wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

2H Hart en bloed(vaten)

Total questions: 15

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.
Hoe heet onderdeel 1
a)
Linkerboezem
b)
Llinkerkamer
c)
Rechterboezem
d)
Rechterkamer
2.
In de ......... stroomt het bloed dat rijk is  aan koolstofdioxide
a)
aorta
b)
Darmslagader
c)
longader
d)
poortader
3.
Welke kenmerk hoort niet bij slagaders?
a)
Liggen diep in het lichaam
b)
Hoge bloed druk
c)
Dikke elastische wand
d)
Bevat veel kleppen
4.
In de afbeelding hiernaast tref je een aantal verschillende bloeddeeltjes aan. Wat wordt in de afbeelding aangegeven met nummer 3
a)
Witte bloedcellen
b)
Rode bloedcellen
c)
Bloedpaatjes
d)
Bloedplasma
5.
Welk  bloedbestanddeel van de mens is het meest geschikt om voedingsstoffen te transporteren (vervoeren)?
a)
Rode bloedcellen
b)
Bloedplaatjes 
c)
Witte bloedcellen
d)
Bloedplasma
6.
Wat is etter of pus?
a)
Dode rode bloedcellen en kapotte bloedplaatjes
b)
Dode rode- en witte bloedcellen
c)
Dode witte bloedcellen en gedode bloedplaatjes
d)
Dode witte bloedcellen en gedode bacteriën
7.

Een teek voedt zich met bloed van dieren en mensen. Het speeksel van de teek zorgt ervoor dat het bloed niet stolt.

Welk bestanddeel van het bloed kan zijn normale functie dan niet meer uitvoeren?

a)

bloedplasma

b)

bloedplaatjes

c)

rode bloedcellen

d)

witte bloedcellen

8.

Waar gaat de kleine bloedsomloop naar toe?

a)

de hersenen

b)

alle organen

c)

de longen

d)

de darmen

9.

Wat is een belangrijk kenmerk van haarvaten?

a)

Haarvaten vervoeren het bloed naar het hart toe

b)

Haarvaten hebben dikke wanden

c)

Haarvaten hebben zeer dunne, halfdoorlatende wanden

d)

Haarvaten vervoeren het bloed van het hart af

10.
Met welke nummer word de longslagader aangeven?
a)
2
b)
4
c)
5
d)
6
11.

Iemand heeft longontsteking en slikt hiervoor medicijnen. Die komen via de darmen in het bloed terecht. Via welke bloedsomloop komen de medicijnen bij de longen?

a)

Alleen de kleine bloedsomloop

b)

Alleen de grote bloedomloop

c)

Eerst de kleine en dan de grote bloedsomloop

d)

Eerst de grote en dan de kleine bloedsomloop

12.

Een rode bloedcel bevindt zich in de bovenste holle ader en gaat richting het hart. Hoe vaak is de bloedcel (minimaal) door het hart gegaan als hij weer op dezelfde plek terugkeert?

a)

0 keer

b)

1 keer

c)

2 keer

d)

4 keer

13.

Welk diagram hoort bij het zuurstofgehalte van de kleine bloedsomloop?

a)

Diagram 1

b)

Diagram 2

c)

Diagram 3

d)

Diagram 4

14.

Benoem bloedvat 12.

a)

leverader

b)

leverslagader

c)

aorta

d)

poortader

15.

Welke kleppen zitten dicht als de hartkamers samentrekken? Met welke nummers zijn deze aangegeven?

a)

Aderkleppen, 1 en 5

b)

Halvemaanvormige kleppen, 13 en 6

c)

Hartkleppen, 12 en 7

d)

Hartkleppen, 13 en 6

e)

Halvemaanvormige kleppen, 12 en 7