wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Eindopdrachten; wat weet jij nog?

Total questions: 22

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Marjonel: Bij welke methode ga ik een coöperatief woordenschatspel maken?

a)

Taalcompleet

b)

Praat je mee?

c)

Diglin+

d)

Link

2.

Theo: Waar draait het om bij de lessenserie over interviews met winkeliers?

a)

Taalcontact met Nederlanders

b)

Vraagzinnen maken

c)

Tekst schrijven over winkels en de eigenaar

3.

Waar of niet waar?

Jacqueline: Bij taalgericht vakonderwijs moet d.m.v een gestructureerde overgang van CAT naar DAT gewerkt worden.

a)

Waar

b)

Niet waar

4.

Particia Arts: Het Keezenspel is een combinatie van:

a)

Mens-erger-je-niet + kennisopdrachten

b)

Mens-erger-je-niet + pesten

c)

Kennisopdrachten + speelbord + speelkaarten

5.

Hester: Wat betekent het begrip 'rich points'?

a)

Verrassende ervaringen die afwijken van het normale verwachtingspatroon.

b)

Culturele dimensies niet als vaste eigenschappen van groepen beschouwen.

c)

Kennis hebben van algemene principes van communicatie.

d)

Handelen op basis van je achtergrondkennis .

6.

Justa: Welke opdracht is geen D-opdracht in het ABCD-model van Neuner?

a)

Het rollenspel

b)

Een foto maken van jouw reis naar school (door de cursisten)

c)

De binnen- en buitencirkel

d)

Een gesprekje voeren met een medewerker van de school (door de cursisten)

7.

Fieke: Uit hoeveel onderdelen bestaat de checklist voor schrijfopdrachten?

a)

4

b)

5

c)

6

d)

7

8.

Marijke: Het overbrengen van je boodschap in de vorm een pitch of liever gezegd een "elevator pitch" is over komen waaien uit Amerika. Daar is berekend hoeveel tijd je hebt om in een lift anderen aan te spreken.


Is dat ......?

a)

1 minuut

b)

2 minuten

c)

5 minuten

9.

Waar of niet waar?

Christien: Zoals de foto illustreert, pleit ik er in mijn eindproduct voor om zoveel mogelijk uitleg te geven via WhatsApp.

a)

Waar

b)

Niet waar

10.

Erica: Hoe heet de methode van Marieke Goedegebure?

'Verstaanbaar Nederlands in ..........'?

a)

3 modules

b)

5 fasen

c)

7 stappen

d)

10 lessen

11.

Patricia de Jong: Welke opdracht is niet geschikt bij het oefenen van prosodie?

a)

Herhaal de vraagzin

b)

Wijs de klank aan

c)

Onderstreep de klemtoon

d)

Neurie de zin mee

12.

Alexandra: Waar staat de term 'TPRS' voor?

a)

Teaching Perfection through Repetition and Storytelling

b)

Teaching Proficiency through Repetition and Storytelling

c)

Teaching Perfection through Reading and Storytelling

d)

Teaching Proficiency through Reading and Storytelling

13.

Yvonne: Waaruit bestaan de flitskaartjes bij mijn inspiratiegids?

a)

Keukenmaterialen

b)

Producten

c)

Keukenwerkwoorden

d)

Alle bovengenoemde opties

14.

Mariska: Wat is geen onderdeel van de lessenreeks?

a)

Vergelijken

b)

Een huis kopen

c)

Instructies begrijpen

d)

Het donorregister

15.

Aimee: Wat is de doelgroep van mijn eindopdracht Digitale Vaardigheden (DiVa)?

a)

Iedereen

b)

HU-cursisten

c)

Alfa-cursisten

d)

NT2-cursisten

16.

Waar of niet waar?

Malica: Het toepassen van activerende werk- en spelvormen heeft een positieve invloed op de les omdat het motiverende didactiek bevat.

a)

Waar

b)

Niet waar

17.

Jaimy: Hoe heet mijn laatste buitenschoolse opdracht?

a)

Klaar? Fietsen maar!

b)

Klaar? Bakken maar!

c)

Klaar? Praten maar!

d)

Klaar? Schrijven maar!

18.

Ronald: Welke bewering is niet waar?

a)

Ketija was een mondige observator.

b)

De simulatie was ook een onderzoek, omdat onderzocht is welk effect de simulatie en het jezelf terugzien op beeld heeft op de cursisten.

c)

De simulatie is gemaakt voor vier rollen: sollicitant, selecteur, observator, cursist-observator.

19.

Heleen: Wat is nieuwstool?

a)

Een tool waarmee je je eigen radioprogramma kunt maken.

b)

Een tool waarmee je je eigen krant kunt maken.

c)

Een tool waarmee je je eigen vlog kunt maken.

20.

Tamara: Wat wordt bedoeld met prosodie?

a)

ritme, accent en intonatie

b)

uitspraak van klanken

c)

gedichten, rijmpjes en versjes

21.

Daan: Voor welke taalvaardigheid zal bij het spel de meeste sturing nodig zijn?

a)

spreken

b)

luisteren

c)

schrijven

d)

lezen

22.

Audrey: Welke van de onderstaande schoolse vaardigheden worden van de leerlingen verwacht?

a)

eigen spullen meenemen

b)

op tijd zijn

c)

samenwerken met klasgenoten

d)

alle bovenstaande antwoorden zijn juist