wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Taal week 8 Woordenschat

Total questions: 20

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Ander woord voor:

vrijgeven

a)

de reis met ene speciale opdracht of taak

b)

een nieuwe plek onderzoeken

c)

goedkeuren om te gebruiken

d)

tot het einde volgen, gaan

2.

Ander woord voor:

dergelijke

a)

van die soort, zulke

b)

enorm, gigantisch

c)

ook

d)

gemaakt door of in

3.

Ander woord voor:

van makelij

a)

van die soort, zulke

b)

enorm, gigantisch

c)

de eerste keer dat iets gebeurt of bekendgemaakt wordt

d)

gemaakt door of in

4.

Ander woord voor:

eveneens

a)

van die soort, zulke

b)

enorm, gigantisch

c)

ook

d)

de laag lucht om een planeet heen

5.

ander woord voor:

de primeur

a)

gemaakt door of in

b)

de reis met een speciale opdracht of taak

c)

tot het einde volgen, gaan

d)

de eerste keer dat iets gebeurt of bekendgemaakt wordt

6.

ander woord voor:

de missie

a)

gemaakt door of in

b)

de eerste keer dat iets gebeurt of bekendgemaakt wordt

c)

de reis met een speciale opdracht of taak

d)

een nieuwe plek onderzoeken

7.

ander woord voor:

de atmosfeer

a)

de reis met een speciale opdracht of taak

b)

de laag lucht om een planeet heen

c)

enorm, gigantisch

d)

tot het einde volgen, gaan

8.

ander woord voor:

verkennen

a)

goedkeuren om te gebruiken

b)

de eerste keer dat iets gebeurt of bekendgemaakt wordt

c)

tot het einde gaan, volgen

d)

een nieuwe plek onderzoeken

9.

ander woord voor:

immens

a)

ook

b)

van die soort, zulke

c)

enorm, gigantische

d)

de reis met een speciale opdracht of taak

10.

ander woord voor:

afleggen

a)

tot het einde volgen, gaan

b)

gemaakt door of in

c)

de reis met een speciale opdracht of taak

d)

een nieuwe plek onderzoeken

11.

Kies de goede antwoorden.

Wat een immens gebouw is dat! Je kunt het al van veraf zien.

Welke woorden betekenen hetzelfde als immens?

Er zijn twee antwoorden mogelijk.

a)

gigantisch

b)

prachtig

c)

enorm

d)

vergaand

12.

Kies de goede antwoorden. Er zijn twee antwoorden goed.

In welke zinnen is afleggen juist gebruikt?

a)

Ik moet nog een lange weg afleggen voordat ik de top van de berg bereik.

b)

Sanne is klaar met het schrijven van haar boek en legt hem in september af.

c)

Scholieren moeten soms lange afstanden afleggen om op school te komen.

d)

Jeroen moet vandaag 8 uur werk afleggen, maar om 17 uur is hij klaar.

13.

Kies het goede antwoord.

Op het bord bij de schaatsbaan staat dat om 10.00 uur de wedstrijdbaan wordt vrijgegeven.

Wat betekent dit?

a)

De wedstrijdbaan wordt om 10.00 uur gesloten.

b)

Er mag na 10.00 uur niemand op de wedstrijdbaan.

c)

Je mag gratis op de wedstrijdbaan schaatsen.

d)

De wedstrijdbaan mag vanaf 10.00 uur worden gebruikt.

14.

Kies het goede antwoord.

Mijn opa vertelt graag flauwe moppen, maar mijn oma houdt niet van dergelijke moppen.

Wat kun je ook zeggen?

a)

Mijn oma houdt niet van dat soort moppen.

b)

Mijn oma vertelt graag moppen.

c)

Mijn oma houdt niet van moppen.

d)

Mijn oma houdt niet van zulke moppen.

15.

Kies het goede antwoord.

Deze woorden betekenen bijna hetzelfde.

Welk woord hoort er niet bij?

a)

tevens

b)

verder

c)

eveneens

d)

ook

e)

evenzo

16.

Welk woord past het beste op de open plek in de zin?

Meerdere mensen gingen mee met deze bemande … naar de maan.

a)

primeur

b)

missie

c)

veerboot

d)

atmosfeer

17.

Welk woord past op de open plek in de zin?

Als het vriest in Nederland willen veel ijsclubs als eerste een marathon op ijs organiseren. Ze strijden dan om wie … krijgt.

a)

dergelijke

b)

de verkenning

c)

de missie

d)

de primeur

18.

Maak de zin af. Er zijn twee antwoorden goed.

Het is logisch dat een nieuwe pup moet wennen aan zijn nieuwe thuis. Geef je hond de tijd om bij je thuis te wennen. Laat hem in alle rust zijn nieuwe omgeving …

a)

vrijgeven

b)

afleggen

c)

onderzoeken

d)

verkennen

19.

Kies het goede antwoord.

Wat zit er in de atmosfeer?

a)

boter

b)

lava

c)

lucht

d)

aarde

20.

Kies het goede antwoord.

Van het werkwoord verkennen maak je het zelfstandig naamwoord de verkenning. Welke van de volgende voorbeelden is geen juiste combinatie?

a)

toekennen - de toekenning

b)

bekeuren - de bekeuring

c)

verwennen - de verwenning

d)

beheersen - de beheersing