wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Ordening 1t/h

Total questions: 25

Worksheet time: 1hrs 15mins

Name
Class
Date
1.

Welke uitspraken zijn waar?

a)

Dit dier behoort tot de stekelhuidigen

b)

Dit dier is niet-symmetrisch

c)

Dit dier heeft geen skelet

d)

Deze dieren leven op de bodem van de zee

2.

Bij welke stam van het dierenrijk hebben de dieren een skelet van naalden tussen de cellen?

a)

Stekelhuidigen

b)

Geleedpotigen

c)

Wormen

d)

Sponzen

3.

Tot welke stam behoort de kreeft?

a)

Gewervelden

b)

Geleedpotigen

c)

Kreeftachtigen

d)

Stekelhuidigen

4.

Welke organismen behoren tot de eukaryoten?

a)

Dieren

b)

Bacteriën

c)

Planten

d)

Schimmels

5.

Op de afbeelding zie je een wants. Deze is...

a)

Tweezijdig symmetrisch

b)

Veelzijdig symmetrisch

c)

Niet-symmetrisch

6.

Welke beweringen over de organismen op de afbeelding zijn waar?

a)

Dit zijn allemaal gewervelden

b)

Al deze dieren zijn levendbarend

c)

Al deze dieren hebben een inwendig skelet

d)

Deze dieren zijn allemaal warmbloedig

7.

Zijn een poedel en een rottweiler van hetzelfde soort? En van hetzelfde ras?

a)

Niet van hetzelfde soort en niet van hetzelfde ras

b)

Wel van hetzelfde soort, maar niet van hetzelfde ras

c)

Niet van hetzelfde soort, maar wel van hetzelfde ras

d)

Zowel van hetzelfde soort als hetzelfde ras

8.

Welk van de onderstaande producten zijn met bacteriën gemaakt?

a)

Yoghurt

b)

Penicilline

c)

Wijn

d)

Zuurkool

e)

Brood

9.

Welke klassen van de gewervelden zijn koudbloedig?

a)

Zoogdieren

b)

Amfibieën

c)

Vissen

d)

Vogels

e)

Reptielen

10.

Bij welk RIJK hoort dit organisme?

(a)  

11.

Een pekinees en een Deense dog zijn twee hondenrassen.


Mirjam zegt: Ze kunnen samen vruchtbare nakomelingen krijgen

Wim zegt: Ze behoren tot verschillende soorten


Wie heeft gelijk?

a)

Geen van beide

b)

Mirjam heeft gelijk

c)

Wim heeft gelijk

d)

Beide gelijk

12.

Welke onderdelen heeft een zaadplant?

a)

Bladeren

b)

Bloemen

c)

Wortels

d)

Stengels

13.

Tot welk RIJK behoort de mens?

a)

Gewervelden

b)

Zoogdieren

c)

Dieren

d)

Eukaryoten

14.

Welke onderdelen hebben wieren?

a)

Wortels

b)

Stengels

c)

Bladeren

d)

Bloemen

e)

Allemaal niet

15.

Van welk organisme zien we hier een cel?

a)

Schimmel

b)

Bacterie

c)

Dier

d)

Plant

16.

Theo doet een onderzoek naar bacteriën in mest. Hij vindt een ééncellig organisme met een celkern en een celwand.


Kan dit organisme een bacterie zijn? Zo nee, waarom niet?

a)

Ja

b)

Nee, want een bacterie is niet eencellig

c)

Nee, want een bacterie heeft geen celkern

d)

Nee, want een bacterie heeft geen celwand

17.

Bij welke groep organismen horen de gisten?

a)

Dieren

b)

Bacteriën

c)

Planten

d)

Schimmels

18.

Een dierenarts bekijkt een microscopisch preparaat om de oorzaak van een darmziekte bij een kat te onderzoeken. In het preparaat ziet hij een cel die wel een celwand heeft, maar geen celkern.


Van welk organisme kan dit een cel zijn?

a)

Bacterie

b)

Schimmel

c)

Worm

19.

’s Zomers als het warm is, zie je soms groene lagen op het water van sloten en meren drijven. Het lijkt alsof er groene olieverf op het water is gemorst. Deze lagen bestaan uit zogenaamde ‘blauwwieren’, die zich bij warm weer in voedselrijk water snel vermeerderen. Blauwwieren zijn geen echte wieren. Het zijn eencellige organismen die wel een celwand hebben, maar geen celkern en geen bladgroenkorrels.


Tot welke groep behoren blauwwieren?

a)

Planten

b)

Bacteriën

c)

Schimmels

d)

Dieren

20.

In de afbeelding zie je een zoekkaart voor rondvissen. Bepaal de naam van de vis die onderaan staat met behulp van deze zoekkaart.

(a)  

21.

Op de afbeelding zie je drie soorten cellen. Met welke letter wordt een bacterie aangegeven?

a)

P

b)

Q

c)

R

22.

Op de afbeelding zie je drie soorten cellen. Met welke letter wordt een plantencel aangegeven?

a)

P

b)

Q

c)

R

23.

Op de afbeelding zie je drie soorten cellen. Met welke letter wordt een dierlijke cel aangegeven?

a)

P

b)

Q

c)

R

24.

Bij welke klasse van de geleedpotigen bestaat het heel lichaam uit segmenten?

a)

Kreeftachtigen

b)

Veelpotigen

c)

Spinachtigen

d)

Insecten

25.

Wat voor symmetrie heeft een worm?

a)

Tweezijdig symmetrisch

b)

Veelzijdig symmetrisch

c)

Niet-symmetrisch