wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Criminaliteit - de rechtsstaat (Methode M)

Total questions: 10

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Wat is een juiste omschrijving van het begrip rechtsstaat?

a)

Een land waarin de rechten van de burgers door de grondwet worden beschermd

b)

Een land waarin de macht bij de burgers ligt

c)

Een land waarin burgers direct invloed hebben op de besluitvorming

d)

Een land waar één persoon of een groep de baas is.

2.

Wat is een goed voorbeeld van het begrip rechtsgelijkheid?

a)

De politie geeft bij een aanhouding aan waarvan van je verdacht wordt

b)

De rechter geeft jou alleen een straf die in de wet staat

c)

De belangrijkste wet in ons land

d)

Artikel 1 van de Grondwet

3.

Wie bepaalt wat wel en niet strafbaar is in Nederland?

a)

De Tweede Kamer

b)

De regering

c)

De rechters

d)

De officier van justitie

4.

De politie is onderdeel van de scheiding van machten. De politie behoort tot de.....................

a)

Wetgevende macht

b)

Uitvoerende macht

c)

Rechterlijke macht

5.

Het parlement behoort tot de?

a)

Wetgevende macht

b)

Uitvoerende macht

c)

Rechterlijke macht

6.

Wie leidt het opsporingsonderzoek?

a)

De rechter

b)

De officier van justitie

c)

De politie

7.

Kies twee zaken uit waar een verdachte recht op heeft.

a)

De verdachte mag niet in hoger beroep gaan

b)

De verdachte mag zwijgen

c)

De verdachte mag maar twee uurtjes worden vastgehouden

d)

De verdachte heeft recht op bijvoorbeeld een pro deo advocaat

8.

Het ervoor zorgen dat mensen wetten naleven heet

a)

Rechtshandhaving

b)

Rechtsbescherming

9.

Wat is GEEN voorbeeld van rechtshandhaving?

a)

Een verdachte arresteren

b)

Sporen onderzoek doen

c)

Een verdachte straffen

d)

Een verdachte privacy geven

10.

Wat is een voorbeeld van rechtsbescherming?

a)

Mo en Jan krijgen allebei dezelfde straf van de rechter want ze hebben namelijk hetzelfde strafbare feit gepleegd

b)

De rechter kan jou alleen een straf geven die in het Wetboek van Strafrecht staat

c)

De politie geeft jou een boete omdat je door rood ligt rijdt.

d)

Bij een verhoor van de politie heb je als verdachte het recht om te zwijgen