wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Evolutie

Total questions: 30

Worksheet time: 46mins

Name
Class
Date
1.
Voorbeelden van rudimentaire organen bij de mens zijn:
a)
dunne dram en staartbeen
b)
dunne darm en blinde darm
c)
blinde darm en staartbeen
2.
Door middel van DNA kan worden na gegaan of twee dieren verwant zijn, dezelfde voor ouder hebben.
a)
Waar
b)
Niet waar
3.
Het leven op het land was er eerder dan het leven in het water.
a)
Waar
b)
Niet waar
4.
Dieren waren de eerste organisme die op de aarde leefden.
a)
Waar
b)
Niet waar
5.
De dinosauriërs waren de eerst dieren op het land.
a)
Waar
b)
Niet waar
6.
Alle organisme delen één voorouder met elkaar.
a)
Waar
b)
Niet waar
7.
Hoe is de blinde darm bij de mens een rudimentair orgaan geworden?
a)
De mens ging plots minder planten eten en daardoor is hij gekrompen.
b)
De mens ging over een verloop van 10 duizenden jaren minder planten eten waardoor een blinde darm niet meer nodig was.
c)
Door een mutatie is deze kleiner geworden.
8.

Het lichaam van onze voorouders is veranderd door erfelijke variatie en natuurlijke selectie

a)

waar

b)

niet waar

9.
wat betekent:
evolutie
a)
langzame verandering
b)
snelle verandering
c)
het heilige boek van christenen
d)
soort
10.

Bekijk de afbeelding. Welke groep dieren is het oudste: de oervogel, het vogelachtig kruipend dier of de eerste krokodillen?

a)

de oervogel

b)

het vogelachtig kruipend dier

c)

de eerste krokodillen

11.

Zowel het ontstaan als het uitsterven van diersoorten zijn allebei onderdelen van evolutie.

a)

waar

b)

niet waar

12.

Bekijk de afbeelding. In welke periode zijn de eerste reptielen ontstaan?

a)

het tertiair

b)

het jura

c)

het carboon

d)

het perm

13.

Hoeveel miljoen jaar geleden begon de ontwikkeling van de apen van de oude wereld als aparte groep volgens de gegevens in de stamboom?

a)

ongeveer 10 miljoen jaar geleden

b)

ongeveer 25 miljoen jaar geleden

c)

ongeveer 35 miljoen jaar geleden

d)

ongeveer 38 miljoen jaar geleden

14.

Aan welke groep zijn de gorilla’s het meest verwant volgens de stamboom?

a)

aan de apen van de oude wereld

b)

aan de apen van de nieuwe wereld

c)

aan de chimpansees

d)

aan de gibbons

15.

Welke uitspraken zijn juist? Meerdere antwoorden mogelijk.

a)

Krokodillen zijn meer verwant aan vogels dan aan leguanen

b)

Veren hebben zich tijdens de evolutie eerder ontwikkeld dan haren.

c)

Koeien hebben meer verwantschap met de walvissen dan met de mensen

d)

Leguanen en buideldieren hebben beide vruchtvliezen

16.
Welke van de onderstaande omschrijvingen van een proces geeft of welke geven een juiste omschrijving van (een deel van) het begrip natuurlijke selectie?
1. Een proces dat het verdwijnen van soorten met ongunstige genen bevordert.
2. Een proces waardoor genfrequenties veranderen onder invloed van veranderende milieufactoren.
a)
Geen van beide omschrijvingen
b)
Alleen omschrijving 1
c)
Alleen omschrijving 2.
d)
Zowel omschrijving 1 als omschrijving 2.
17.

Kijk naar de afbeelding. Je ziet een poot van een konijn, een poot van een sprinkhaan en een poot van een kikker.

Welke van deze poten vertonen een homologe bouw?

a)

konijn en sprinkhaan

b)

kikker en konijn

c)

kikker en sprinkhaan

18.
 ..... zijn organen met hetzelfde bouwplan waarvan de oorspronkelijk functie door veranderende omstandigheden in de loop van de evolutie zijn aangepast
a)
analoge organen
b)
homologe organen
c)
rudimentaire organen
19.

In het plaatje hiernaast zie je steeds hetzelfde bot in verschillende diersoorten. Waar is dit een voorbeeld van?

a)

Rudimentaire structuren

b)

Embryologie

c)

Homologe structuren

d)

Fossiele structuren

20.

Drie groepen roofdieren zijn: de hondachtigen, de wasbeerachtigen en de zeehonden. Aan welke van deze groepen zijn de beren het meest verwant volgens de informatie?

a)

de hondachtigen

b)

de wasbeerachtigen

c)

de zeehonden

21.
a)

Haaien zijn eerder ontstaan dan beenvissen

b)

Beenvissen zijn meer verwant aan haaien dan aan amfibieën

c)

Amfibieën zijn een voorouder van zoogdieren

d)

Reptielen en vogels hebben een gemeenschappelijke voorouder

22.

Welke kleur is dominant?

a)

Wit

b)

Zwart

23.

Welk argument van evolutie kan je hier aanhalen?

a)

Vergelijkende embryologie

b)

Vergelijkende anatomie

c)

Paleontologie

d)

Voorkomen van rudimentaire organen

24.

Welk argument van evolutie kan je hier aanhalen?

a)

Vergelijkende embryologie

b)

Vergelijkende anatomie

c)

Paleontologie

d)

Voorkomen van rudimentaire organen

25.

Waarom zijn fossielen een belangrijk argument voor de evolutietheorie?

a)

Door fossielen kunnen we aantonen dat door de loop van de tijd soorten zijn ontstaan, verdwenen en veranderd.

b)

Door fossielen weten we de afstamming van alle soorten

c)

Uit fossielen kan DNA worden gehaald. Dit DNA geeft aan dat door de loop van de tijd soorten zijn ontstaan, verdwenen en veranderd.

d)

Fossielen geven te weinig informatie over de evolutie van soorten en het is een te zwak argument voor de evolutietheorie.

26.

Uit welk tijdperk zal je geen fossielen vinden van landdieren?

a)

cenozoïcum

b)

mesozoïcum

c)

precambrium

d)

paleozoïcum

27.
Wat is een soort?
a)
Wanneer individuen van een groep organismen onderling vruchtbare nakomelingen kunnen krijgen
b)
Wanneer 2 individuen gelijke morfologische kenmerken hebben
c)
Een groep dieren of planten die onderling nakomelingen kunnen krijgen.
d)
Een groep dieren en planten die 
28.

Hoe noemen we dit proces?

a)

natuurlijke selectie

b)

overleving

c)

de struggle van het leven

d)

Biologische differentiatie

29.

Bij natuurlijke selectie overleven degene die het beste zijn aangepast aan:

a)

de natuur

b)

de omgeving/ het milieu

c)

het weer

d)

de andere dieren

30.

Door natuurlijke selectie blijven de best aangepaste dieren in leven.

a)

Juist

b)

Onjuist