wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Klas 3 Duits* Adjektive naamvallen

Total questions: 34

Worksheet time: 12mins

Name
Class
Date
1.

Bijvoeglijke naamwoorden in het Duits kennen niet één groep, maar (a)   groepen

2.

De groep waarbij een bepaald lidwoord voor het bijvoeglijk naamwoord staat, noem je de (a)   - Gruppe

3.

De groep waarbij een onbepaald lidwoord voor het bijvoeglijk naamwoord staat, noem je de (a)   - Gruppe

4.

De groep waarbij geen lidwoord voor het bijvoeglijk naamwoord staat, noem je de (a)   Gruppe

5.

Welke goep is dat: "Liebe Katrin"

a)

der Gruppe

b)

ein Gruppe

c)

Null Gruppe

6.

Welke goep is dat: "Guten Tag!"

a)

der Gruppe

b)

ein Gruppe

c)

Null Gruppe

7.

Bij de Null-Gruppe staat geen (a)   voor het bijvoeglijk naamwoord.

8.

Als het bijvoeglijk naamwoord niet voor een zelfstandig naamwoord staat, maar ergens anders in de zin (bijvoorbeeld aan het einde), dan krijgt het bijvoeglijk naamwoord geen (a)  

9.

Het bijvoeglijk naamwoord krijgt de uitgang -e in de volgende situaties:

a)

vooral bij vrouwelijke woorden

b)

vooral bij mannelijke woorden

c)

vooral bij onzijdige woorden

d)

vooral in het meervoud

10.

Bijvoeglijke naamwoorden in de 4e naamval mannelijk krijgen altijd de uitgang: (a)  

11.

Bijvoeglijke naamwoorden in de 1e naamval van de ein Gruppe mannelijk krijgen de uitgang: (a)  

12.

Bijvoeglijke naamwoorden in de 1e en 4e naamval van de ein Gruppe onzijdig krijgen altijd de uitgang: (a)  

13.

In het meervoud hebben alle bijvoeglijke naamwoorden (behalve in de Null-Gruppe) de uitgang: (a)  

14.

1e naamval mannelijk der-Gruppe: Das ist der (a)   (nett) Mann

15.

4e naamval mannelijk der-Gruppe: Ich kenne den (a)   (nett) Mann

16.

1e naamval vrouwelijk der-Gruppe: Das ist die (a)   (nett) Frau

17.

4e naamval vrouwelijk der-Gruppe: Ich kenne die (a)   (nett) Frau

18.

1e naamval onzijdig der-Gruppe: Das ist das (a)   (nett) Kind

19.

4e naamval onzijdig der-Gruppe: Ich kenne das (a)   (nett) Kind

20.

1e naamval meervoud der-Gruppe: Das sind die (a)   (nett) Kinder

21.

4e naamval meervoud der-Gruppe: Ich kennen die (a)   (nett) Kinder

22.

1e naamval meervoud Null-Gruppe: Das sind (a)   (nett) Kinder

23.

4e naamval meervoud Null-Gruppe: Ich kenne (a)   (nett) Kinder

24.

1e naamval mannelijk ein-Gruppe: Das ist ein (a)   (nett) Mann

25.

4e naamval mannelijk ein-Gruppe: Ich kenne einen (a)   (nett) Mann

26.

1e naamval vrouwelijk ein-Gruppe: Das ist eine (a)   (nett) Frau

27.

4e naamval vrouwelijk ein-Gruppe: Ich kenne eine (a)   (nett) Frau

28.

1e naamval onzijdig ein-Gruppe: Das ist ein (a)   (nett) Kind

29.

4e naamval onzijdig ein-Gruppe: Ich kenne ein (a)   (nett) Kind

30.

1e naamval meervoud ein-Gruppe: Das sind keine (a)   (nett) Kinder

31.

4e naamval meervoud ein-Gruppe: Ich kenne keine (a)   (nett) Kinder

32.

Welke goep is dat: "dieses schöne Wetter"

a)

der Gruppe

b)

ein Gruppe

c)

Null Gruppe

33.

Welke goep is dat: "seine blauen Augen"

a)

der Gruppe

b)

ein Gruppe

c)

Null Gruppe

34.

Welke goep is dat: "ihre grüne Bluse"

a)

der Gruppe

b)

ein Gruppe

c)

Null Gruppe