wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

All Right! 3K U5 Grammar

Total questions: 30

Worksheet time: 12mins

Name
Class
Date
1.

Geef de juiste meervoudsvorm van het woord:

taxi

(a)  

2.

Wat is de juiste meervoud van het woord:

child

a)

childs

b)

children

c)

child's

3.

Geef de juiste meervoudsvorm van het woord:

match

(a)  

4.

Wat zie je hier?

Geef het juiste Engelse woord

(meervoud)

(a)  

5.

Wat zie je hier?

Geef het juiste Engelse woord

(meervoud)

(a)  

6.

Wat zie je hier?

Geef het juiste Engelse woord

(meervoud)

(a)  

7.

Geef de juiste meervoudsvorm van het woord:

shelf

(a)  

8.

Geef de juiste meervoudsvorm van het woord:

man

(a)  

9.

Geef de juiste meervoudsvorm van het woord:

box

(a)  

10.

Wat is de juiste meervoud van het woord:

life

a)

lives

b)

lifes

c)

lifees

11.

Wat is de juiste meervoud van het woord:

photo

a)

photo's

b)

photos

c)

photoos

12.

Wat is de juiste meervoud van het woord:

woman

a)

womans

b)

woman's

c)

women

13.

Wat is de juiste meervoud van het woord:

wish

a)

wishes

b)

wishs

c)

wishen

14.

Wat zie je hier?

Geef het juiste Engelse woord

(meervoud)

(a)  

15.

Wat zie je hier?

Geef het juiste Engelse woord

(meervoud)

(a)  

16.

Wat is de juiste vorm van het werkwoord 'doen' in de volgende vraagzin:


..... you see that movie last night?

a)

Do

b)

Does

c)

Did

17.

Wat is de juiste vorm van het werkwoord 'doen' in de volgende vraagzin:


..... Laura and Anne like to go to the cinema?

a)

Do

b)

Does

c)

Did

18.

Wat is de juiste vorm van het werkwoord 'doen' in de volgende vraagzin:


..... Tim play football?

a)

Do

b)

Does

c)

Did

19.

Wat is de juiste vorm van het werkwoord 'doen' in de volgende vraagzin:


..... you work at MacDonalds when you were young?

a)

Do

b)

Does

c)

Did

20.

Wat is de juiste vorm van het werkwoord 'doen' in de volgende vraagzin:


..... your mum always cook lasagne on Saturdays?

a)

Do

b)

Does

c)

Did

21.

Wat is de juiste vorm van het werkwoord 'zijn' in de volgende vraagzin:


... you looking forward to the summer holidays?

a)

Am

b)

Are

c)

Is

d)

Was

e)

Were

22.

Wat is de juiste vorm van het werkwoord 'zijn' in de volgende vraagzin:


... the weather nice last week?

a)

Am

b)

Are

c)

Is

d)

Was

e)

Were

23.

Wat is de juiste vorm van het werkwoord 'zijn' in de volgende vraagzin:


... I late?

a)

Am

b)

Are

c)

Is

d)

Was

e)

Were

24.

Wat is de juiste vorm van het werkwoord 'zijn' in de volgende vraagzin:


... Sam your best friend?

a)

Am

b)

Are

c)

Is

d)

Was

e)

Were

25.

Wat is de juiste vorm van het werkwoord 'zijn' in de volgende vraagzin:


... they at your party last year?

a)

Am

b)

Are

c)

Is

d)

Was

e)

Were

26.

Wat is de juiste vertaling van de volgende vraag?


Zou je me de weg naar het station kunnen vertellen?

a)

Would you tell me the way to the station?

b)

Can you tell me the way to the station?

c)

Could you tell me the way to the station?

27.

Wat is de juiste vertaling van de volgende vraag?


Kan ik uw jas aan nemen?

a)

May I take your coat?

b)

Could I take your coat?

c)

Would I take your coat?

28.

Wat is de juiste vertaling van de volgende vraag?


Zou je hier willen werken?

a)

Do you like to work here?

b)

Would you like to work here?

c)

May you like to work here?

29.

Wat is de juiste vertaling van de volgende vraag?


Kun je me terug bellen?

a)

Can you call me back?

b)

Would you call me back?

c)

Do you call me back?

30.

Wat is de juiste vertaling van de volgende vraag?


Zouden ze willen blijven?

a)

Did they like to stay?

b)

May they like to stay?

c)

Would they like to stay?