuiveren van bloed

7.
Hoe heet het vocht dat zich bevindt tussen de cellen van organen?
a)
Orgaanvocht.
b)
Weefselvloeistof.
c)
Lymfe.
d)
Bloed
8.
Het weefselvloeistof vormt samen met het .... het  interne milieu.
a)
Bloedplasma
b)
Lymfe
c)
Speeksel
d)
Water
9.
In de lever wordt ... opgeslagen.
a)
Glycogeen
b)
Vet
c)
Water
d)
Bloed
10.
Insuline zet ... om in ...
a)
Glycogeen om in glucagon.
b)
Glycogeen om in glucose.
c)
Glucose om in glycogeen.
d)
Glucagon om in glycogeen.
11.
Glucagon zet ... om in ..
a)
Glucose om in glycogeen.
b)
Glycogeen om in glucose.
c)
Glucose om in glycogeen.
d)
Glycogeen om in glucagon.
12.

In de spieren is een voorraad brandstof opgeslagen, die bij inspanning kan worden gebruikt.

In welke vorm is brandstof in spieren opgeslagen?

a)

In de vorm van glucose

b)

In de vorm van glycogeen

c)

In de vorm van zetmeel

13.

Met welke letter wordt het niermerg aangegeven?

a)

P

b)

Q

c)

S

d)

U

14.

Eén van de stoffen die door het bloed uit de lever worden afgevoerd, is ureum. Ureum is een afvalstof die ontstaat als de lever eiwitten afbreekt.


Door welk orgaan of door welke organen wordt ureum uitgescheiden?

a)

Door de endeldarm

b)

Door de galblaas

c)

Door de lever

d)

Door de nieren

15.
Uit welke twee lagen bestaat de opperhuid?
a)
opperhuid en kiemlaag
b)
hoornlaag en opperhuid
c)
hoornlaag en kiemlaag
d)
kiemlaag en lederhuid
16.

Welk nummer is de zweetklier

a)

6

b)

3

c)

8

d)

5

17.
Het drukzintuig is een onderdeel van de huid.
a)
Juist
b)
Onjuist
18.

Welke functie heeft talg?

a)

Droogt de huid en het haar uit, voorkomt dat het haar vet wordt

b)

Het is vettig en houdt de huid met haren soepel

19.

Wat gebeurt er bij kippenvel?

a)

De haarspiertjes trekken samen. De haren op de huid gaan rechtop staan. Tussen de haren komt een isolerende luchtlaag.

b)

De haarspiertjes ontspannen. De haren op de huid gaan op de huid liggen. Tussen de haren komt een isolerende luchtlaag.

c)

De haarspiertjes trekken samen. De haren op de huid gaan op de huid liggen. Tussen de haren komt niks.

d)

De haarspiertjesontspannen. De haren op de huid gaan rechtop staan. Tussen de haren komt niks.

20.

Als je het warm krijgt worden de bloedvaten:

a)

wijder, er stroomt meer bloed door de bloedvaten. Daardoor geeft het bloed meer warmte af aan de huid en koel je af.

b)

Nauwer, er stroomt meer bloed door de bloedvaten. Daardoor geeft het bloed meer warmte af aan de huid en koel je af.

21.

Bloedvat A is een

a)

slagader

b)

ader

c)

haarvat

22.
Ziekteverwekkers worden gedood door ?
a)
Witte bloedcellen
b)
Rode bloedcellen
c)
Bloedplaatjes
d)
Bloedplasma
23.

Via welke organen kunnen we stoffen opnemen in het inwendig milieu?

a)

longen

b)

huid

c)

nieren

d)

darmen

24.
Dankzij zweetklieren kan je lichaam afkoelen.
a)
Juist
b)
Onjuist
25.

Wat is GEEN functie van de huid?

a)

Beschermen tegen uitdroging, tegen de zon en tegen het binnendringen van vuil en ziekteverwekkers.

b)

heeft invloed op de temperatuurregeling van het lichaam.

c)

Het is een zintuig voor warmte, kou, druk, tast en pijn

d)

het regelt de bloedsomloop zodat overal voldoende bloed met zuurstof en voedingsstoffen terecht komt. Dit zorgt voor een mooiere huid