WorksheetsPresens
Total questions: 10
Worksheet time: 8mins
Name
Class
Date
1.
Hij...............
a)
loop
b)
loopt
c)
lopen
2.
Ik.............
a)
eten
b)
eet
c)
eete
3.
Zij (a) met de fiets naar school.(komen)
4.
Wij..................spaghetti
a)
kook
b)
kookt
c)
koken
5.
...............jij in Schaarbeek?
a)
Woon
b)
Woont
c)
Wonen
6.
Jij...............Frans, Nederlands en een beetje Spaans.
a)
spreek
b)
spreekt
c)
spreken
7.
Jullie (a) 5 kinderen.(hebben)
8.
Zij............. met Sam getrouwd.
a)
heeft
b)
bent
c)
is
9.
Ik (a) een vrouw.(zijn)
10.
Nederlands is.............
a)
leuk
b)
gemakkelijk
c)
moeilijk
d)
stom
100 %
