wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H4 Romeinen

Total questions: 14

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Rome had in de loop van de geschiedenis verschillende bestuursvormen. Kies het juiste antwoord.

a)

Rome begon als een democratie onder Romulus, werd vervolgens een republiek (een aristocratie onder leiding van de senaat) en tenslotte een tirannie onder de keizers.

b)

Rome begon als een tirannie onder Romulus, werd vervolgens een republiek (een aristocratie onder leiding van de senaat) en tenslotte een monarchie onder de keizers.

c)

Rome begon als een monarchie onder Romulus, werd vervolgens een republiek (aristocratie onder leiding van de senaat) en tenslotte een tirannie onder de keizers.

d)

Rome begon als een monarchie onder Romulus, werd vervolgens een republiek (een democratie onder leiding van de senaat) en tenslotte een aristocratie onder de keizers.

2.

Gebruik het kaartje. Plaats de Romeinse veroveringen in de juist chronologische volgorde.

a)

1. Caesar verovert Gallië 2. Scipio verslaat Carthago 3. Mummius onderwerpt de Grieken 4. Trajanus verovert Dacia en Mesopotamië

b)

1. Mummius onderwerpt de Grieken 2. Scipio verslaat Carthago 3. Caesar verovert Gallië 4. Trajanus verovert Dacia en Mesopotamië

c)

1. Trajanus verovert Dacia en Mesopotamië2. Scipio verslaat Carthago 3. Mummius onderwerpt de Grieken 4. Caesar verovert Gallië

d)

1. Scipio verslaat Carthago 2. Mummius onderwerpt de Grieken 3. Caesar verovert Gallië . 4. Trajanus verovert Dacia en Mesopotamië

3.

Welke stellingen zijn juist. (meerder antwoorden).

a)

De provincies binnen het Romeinse Rijk worden bestuurd door een gouverneur

b)

De provincies binnen het Romeinse Rijk worden bestuurd door een consul

c)

Het Romeinse Rijk, wordt Mare Nostrum genoemd

d)

Het Romeinse Rijk wordt ook wel Imperium Romanum genoemd.

4.

Na het aantreden van Augustus treedt er een periode van rust op binnen het Romeinse rijk. Dit wordt (a)   genoemd.

5.

Met brood en spelen bedoelen we de gratis graanuitdelingen door de autoriteiten aan Romeinse burgers en gladiatorenspelen om het volk rustig te houden.

a)

Juist

b)

Onjuist

6.

Arme Romeinen die niets bezaten dan hun kinderen werden ... genoemd

(a)  

7.

Gewone romeinse burgers lieten op hun enorme latifundia (grote landbouwbedrijven) honderden slaven werken

a)

Juist

b)

Onjuist

8.

Welke stellingen zijn juist (meerder antwoorden).

a)

In het Romeinse burgerrecht was elke Romeinse burger gelijk voor de wet, of je nu arm of rijk was.

b)

Romeinen accepteerden geen andere bevolkingsgroepen binnen de multiculturele samenleving van het Romeinse Rijk.

c)

Romeinen waren tolerant tegen andere godsdiensten als verering van de Egyptische Isis of de Perzische Mithras

d)

Romanisering zorgde ervoor dat volkeren als de Kelten en Germanen de Griekse-Romeinse cultuur overnamen.

9.

De christenen weigerden de Romeinse staatsgoden en de keizer te eren en werden daarom door de Romeinen gewantrouwd

a)

Onjuist

b)

Juist

10.

Wat is de juiste chronologische volgorde:

A. Keizer Constantijn geeft de christenen godsdienstvrijheid

B. Keizer Theodosius maakt het christendom tot staatsgodsdienst

C. Keizer Nero laat christenen martelen en doden als zondebok voor de grote brand in Rome

D. De apostel Petrus verspreid het christendom in Rome.

a)

A,B,C,D

b)

B,C,D,A

c)

D,C,B,A

d)

D,C,A,B

11.

De noordelijke grens van het Romeinse rijk langs de Rijn wordt de ... genoemd

(a)  

12.

De Germaanse Bataven in de gebieden van huidige Nederland sloten een bondgenootschap met de Romeinen. In ruil voor belastingen hoefden zij geen soldaten te leveren.

a)

Juist

b)

Onjuist

13.

Wat is geen oorzaak voor de ondergang van het West-Romeinse Rijk

a)

Bevolkingsafname door epidemieën

b)

Invallen van Germaanse stammen

c)

Verzwakking van de Romeinen door grote luxe.

d)

Economische neergang door groeiende onveiligheid.

14.

"De Ondergang van het Romeinse rijk" vormt het einde van de oudheid. Dit vond plaats in ..

a)

In 410 n.Chr. met de plundering van Rome door Germaanse Alarik

b)

In 476 n.Chr. met de afzetting van West-Romeinse keizer Romulus Augustulus door de Germaanse koning Odoaker

c)

In 395 n.Chr door de splitsing in het West- en Oost-Romeinse Rijk

d)

In 453 n.Chr. met de val van het Oost-Romeinse Rijk