wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

1TL Waarneming, gedrag en regeling

Total questions: 19

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.

Als zintuigcellen prikkels opvangen, ontstaan in de zintuigcellen elektrische signalen. Deze signalen noemen we:

a)

een impuls

b)

een prikkel

c)

een waarneming

2.

Een zintuig is een orgaan dat reageert op een bepaalde invloed uit de omgeving. Dit noemen we:

a)

een impuls

b)

een prikkel

c)

een waarneming

3.

Wat is geen onderdeel van het zenuwstelsel?

a)

hersenen

b)

zenuwen

c)

ruggenmerg

d)

wervelkolom

4.

Uit welke twee lagen bestaat de opperhuid?

a)

onderhuidse bindweefsel

b)

lederhuid

c)

kiemlaag

d)

hoornlaag

5.

Je wordt wakker: je gaat van je donkere slaapkamer naar de lichte badkamer om je tanden te poetsen. Wat gebeurt er met je pupil?

a)

Hij wordt groter.

b)

Hij wordt kleiner.

c)

Er gebeurt niks.

6.

Wanneer je in de verte iets scherp wilt zien, wordt je ooglens plat. Wanneer je van dichtbij iets scherp wilt zien, wordt je ooglens bol.

Hoe noemen we het boller en platter worden van de lens?

(a)  

7.

Welk nummer geeft het onderdeel aan wat een geleiachtige massa is?

a)

5.

b)

9

c)

13

8.

Hoe heet het netvlies recht tegenover de pupil?

a)

Harde oogvlies

b)

Vaatvlies

c)

Gele vlek

d)

Blinde vlek

9.

Wat is waar over de blinde vlek?

a)

De blinde vlek is de plek waar de oogzenuw het oog verlaat.

b)

De blinde vlek is de plek waar de meeste zintuigcellen liggen.

c)

De blinde vlek is de plek waar geen zintuigcellen liggen.

d)

De blinde vlek is het onderdeel waar impulsen naar de hersenen gaan.

10.

Wat is de naam van onderdeel 7?

(a)  

11.

Wat is de naam van onderdeel 9?

a)

Evenwichtszintuig

b)

Slakkenhuis

c)

Trommelholte

d)

Gehoorzenuw

12.

Welk zintuig bevindt zich boven in de neusholte?

(a)  

13.

Hoe heet het onderdeel dat de trommelholte met de keelholte verbindt (nummer 12)?

(a)  

14.

Iemand die bijziend is, kan van dichtbij scherp zien.

a)

Juist

b)

Onjuist

15.

Wat is geen handeling?

a)

De hond vertoont teritoriumgedrag.

b)

De paradijsvogel vertoont baltsgedrag.

c)

De hond plast tegen de boom.

d)

De paradijsvogel doet zijn vleugels omhoog.

16.

Wat is een voorbeeld van een gedragsketen?

a)

De tijger vertoont jachtgedrag.

b)

De tijger sluipt.

c)

De paradijsvogel vertoont baltsgedrag.

d)

De paradijsvogel zet zijn staartveren omhoog.

17.

Wat zijn de voordelen van het leven in een groep?

a)

Je kunt elkaar beschermen.

b)

Het beschikbare voedsel moet gedeeld worden.

c)

Groepsgenoten kunnen elkaar bedriegen.

d)

Je kunt in een groep samen jagen en verjagen.

18.

Wat zijn de nadelen van leven in een groep?

a)

De groep biedt bescherming.

b)

De dieren in een groep kunnen samen jagen en verjagen.

c)

Het beschikbare voedsel moet gedeeld worden.

d)

Er is een grotere kans op het oplopen van een besmettelijke ziekte of parasieten.

19.

Wat is een goede omschrijving van de handeling die staat beschreven?

a)

Eten: de kat maakt een kauwende beweging met voedsel in de bek.

b)

Zwemmen: de vis zwemt door zijn vinnen heen en weer te bewegen.

c)

Rennen: het paard rent snel.

d)

Lopen: de hond verplaatst zich door zijn poten de verzetten.