wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Paragraaf 4.3

Total questions: 10

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

Welk begrip hoort bij de omschrijving:

plotselinge en gewelddadige overname van de staatsmacht

a)

constitutionele monarchie

b)

terreur

c)

tribunaal

d)

staatsgreep

2.

Welke begrip hoort bij de omschrijving:

regering die de bevolking onderdrukt door angst te zaaien

a)

terreur

b)

schrikbewind

c)

tribunaal

d)

algemeen mannenkiesrecht

3.

Welke omschrijving hoort bij het begrip:

constitutionele monarchie

a)

koninkrijk waarin het volk alle macht heeft.

b)

koninkrijk waarin de koning alle macht heeft.

c)

koninkrijk waarin de koning is gebonden aan een grondwet.

d)

koninkrijk waarin het volk is gebonden aan een grondwet.

4.

Welke omschrijving hoort bij het begrip:

radicaal

a)

voor beperkte veranderingen

b)

voor grondige veranderingen

c)

tegen snelle veranderingen

d)

voor langzame veranderingen

5.

Wat is geen oorzaak voor de Franse Revolutie?

a)

feodale rechten

b)

verlichting

c)

kosten hofhouding

d)

invoering van het algemeen mannenkiesrecht

6.

Welke groep in de Franse samenleving heeft is tegen feodale rechten?

a)

de boeren

b)

de adel

c)

de geestelijkheid

d)

rijke burgers

7.

Bekijk de afbeelding. Welke belangrijke gebeurtenis uit de Franse Revolutie zie je hier?

a)

De eed op de kaatsbaan

b)

De onthoofding van koning Lodewijk XVI

c)

De verovering van het paleis van de koning in Versailles

d)

De val van de Bastille

8.

Zet het juiste begrip bij het jaartal: 1793

a)

Schrikbewind

b)

Verklaring van de rechten van de mens en de burger

c)

Staatsgreep

d)

Algemeen mannenkiesrecht

9.

Waarom zijn de rijke burgers tegen de invoering van het algemeen mannenkiesrecht?

a)

Zij wilden dat de koning alle macht kreeg.

b)

Zij wilden dat het bezit werd beschermd.

c)

Zij wilden dat de koning werd onthoofd.

d)

Zij wilden dat het bezit werd verdeeld.

10.

Waarom leidde de radicale houding van Robespierre tot een terreur?

a)

Robespierre wilde beperkte veranderingen, waardoor zijn tegenstanders terreur gebruikten.

b)

Robespierre wilde grondige veranderingen, waardoor zijn tegenstanders terreur gebruikten.

c)

Robespierre wilde beperkte veranderingen, waadoor hij tegen zijn tegenstanders terreur gebruikte.

d)

Robespierre wilde grondige veranderingen, waardoor hij tegen zijn tegenstanders terreur gebruikte?