wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Verkeersborden

Total questions: 50

Worksheet time: 51mins

Name
Class
Date
1.
Welk soort bord is dit? 
a)
Gevaarsbord
b)
Verbodsbord
c)
Gebodsbord
d)
Voorrangsbord
2.
Welk soort bord is dit? 
a)
Gevaarsbord
b)
Verbodsbord
c)
Gebodsbord
d)
Voorrangsbord
3.
Wat betekent dit bord? 
a)
Dit is een fietspad
b)
Verboden toegang voor fietsers
c)
Je moet op straat rijden
d)
Hier mogen enkel fietsers komen
4.
Wat betekent dit bord? 
a)
Verboden toegang voor kinderen
b)
Pas op: hier is een school
c)
Pas op: plaats waar veel kinderen komen
d)
Begin van zone 30
5.
Dit bord betekent:
a)
Verboden naast elkaar te rijden
b)
Je moet naast elkaar rijden
c)
Verboden om in te halen
d)
Pas op: glibberige rijbaan
6.

Ik kom als fietser bij dit kruispunt terecht. Wat moet ik doen?

a)

Stoppen want er staat een stopbord.

b)

Doorrijden want het verkeerslicht staat op groen.

7.

Dit bord betekent ‘verboden toegang in beide richtingen’.

a)

juist

b)

niet juist

8.

Je zit in de auto met je tante en ziet dit bord. Je tante rijdt de straat in.

a)

Dit mag.

b)

Dit mag niet.

9.

Je rijdt met de fiets en ziet dit bord. Je slaat linksaf.

a)

Dit mag.

b)

Dit mag niet.

10.

Duid de juiste betekenis van het verkeersbord aan.

a)

overweg zonder slagbomen

b)

overweg met enkel spoor

c)

overweg met slagbomen

11.

Welk verkeersbord betekent:

'Fietspad, verplicht om te gebruiken'?

a)
b)
c)
d)
12.

Welk verkeersbord betekent:

'Verplicht om rechts af te slaan'?

a)
b)
c)
d)
13.

Wat kun je verwachten als je dit bord ziet?

a)

Dat er mensen zomaar oversteken

b)

Dat er een zebrapad aankomt

c)

Dat er iemand piano gaat spelen

d)

Dat er slechtziende mensen oversteken

14.

Wat betekent dit?

a)

Je moet hier wandelen.

b)

Je mag hier wandelen.

c)

Je mag hier niet wandelen.

d)

Pas op voor de voetganger.

15.

Wat betekent dit?

a)

Je moet hier rijden.

b)

Je mag hier rijden.

c)

Je mag hier niet rijden.

d)

Pas op voor de auto.

16.

Wat betekent dit?

a)

Je moet naar rechts.

b)

Je mag naar rechts.

c)

Je mag niet naar rechts.

d)

Pas op aan de rechterkant.

17.

Wat betekent dit?

a)

Je moet 50km/u rijden.

b)

Je moet sneller dan 50km/u rijden.

c)

Je mag niet sneller dan 50km/u rijden.

d)

Pas op over 50 meter.

18.

Wat betekent dit?

a)

Je moet water drinken.

b)

Je mag in het midden rijden.

c)

Je mag geen fles op de weg gooien.

d)

Pas op, de weg wordt smaller.

19.

Wat betekent dit?

a)

Je moet rond het rondpunt rijden.

b)

Je mag ronddraaien.

c)

Je mag niet ronddraaien.

d)

Pas op met het rondpunt.

20.

Wat betekent dit?

a)

Kijk, hier is een autostrade.

b)

Pas op met de autostrade.

c)

Je mag niet op de autostrade gaan.

d)

Je moet op de autostrade gaan.

21.

Wat betekent dit?

a)

Pas op met de fietsers.

b)

Je mag hier niet fietsen.

c)

Je moet hier fietsen. Dit is een fietspad.

d)

De fietsers moeten wachten.

22.

Wat betekent dit?

a)

Je moet hier stoppen.

b)

Je mag hier stoppen.

c)

Je mag hier niet stoppen.

d)

Pas op met mensen die stoppen.

23.

Wat betekent dit?

a)

Je moet hier parkeren.

b)

Je mag hier niet parkeren.

c)

Pas op met geparkeerde auto's.

d)

Kijk, aan de rechterkant is een parking. Je mag daar parkeren.

24.

Wat betekent dit?

a)

Kijk, dit is een woonerf. Kinderen mogen hier spelen.

b)

Je moet hier spelen.

c)

Pas op met de kinderen.

d)

Je mag hier niet spelen.

25.

Wat betekent dit?

a)

Je moet stoppen op het einde van de straat.

b)

Kijk, dit is een straat die stopt. Je kan niet verder op het einde van de straat.

c)

Pas op, het is gevaarlijk op het einde van de straat.

d)

Kijk, op het einde van de straat is er een kruispunt.

26.

Welke vorm heeft een aanwijzingsbord. (kijk)

a)

een driehoek

b)

een rechthoek

c)

een cirkel

d)

een achthoek

27.

Welke vorm heeft een gevaarsbord. (pas op)

a)

een driehoek

b)

een rechthoek

c)

een cirkel

d)

een achthoek

28.

Welke vorm heeft een gebodsbord. (moet)

a)

een driehoek

b)

een rechthoek

c)

een cirkel

d)

een achthoek

29.

Welke vorm heeft een verbodsbord. (mag niet)

a)

een driehoek

b)

een rechthoek

c)

een cirkel

d)

een achthoek

30.

Welk bord past bij deze omschrijving: doodlopende weg, voetgangers en fietsers kunnen wel door.

a)
b)
c)
d)
31.

Welk bord betekent: verboden rijrichting voor iedere bestuurder?

a)
b)
c)
d)
32.

Welk bord betekent: Wegversmalling, je hebt voorrang op de tegenliggers.

a)
b)
c)
d)
33.

Wat betekent dit verkeersbord?

a)

Sterke daling

b)

Steile helling

c)

Uitweg op een kaai of oever

d)

Opgelet, grote golven

34.

Wat betekent dit verkeersbord?

a)

Opgelet, je komt aan een vliegveld

b)

Opgelet, de wind komt hier van links

c)

Opgelet, sterke zijwind is mogelijk

d)

Opgelet, helikopterplatform

35.

Wat betekent dit verkeersbord?

a)

Weg in slechte staat, max 30 km/u.

b)

mollen onder de weg, max 30km/u

c)

Verkeersdrempel, max 30 km/u.

d)

Verhoogde inrichting, max 20 km/u.

36.

Wat betekent dit verkeersbord?

a)

Je komt op het grondgebied van Oostende. Max snelheid is 30 km/u.

b)

Je komt in de bebouwde kom van Oostende. Max snelheid is 50 km/u.

c)

Je komt in de bebouwde kom van Oostende. Max snelheid is 30 km/u.

d)

Je komt op het grondgebied van Oostende. Max snelheid is 50 km/u.

37.

Dit bord betekent:

a)

Verboden voor voertuigen langer dan 2m50

b)

Verboden voor voertuigen breder dan 2m50.

c)

Verboden voor voertuigen hoger dan 2m50.

d)

Verboden voor voertuigen langer dan 250m.

38.
Wat betekent dit bord? 
a)
Verboden toegang voor kinderen
b)
Pas op: hier is een school
c)
Pas op: plaats waar veel kinderen komen
d)
Begin van zone 30
39.

Welk soort bord is dit?

a)

Pas op! ... bord

b)

Je mag hier niet ... bord

c)

Je moet hier ... bord

d)

Kijk hier is ... bord

40.

Welk soort bord is dit?

a)

Pas op ! ... bord

b)

Je mag hier niet ... bord

c)

Kijk hier is ... bord

d)

Voorrangsbord

41.

Welk soort bord is dit?

a)

Pas op! ...bord

b)

Je mag hier niet ... bord

c)

Je moet hier ... bord

d)

Voorrangsbord

42.

Wat betekent dit bord?

a)

Kijk hier is ... een fietspad.

b)

Je mag hier niet ... fietsen

c)

Je moet hier ... fietsen

d)

Fietsers hebben voorrang

43.

Je rijdt op de fiets, mag je deze straat in rijden?

a)

Dit mag.

b)

Dit mag niet.

44.

welk verkeersbord hoort bij de afbeelding?

a)
b)
c)
45.

welk verkeersbord hoort bij de afbeelding?

a)
b)
c)
46.

Wat is de betekenis van dit bord.

a)

Hier moet je rechtdoor.

b)

Hier mag je niet naar rechts.

c)

Als rechts afslaat, zal je in een doodlopende straat komen.

47.

Ik sta voor dit verkeersbord.

Kruis de TWEE juiste antwoorden aan.

a)

Ik rij rechts op de rijbaan dus ik ben de rode pijl.

b)

Ik rij links op de rijbaan dus ik ben de zwarte pijl.

c)

Ik moet voorrang geven. Ik laat eerst auto's van de andere kant door, als de weg vrij is, dan mag ik.

d)

Ik mag eerst op de weg, de anderen moeten me voor laten.

48.

Ik kom aan een kruispunt.

Er staat geen agent.

Het verkeerslicht staat op groen.

Er staat wel een stopbord.

a)

Ik wacht op de politie.

b)

Ik rij door, het is groen.

c)

Ik stop, er staat een stopbord.

49.

Ik kom aan een kruispunt zonder verkeersborden.

Wat doe ik? Kruis de juist volgorde aan.

a)

Ik stop - zet een voet aan de grond - kijk goed - rij door.

b)

Kijk goed - rem kort - kijk nog eens - rij door.

50.

Kruis aan wat past bij deze foto.

a)

Ik rij door, maar mag niet naar rechts.

b)

Ik rij door, ik kan ook naar rechts. Alleen auto's mogen niet naar rechts.

c)

Ik moet stoppen en dan mag ik pas door.