wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Werkwoordspelling week 6

Total questions: 25

Worksheet time: 25mins

Name
Class
Date
1.

De trouwstoet (begeven t.t.) zich naar het stadhuis

(a)  

2.

Nu (ervaren t.t.) hij wie zijn vrienden zijn.

(a)  

3.

Gisteren (ontbijten v.t.) ik al om zes uur.

(a)  

4.

Hebben jullie je tuintje al (wieden)?

(a)  

5.

Waarom (verachten v.t. ) jij die arme bedelaar?

(a)  

6.

Moeder (braden v.t.) een lekker stukje vlees.

(a)  

7.

De vijand (heroveren t.t.) de platgebrande stad.

(a)  

8.

Ik (zitten v.t.) al een uur op je te wachten.

(a)  

9.

Wat heeft jullie dorp zich de laatste jaren (uitbreiden).

(a)  

10.

De burgemeester (onthullen t.t.) het standbeeld.

(a)  

11.

Is het eten nu al weer (aanbranden)?

(a)  

12.

Met veel lawaai (storten v.t.) de steiger in.

(a)  

13.

Tante (trakteren t.t.) de jongens op limonade met een koekje.

(a)  

14.

De jongens (verdedigen v.t.) dapper hun fort.

(a)  

15.

De agent (gebieden v.t.) hem te stoppen.

(a)  

16.

(Genieten v.t.) opa van het concert?

(a)  

17.

Een vaatwasser (veraangenamen t.t.) het leven van een gezin.

(a)  

18.

De zieke (genezen t.t.) slechts langzaam.

(a)  

19.

Oom Karel (pachten v.t.) tien are grasland.

(a)  

20.

Clara heeft moeder (verrassen) met een mooi boeket bloemen.

(a)  

21.

Jij (poten v.t.) de aardappelen te dicht bij elkaar.

(a)  

22.

Gelukkig (herbouwen t.t.) men het afgebrande stadhuis weer.

(a)  

23.

De ridder heeft door veel landen (ronddolen).

(a)  

24.

De directeur (bekennen t.t.) dat hij zich heeft vergist.

(a)  

25.

(Denken v.t.) je nu heus dat ik die verhalen geloof?

(a)