Font size
WorksheetsHoofdstuk 3 G2B
Total questions: 26
Worksheet time: 17mins
Wat is een ander woord voor hoofdpersoon?
(a)
Wat is een ander woord voor bijpersoon?
(a)
In een betoog staan...
meningen
feiten
meningen en feiten
Zijn de volgende stellingen waar of niet waar?
1. Een betoog heeft een driedeling.
2. In het slot wordt nieuwe informatie gegeven.
3. In de kern worden argumenten genoemd.
1, 2 en 3 zijn waar
1, 2 en 3 zijn niet waar
1 en 3 zijn waar
2 en 3 zijn waar
Welke leesstrategie zet je in bij het lezen van een betoog?
(a)
Een ander woord voor lijdend is...
bedrijvend
passief
actief
Een ander woord voor bedrijvend is...
lijdend
actief
passief
Welke kenmerken horen bij een lijdende zin?
Bevat altijd een LV
Bevat altijd een door-bepaling
Bevat een vorm van worden/zijn
Het OND doet iets
Welke kenmerken horen bij een bedrijvende zin?
Actieve zin
Het OND ondergaat iets
Bevat een LV
Bevat een door-bepaling
Bevat geen LV
Bedrijvend of lijdend?
De stoel wordt door de jongen verschoven.
lijdend
bedrijvend
Bedrijvend of lijdend?
De kinderen zetten de boeken in de kast.
lijdend
bedrijvend
Bedrijvend of lijdend?
Jimmy heeft de druiven opgegeten.
lijdend
bedrijvend
Bedrijvend of lijdend?
De televisie werd door zijn zus aangezet.
lijdend
bedrijvend
Wel of geen door-bepaling?
Ze lopen door de lege straten heen.
Wel
Niet
Wel of geen door-bepaling?
Het werk wordt door stoere brandweermannen gedaan.
Wel
Niet
Werkwoordelijk gezegde of naamwoordelijk gezegde?
De man schijnt zijn zaklamp in mijn gezicht.
Werkwoordelijk gezegde
Naamwoordelijk gezegde
Werkwoordelijk gezegde of naamwoordelijk gezegde?
Zij schijnt een hele goede schrijfster te zijn.
Werkwoordelijk gezegde
Naamwoordelijk gezegde
Welke werkwoorden zijn koppelwerkwoorden?
heten
blijken
hebben
geven
lijken
Wat is in onderstaande zin het meewerkend voorwerp?
Het meisje geeft het voer aan de kippen.
(a)
Zet deze zin in een lijdende vorm
De vrienden spelen het spelletje.
(a)
Zet deze zin in een bedrijvende vorm
De vraag wordt door Kees erg snel opgelost.
(a)
Geef het tegenwoordig deelwoord van het woord zwemmen.
(a)
Geef het tegenwoordig deelwoord van praten.
(a)
Zet de leestekens op de juiste plek in het woord 'deja vu'.
(a)
Zet de leestekens op de juiste plek in het woord 'dagcreme'.
(a)
Welke van de twee woordcombinaties geeft een vorm van assonantie?
zoete zorg
blauw grauw
