wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Blok 4 spelling, 1B

Total questions: 25

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

De coach wil zondag zeker winnen.

a)

Deze zin staat in de tegenwoordige tijd

b)

Deze zin staat in de verleden tijd

2.

Meike heeft de koffie koud laten worden

a)

Deze zin staat in de tegenwoordige tijd

b)

Deze zin staat in de verleden tijd

3.

Ik hielp de jongen overeind na zijn val.

a)

Deze zin staat om de tegenwoordige tijd

b)

Deze zin staat in de verleden tijd

4.

Zet de volgende zin in de andere tijd: 'klas 1b maakt de toets erg goed'

(a)  

5.

Zet de volgende zin in de andere tijd: 'de hardlopers sprintten de laatste 500 meter naar de finish.'

(a)  

6.

Het vliegtuigje ... (zweven) gisteren boven de velden.

(a)  

7.

De jongens ... (wassen) afgelopen dinsdag de auto.

(a)  

8.

De auto ... (starten) afgelopen weekend niet door de kou.

a)

starten

b)

startten

c)

starte

d)

startte

9.

De buren ... (verhuizen) ongeveer een jaar geleden.

a)

verhuisten

b)

verhuisde

c)

verhuisden

d)

verhuisdden

10.

Selecteer de persoonsvormen verleden tijd die correct zijn gespeld (dit kunnen er dus meer zijn).

a)

Mijn broer krabde

b)

De makelaar verlengde

c)

Hij hoeste

d)

Het meisje voert

11.

Gisteren ... (landen) het vliegtuig op Schiphol.

(a)  

12.

Helaas heeft hij zijn kans ... missen

a)

gemisd

b)

gemisdt

c)

gemist

13.

Het jongetje is op zijn verjaardag flink ... (verwennen).

a)

verwenden

b)

verwent

c)

verwendt

d)

verwend

14.

Tijdens het potje poker werd er veel ... (bluffen).

a)

geblufd

b)

geblufdt

c)

gebluft

15.

Selecteer de correct gespelde voltooid deelwoorden (dit kunnen er dus meerdere zijn).

a)

gespeelt

b)

gevolgt

c)

gebeurt

d)

gehuild

16.

Wat is het meervoud van 'idee'?

(a)  

17.

Het meervoud van 'baby' is...

a)

babies

b)

babys

c)

baby's

d)

babie's

18.

Het meervoud van 'huis' is ...

(a)  

19.

Het meervoud van 'onweer' is ...

a)

onweren

b)

onweers

c)

dit woord heeft geen meervoud

d)

onwaaiers

20.

Waarom schrijven we het meervoud van oma als oma's?

a)

Omdat je na een klinker altijd 's schrijft

b)

Omdat 'omaas' niet mooi staat

c)

Omdat er anders een probleem in de uitspraak ontstaat

d)

Omdat oma eindigt op een medeklinker

21.

Selecteer correcte meervouden (dit kunnen er dus meerdere zijn)

a)

blokken

b)

hobbys

c)

hotels

d)

reeën

22.

Selecteer de correct gespelde woorden (dit kunnen er dus meerdere zijn).

a)

psygoloog

b)

zechen

c)

vlegten

d)

algen

23.

In het zwembad zit veel ...loor.

a)

gloor

b)

ggloor

c)

chloor

24.

Vlees koop je bij de sla...er.

a)

slager

b)

slacher

c)

slagger

25.

Het nieuws...ierige meisje gluurde door de gordijnen.

a)

nieuwschierige

b)

nieuwsgierige

c)

nieuwsggierige