wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Staal woordenschat thema Televisie groep 8

Total questions: 20

Worksheet time: 20mins

Name
Class
Date
1.

Welk woord hoort op (1)?

Beelden en geluiden zweven door (1) naar de televisie bij jou thuis.

a)

de ether

b)

het medium

2.

Welk woord hoort op (2)?

Aan het einde van het jaar maakt het journaal altijd een (2) van het nieuws van dat jaar.

a)

een compilatie

b)

een hype

3.

Welk woord hoort op (3)?

Onze school heeft een prijs gewonnen. Nu maar hopen dat het Jeugdjournaal (3) maakt.

a)

een soap

b)

een reportage

4.

Welk woord hoort op (4)?

Voor de kerst draaien drie dj's een week lang (4) muziek vanuit een glazen huis.

a)

non-stop

b)

onuitwisbare

5.

Langlopende tv-serie met dagelijkse afleveringen met veel dramatische gebeurtenissen.

a)

de zendtijd

b)

de hype

c)

de soap

d)

het amusement

e)

de impact

6.

De invloed, het effect dat iets heeft.

a)

de zendtijd

b)

de hype

c)

de soap

d)

het amusement

e)

de impact

7.

Het vermaak, het plezier.

a)

de zendtijd

b)

de hype

c)

de soap

d)

het amusement

e)

de impact

8.

De tijd die een omroep heeft om televisieprogramma's uit te zenden.

a)

de zendtijd

b)

de hype

c)

de soap

d)

het amusement

e)

de impact

9.

Een kortdurende golf van aandacht voor een bepaalde gebeurtenis.

a)

de zendtijd

b)

de hype

c)

de soap

d)

het amusement

e)

de impact

10.

Wat doe je als je een knoop doorhakt?

a)

Je kiest het beste.

b)

Je lost een probleem op.

c)

Je neemt een beslissing.

11.

Wanneer vertel je het nieuws objectief?

a)

als je alleen de feiten vertelt zonder je eigen mening

b)

als je niet alleen feiten vertelt, maar ook je eigen mening geeft

c)

als je er boos bij kijkt

12.

Als iets visueel gemaakt is, dan kun je het.......

a)

horen

b)

zien

c)

voelen

13.

De plek waar opnames worden gemaakt.

a)

de autocue

b)

de kijkcijfers

c)

de set

d)

de glamour

e)

de journalistiek

14.

Wat te maken heeft met het werk van een journalist

a)

de autocue

b)

de kijkcijfers

c)

de set

d)

de glamour

e)

de journalistiek

15.

Cijfers die aangeven hoeveel mensen naar een programma hebben gekeken.

a)

de autocue

b)

de kijkcijfers

c)

de set

d)

de glamour

e)

de journalistiek

16.

Het apparaat dat de teksten laat zien die de presentator moet voorlezen.

a)

de autocue

b)

de kijkcijfers

c)

de set

d)

de glamour

e)

de journalistiek

17.

De bedrieglijke luxe, de schone schijn.

a)

de autocue

b)

de kijkcijfers

c)

de set

d)

de glamour

e)

de journalistiek

18.

Welk woord gebruik je voor iets wat lijkt op de werkelijkheid?

a)

objectief

b)

visueel

c)

realistisch

19.

Goed of fout?

De verslaggever is iemand die naar een plek reist waar iets bijzonders is gebeurd en daar verslag van doet voor de nieuwsmedia.

a)

Goed

b)

Fout

20.

Goed of fout?

Een eindredacteur is verantwoordelijk voor de inhoud van een journaal, een krant of een tijdschrift. Hij neemt beslissingen over de onderwerpen.

a)

Goed

b)

Fout