wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

FLO132 - Inleiding Milieu

Total questions: 24

Worksheet time: 19mins

Name
Class
Date
1.

Geef een definitie van het begrip Milieu.

4 lines
2.

Milieuproblemen worden op basis van verschillende manieren ingedeeld. Wat is GEEN manier voor het indelen van milieuproblemen?

a)

Oorzaken

b)

Methode

c)

Effecten

d)

Aanpak

3.

Welk van de onderstaande zijn oorzaken van milieuproblemen?


(meerdere antwoorden zijn correct, benoem alle opties die correct zijn)

a)

Bevolkingsgroei

b)

Verandering in aard van milieugebruik

c)

Achteruitgang biodiversiteit

d)

Omvang van milieugebruik

4.

Onlangs stond in Trouw (=een krant) "De uitstoot van fijnstof uit houtkachels in huizen is veel groter dan gedacht". Als we kijken naar schaalniveaus is dit een ... 



(meerdere antwoorden mogelijk)

a)

Mondiaal effect

b)

Continentaal effect

c)

Fluviaal effect

d)

Regionaal effect

e)

Lokaal effect

5.

Als je milieu-effecten indeelt op basis van schaalniveaus. waartoe behoort de aantasting van de ozonlaag?

a)

Mondiaal

b)

Continentaal

c)

Flucial

d)

Regionaal

e)

Lokaal

6.

Wat zijn de belangrijkste elementen van de natuurlijke kringlopen?

a)

CHNOPS

b)

CHNOFS

c)

SPONCK

d)

FLO132

7.

Welke onderdelen horen bij de watercyclus?


(meerdere antwoorden mogelijk)

a)

Condensatie

b)

Kwel

c)

Sneeuw

d)

Neerslag

e)

Transpiratie

8.

Welke van onderstaande zinnen is een beschrijving van natuurlijke kringloop?

a)

De concentratie van stoffen blijven in de verschillende compartimenten op de lange termijn ongeveer gelijk.

b)

De omzetting van stoffen blijven in de verschillende compartimenten op de lange termijn ongeveer gelijk.

c)

De concentratie van stoffen blijven in de verschillende compartimenten veranderen op de lange termijn.

d)

De concentratie van stoffen volgt altijd dezelfde route door de verschillende compartimenten.

9.

Wat is de opbouw van de atmosfeer van beneden naar boven?

a)

Thermosfeer - mesosfeer - stratosfeer - troposfeer

b)

Troposfeer - Stratosfeer - Mesosfeer - Thermosfeer

c)

Stratosfeer - Mesosfeer - Thermosfeer - Troposfeer

d)

Biosfeer - Troposfeer - Stratosfeer - Thermosfeer

10.

Op welke hoogte is ozonconcentratie het grootst?

a)

0 - 20 km

b)

20 - 30 km

c)

30 -40 km

d)

40 - 50 km

e)

de concentratie ozon is op elke hoogte gelijk

11.

De emmissie van broeikasgassen in Nederland neemt ...

a)

Toe

b)

Af

c)

Blijft gelijk

d)

Ik heb geen idee :(

12.

Welke sector is (%) de grootste uitstoter van CH4?

a)

Landbouw

b)

Visserij

c)

Autoverkeer

d)

Industrie

13.

Welke stoffen zorgen voor verzuring?


(meerdere antwooden mogelijk)

a)

NOx

b)

SO2

c)

NH3

d)

FLO132

14.

Welke van onderstaande zijn het effect van verzuring?

a)

Stijging pH

b)

Verstoring ecosystemen

c)

Verwering neemt af

d)

Toename van verdamping

15.

In 2016 stelde Nederland zich een ambitieus doel: een volledig circulaire economie in 2050. Wat houdt zo’n circulaire economie precies in?

a)

Een circulaire economie is niet afhankelijk van andere landen: alle benodigde grondstoffen komen uit Nederland zelf

b)

In een circulaire economie wordt winst eerlijk over de gehele productieketen verdeeld

c)

Een circulaire economie draait volledig op hergebruikte grondstoffen en produceert geen afval

d)

In een circulaire economie veroorzaakt de productie van goederen geen CO2-uitstoot

16.

Ook de voedselproductie heeft een groot effect op de wereldwijde CO2-uitstoot. Met het tegengaan van voedselverspilling valt daarom een wereld te winnen. Op welke plek in de voedselketen zijn de milieueffecten van verspilling het grootst?

a)

Bij voedsel dat direct na de oogst vernietigd wordt, omdat het bijvoorbeeld niet verkocht kan worden

b)

Bij voedsel dat tijdens het transport bederft

c)

Bij voedsel dat door de supermarkt wordt vernietigd

d)

Bij voedsel dat door de consument wordt weggegooid

17.

Door welk land loopt het stroomgebied van de Rijn?


(meerdere antwoorden mogelijk)

a)

Nederland

b)

Duitsland

c)

Zwitserland

d)

Italië

18.

Wat is een gevolg van eutrofiering?

a)

Toename Snoeken

b)

Toename Brasem

c)

Toename Blankvoorn

d)

Toename Driehoeksmosselen

19.

Stikstof een probleem? Volgens politiek leider van FvD is dat een grote misvatting. Op basis van je kennis over stikstof als FLO-student kun je stellen dat een verder toename van stikstofconcentratie ....


(meerdere antwoorden mogelijk)

a)

goed is voor de natuur.

b)

slecht is voor de natuur

c)

de voedselproductie er op vooruit zal gaan

d)

slecht is voor de gezondheid van mens

20.

Geef een definitie in eigen woorden van het begrip duurzaamheid.

4 lines
21.

Als we het hebben over de 3 P-s met betrekking tot duurzame ontwikkeling bedoelen we hiermee ...

a)

People, Planet, Profit

b)

Profit, Prosperity, Planet

c)

Planet, Pieter, People

d)

People, Profit, Perspective

22.

Vanaf welk jaar is het Parijs akkoord (klimaatverdrag) in werking getreden?

a)

1990

b)

2015

c)

2016

d)

2020

23.

Wat is het doel van het klimaat verdrag (Parijs akkoord)?

a)

Voorkomen van afname biodiversiteit

b)

Een einde aan de uitstoot van CO2

c)

Een einde aan de uitstoot van alle broeikasgassen

24.

Ik ben toe aan vakantie

a)

Ja

b)

Nee

c)

Ik begin net de smaak te pakken te krijgen