wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Architectuur TERMINOLOGIE - N/O (TEKST)

Total questions: 17

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Grieks: tempel : Speciaal de binnenruirnie (cella) van de Griekse tempels.

(a)  

2.

Voorhal voor de ingangszijde van vroegchristelijke en romaanse kerken.

(a)  

3.

Algemeen: een spits uitsteeksel. Speciaal: in het gotisch maaswerk door twee samenkomende cirkeldelen gevormde, vaak met bladwerk versierde spits.

(a)  

4.

De door verlenging van de zijschepen, nevenkoren of tegen het oosten van het dwarsschip gevormde absides, die kleiner zijn dan de absidiale belindiging van het hoofdkoor. Vergelijk Absis, Koor.

(a)  

5.

De naast het hoofdkoor als zijschepen liggende koorruimten. zie Koor.

(a)  

6.

Halfronde verdieping in een muur of een dergelike kleine aanbouw aan een ruimte, boven ais halfkoepel of recht eindigend.

(a)  

7.

De raakliin van twee dakviakken, meestal door bijzonder gevormde tegels of pannen geaccentueerd. Daarenboven bij Grieks-Romeinse tempels nog door acroteria aan de einden.

(a)  

8.

Een bronnenterrein gewijd aan de Nymphen (watergodheden), waarbij de bron gewoonlijk door een centraalbouw architektonisch is geaccentueerd.

(a)  

9.

(Grieks: achthoek) : Een bouwwerk op achthoekige plattegrond.

(a)  

10.

(Grieks: achterhuis) : De achterhal van een tempel, corresponderend met de voorhal of pronaos. Slechts enkele keren door een deur met de cella verbonden. Vaak gebruikt voor verering van speciale goden.

(a)  

11.

Metselwerk met nauwelijks behouwen stenen, geeffend door mortel.

(a)  

12.

(Grieks: dansplaats). Deel van het Griekse theater voor de dansers. Eerst rond, later halfrond.

(a)  

13.

De wijze waarop zuilen en bijbehorend gebinte zijn gevormd. Men kent de klassieke, door de Grieken ontwikkelde en later door de Romeinen overgenomen en gevarieerde ordes: 1. Dorisch, 2. lonisch, 3. Korinthisch.

(a)  

14.

Latijns: ornare = versieren). Versierend bijwerk, dat geen constructieve betekenis heeft. Men onderscheidt het met passer en lineaal gemaakte geometrische O. en het van organische, florale of diervormen afgeleide vegetabile O. Vergelijk Fries, Kapiteel.

(a)  

15.

Voor de rooilijn uitspringen, of voor een ander bouwdeel.

(a)  

16.

Gewe/fwaaNan de vele ribben als het ware de ma­ zen van een net vormen.

(a)  

17.

Hoge rechthoekige pijler die zich naar boven toe verjongt en in een piramidenspits eindigt

(a)