Font size
WorksheetsWERKWOORDSPELLING
Total questions: 20
Worksheet time: 10mins
[timmeren]
Jan ..... gisteren een mooie boomhut in de achtertuin.
Wat moet op de stippen staan?
timmert
timmeren
timmerde
timmerden
[fietsen]
Tekla ..... gisteren naar een vriendinnetje toe om met haar te spelen.
Wat moet op de stippen staan?
fietste
fietst
fietsen
fietsen
[bezoeken]
Jan en Yusf ..... van de week een de oma van Yusf om boodschappen te brengen.
Wat moet op de stippen staan?
bezoeken
bezocht
bezoekt
bezochten
[komen]
Xi-Ling en Wanghu Jan ..... 10 jaar geleden met hun ouders naar Nederland om hier te wonen.
Wat moet op de stippen staan?
komen
kwamen
kwam
komt
[tekenen]
Hassan (a) in de les een mooie tekening voor de juf.
Wat komt er op de stippen? Schrijf het op.
[graven]
Hans (a) straks een gat.
Wat komt er op de stippen? Schrijf het op.
[zoeken]
Vandaag (a) Fatima iemand om mee te spelen.
Wat komt er op de stippen? Schrijf het op.
[lopen]
Over 10 minuten (a) Fréderique een 60m wedstrijd op de atletiekbaan.
Wat komt er op de stippen? Schrijf het op.
Wat hebben de vorige vier antwoorden met elkaar gemeen. Ze staan in de tegenwoordige tijd en ze hebben allemaal ....?
[hebben]
Danice, .... je nog een vraag voor mij?
Wat moet op de stippen staan?
hebt
heeft
heb
hebben
[werken]
Daniël, .... je broer Willem nog in de supermarkt?
Wat moet op de stippen staan?
werkt
werk
werken
werkte
[werken]
Daniël, .... je nog in de supermarkt?
Wat moet op de stippen staan?
werkt
werk
werken
werkte
[hebben]
Danice, .... je broer Willem nog een vraag voor mij?
Wat moet op de stippen staan?
hebt
heeft
heb
hebben
Fritas sliep gisteren bij haar broer op zolder.
Zet de persoonsvorm in een andere tijd?
(a)
Wiegert en Anko wonen in Friesland.
Zet de persoonsvorm in een andere tijd?
(a)
Onze zaak draaide verlies.
Zet de persoonsvorm in een andere tijd?
(a)
Soms kregen de kinderen van Mohamed een snoepje van opa en oma.
Zet de persoonsvorm in een andere tijd?
(a)
Opa Hendrik trouwt met Francine.
Zet de persoonsvorm in een andere tijd?
(a)
De kinderen van groep 6a schrijven de antwoorden in hun schrift.
Zet de persoonsvorm in een andere tijd?
(a)
Op welke manier vind je geen persoonsvorm?
tijdsproef
vraagproef
getalsproef
spelsproef
