wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

M4 H2 Bevolking&Ruimte 2.1 t/m 2.7

Total questions: 14

Worksheet time: 12mins

Name
Class
Date
1.

Het minimum aantal mogelijke klanten dat nodig is ome en voorziening rendabel te maken

a)

Voorziening

b)

Verzorgingsgebied

c)

Drempelwaarde

d)

Reikwijdte

2.

Waarom nam tussen 1950 en 2015 de mobiliteit in Nederland sterk toe?

a)

Men kreeg meer kinderen en meer vakantie dagen

b)

Men kreeg meer salaris dus er was meer welvaart

c)

Er kwam meer welvaart in Nederland en meer vrije tijd

3.

De toegenomen mobiliteit in ons land heeft ook negatieve gevolgen.

Welke zijn dat?

a)

Meer bewegingsruimte voor de bevolking

b)

Congestie, dus meer files

c)

Je hoeft niet meer in dezelfde plaats te gaan wonen als dat je werkt

d)

Meer milieu vervuiling

4.

Sommige ziekenhuizen specialiseren zich in bepaalde ingrepen.

Welk gevolg heeft dat voor de reikwijdte en het verzorgingsgebied?

a)

De reikwijdte neemt toe en het verzorgingsgebied blijft gelijk

b)

De reikwijdte neemt toe en het verzorgingsgebied wordt groter

c)

De reikwijdte blijft gelijk en het verzorgingsgebied blijft gelijk

d)

De reikwijdte blijft gelijk en het verzorgingsgebied wordt groter.

5.

In Nederland zijn veel Surinaamse en Antilliaanse migranten. In Duitsland bijna niet.

Geef hiervoor een verklaring.

a)

In Nederland ligt dichtbij de zee, daar komen de mensen eerder aan.

b)

Dit zijn migranten uit oud-koloniën van Nederland, zij hebben geen band met Duitsland.

c)

Na de tweede wereld oorlog wilde niemand meer in Duitsland wonen

6.

België grenst zowel aan Nederland als aan Duitsland. Toch wonen er relatief meer Belgische migranten in Nederland dan in Duitsland.

Geef hiervoor twee redenen.

a)

België deelt een groter deel van de grens met Nederland.

b)

Na de tweede wereld oorlog wilden er geen mensen meer in Duitsland wonen

c)

Nederland ligt dichtbij

d)

Een groter deel van de Belgen spreekt Nederlands (Vlaams) dan Duits.

Inleveren

7.

Vooral op het platteland krimpt de bevolking, in de stad groeit de bevolking.

a)

Juist

b)

Onjuist

8.

Een winkelier klaagt: ‘Er wonen hier bijna alleen maar bejaarden. Alle jonge gezinnen trekken weg. De kinderen die hier nog wonen moeten met een speciaal busje naar school want de basisschool is vorig jaar gesloten.’

Over welk gebied heeft de winkelier het? Kies het juiste antwoord.

a)

Over het centrum van de stad

b)

Over de buitenwijk van de stad

c)

Over het platteland dicht bij de stad

d)

Over het platteland ver van de stad

9.

De stad Leipzig vond het belangrijk voor zijn ontwikkeling dat er nieuwe wegen en spoorlijnen aangelegd werden.

Waarom is het voor een stad belangrijk dat de infrastructuur goed ontwikkeld is? Kies het juiste antwoord

a)

Daardoor wordt de drempelwaarde voor de voorzieningen verhoogd.

b)

Daardoor wordt de reikwijdte van de voorzieningen in de stad vergroot.

c)

Daardoor wordt het verzorgingsgebied van de stad kleiner.

d)

Daardoor neemt het forensisme rond de stad af.

10.

Wanneer was de babyboom in Duitsland?

a)

1945-1955

b)

1955-1964

11.

De totale bevolkingsgroei in Duitsland zal ....

a)

Toenemen

b)

Afnemen

12.

Het industriegebied van Duitsland heet?

a)

Het Ruhrgebied

b)

De Randstad

13.

Wat is de toekomst van de natuurlijke bevolkingsgroei van Duitsland?

a)

Een sterfteoverschot

b)

Een geboorteoverschot

14.

Verhuizen van de stad naar het platteland noemen we ook wel...

a)

Urbanisatie

b)

Suburbanisatie

c)

Re-urbanisatie