wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Reken Maar blok 7

Total questions: 35

Worksheet time: 21mins

Name
Class
Date
1.

wat is het gemiddelde van 1, 2, 0, 4, 3?

a)

1

b)

3

c)

5

d)

2

2.

Het gemiddelde is:

a)

Alles bij elkaar optellen delen door het aantal getallen

b)

Alles met elkaar vermenigvuldigen en delen door het aantal getallen.

c)

Alles optellen en delen door 2

d)

Alles optellen

3.
de eenheid van temperatuur is
a)
meter
b)
graad celcius
c)
calorie
d)
gram
4.
Je lichaamstemperatuur is gemiddeld
a)
35 graad celcius
b)
26 graad celcius
c)
37 graad celcius
d)
42 graad celcius
5.
kokend water heeft een temperatuur van
a)
0 graad celcius
b)
10 graad celcius
c)
100 graad celcius
d)
100 fahrenheit
6.

de temperatuur meet je met een thermometer

a)

waar

b)

niet waar

7.

Bij hoeveel graden bevriest water?

a)

10 graden

b)

1 graden

c)

0 graden

8.

Waarvoor wordt de thermometer op de afbeelding gebruikt?

a)

De temperatuur buiten

b)

Temperatuur van de verwarming

c)

Temperatuur van vlees

d)

Lichaamstemperatuur

9.

Waarvoor wordt de thermometer op de afbeelding gebruikt?

a)

De temperatuur buiten

b)

Temperatuur van de verwarming

c)

Temperatuur van vlees

d)

Lichaamstemperatuur

10.

Lees de thermometer af

a)

37

b)

35

c)

40

d)

30

11.

Op welke dag is het `s nachts het koudst?

a)

Woensdag

b)

Donderdag

c)

Vrijdag

d)

Zaterdag

e)

Zondag

12.

Welk getal is groter?

a)

-8

b)

-6

13.

Welk getal hoort er bij de pijl?

a)

-2,5

b)

-1,5

c)

1,5

d)

2,5

14.

Hoeveel graden geeft de thermometer aan?

a)

-0,5

b)

-5

c)

0,5

d)

5

15.

Hoeveel graden verschil zit er tussen de 2 thermometers?

a)

30

b)

25

c)

20

d)

15

16.

Hoeveel graden zit er tussen een thermometer van -5°C en

4°C?

a)

9°C

b)

1°C

c)

10°C

d)

20°C

17.

Wat is hier fout gegaan?

a)

De vermenigvuldigingen zijn verkeerd opgeteld.

b)

Het tweede antwoord is verkeerd vermenigvuldigd.

c)

De komma staat verkeerd.

d)

Waarom schrijf je met een groene stift?!

18.

Hoeveel cijfers na de komma zal het antwoord hebben?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

19.

Hoeveel cijfers na de komma heeft het antwoord?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

20.
Kan Merel Jan zien?
a)
ja
b)
nee
21.
Wat kan Sarah zien?
a)
de rozen, het vogelhuisje en de regenton
b)
de rozen, het vogelhuisje en de jonge eik
c)
de rozen en de regenton
d)
de rozen, de vijver en het vogelhuisje
22.

Hiernaast zie je een boer die op het land staat. Welke kijklijnen zijn goed getekend?

a)
b)
c)
d)

Geen van de kijklijnen is goed getekend

23.

De boer wil graag weten hoeveel dieren hij kan zien. Hoeveel zijn dat er?

a)

8

b)

4

24.

1/4 is hetzelfde als:

a)

40 %

b)

20%

c)

25%

d)

75%

25.

1/5 is hetzelfde als:

a)

5%

b)

15%

c)

20%

d)

25%

26.

Hoeveel huisdieren hebben jullie?

Hasan: 0 Elsa: 2 Ibra: 0 Louis: 1 Juf: 3

Hoeveel huisdieren gemiddeld?

a)

0 + 2 + 0 + 1 + 3 = 6

b)

(2 + 1 + 3) : 3 = 2

c)

(0 + 2 + 0 + 1 + 3) : 5 = 1,2

d)

2 X 1 X 3 = 6

e)

(0 + 2 + 0 + 1 + 3) : 4 = 1,5

27.

Ik sta geparkeerd op -3. Ik woon op de 2de verdieping. Hoeveel verdiepingen moet ik stijgen?

a)

2 verdiepingen

b)

6 verdiepingen

c)

5 verdiepingen

d)

7 verdiepingen

28.

0,3 X 0,02 =

a)

0,6

b)

6

c)

0,006

d)

0,06

29.

5 X 0,5 =

a)

25

b)

1,5

c)

2,5

d)

0,25

30.

0,6 X 0,3 =

a)

0,18

b)

1,8

c)

0,018

d)

0,24

31.

45 X 0,01 =

a)

4500

b)

450

c)

4,5

d)

0,45

32.

0,4 X 0,5 =

Hoe los je dit op?

a)

X 10 en X 10 doen dus = 20

b)

De oplossing moet 2 cijfers na de komma hebben. Dus 0,20

c)

Gewoon 4X5 doen = 20

d)

4X5 doen en een komma ertussen zetten = 2,0

33.

Welke berekening moet ik doen om de NIEUWE PRIJS te berekenen?

a)

 14\frac{1}{4}  van oude prijs = korting
oude prijs + korting = nieuwe prijs

b)

 \frac{1}{4}  van oude prijs = korting

oude prijs - korting = nieuwe prijs

34.

Hoe bereken ik de nieuwe prijs?

a)

110\frac{1}{10} van 60 = 6
Nieuwe prijs is 6 euro

b)

110\frac{1}{10} van 60 = 6
60 - 6 = 54
Nieuwe prijs is 54 euro

c)

\frac{1}{10} van 60 = 6

60 +6 = 66
Nieuwe prijs is 66 euro

35.

25% van 50 is ...?

a)

4

b)

5

c)

100

d)

10