wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Thema 5 waarnemen, gedrag en regeling

Total questions: 34

Worksheet time: 49mins

Name
Class
Date
1.
In je oog gaat het licht achtereenvolgens door:
a)
Pupil - hoornvlies - lens - glasachtig lichaam - netvlies
b)
Hoornvlies - lens - pupil - glasachtig lichaam - netvlies
c)
Hoornvlies - pupil - lens - glasachtig lichaam - netvlies
d)
Hoornvlies - pupil - lens - netvlies - glasachtig lichaam
2.
De pupil wordt kleiner door het samentrekken van spieren in de iris. In de iris bevinden zich kringspieren en lengtespieren.
Door het samentrekken van welke spieren wordt de pupil kleiner?
a)
alleen door het samentrekken van kringspieren
b)
alleen door het samentrekken van lengtespieren
c)
door het samentrekken van kringspieren en door het samentrekken
van lengtespieren
3.
Er wordt met een camera een foto gemaakt van een iris. Door het felle flitslicht trekken de kringspieren in de iris zich samen.
Verandert dan de grootte van de pupil?
a)
Nee
b)
Ja, de pupil wordt groter.
c)
Ja, de pupil wordt kleiner.
4.
Taaislijmziekte is een ziekte waarbij slijm dat in het lichaam wordt gemaakt, abnormaal dik en taai is. Dit veroorzaakt problemen in verschillende orgaanstelsels.
Bij veel mensen met taaislijmziekte werkt de alvleesklier niet goed. Dit kan een vorm van suikerziekte tot gevolg hebben. De alvleesklier maakt dan niet voldoende hormonen voor het regelen van het glucosegehalte van het bloed.
Hoe heten deze hormonen?
a)
adrenaline en glucagon
b)
adrenaline en insuline
c)
glucagon en insuline
5.
De suikers die bij de afbraak van zetmeel ontstaan, worden vanuit de dunne darm door het bloed naar de lever gevoerd.
In de lever worden deze suikers omgezet in glycogeen en daarna opgeslagen.
Waar in het lichaam wordt nog meer veel glycogeen opgeslagen?
a)
in de botten
b)
in de spieren
c)
onder de huid
6.
Bij oudere mensen vermindert soms het gezichtsvermogen doordat de gele vlek wordt aangetast.

In welk gebied bevindt zich de genoemde aantasting? (afbeelding)
a)
gebied 1
b)
gebied 2
c)
gebied 3
7.
Twee delen van het oog zijn het hoornvlies en het glasachtig lichaam. Welke delen zijn doorzichtig?
a)
Geen van beide
b)
Hoornvlies
c)
Glasachtig lichaam
d)
Zowel het hoornvlies als het glasachtig lichaam
8.

Welke zintuigen zitten in de huid?

a)

Tast, druk, warmte, koude en pijn

b)

Tast, druk, warmte, koude en gehoor

c)

Warmte, koude, zicht en pijn

d)

Smaak en reuk

9.

Uit welke delen bestaat het centrale zenuwstelsel?

a)

Alle zenuwcellen van het lichaam

b)

De hersenen en het ruggenmerg

c)

Alle zintuigen van het lichaam

d)

Alle zenuwcellen en spieren van het lichaam

10.

Wat is de functie van talgklieren?

a)

Zweet produceren om het lichaam af te koelen

b)

Talg produceren om haren en hoornlaag soepel te houden

c)

Talg produceren om bacteriën op de huid te doden

d)

Prikkels opvangen

11.

Welke lagen heeft de huid, van buiten naar binnen

a)

Opperhuid - lederhuid - onderhuids bindweefsel

b)

Opperhuid - onderhuids bindweefsel - lederhuid

c)

Lederhuid - onderhuids bindweefsel - opperhuid

d)

Onderhuids bindweefsel - lederhuid - opperhuid

12.

Op welke prikkel reageren tastknopjes in de huid?

a)

Zachte aanraking

b)

Harde aanraking

c)

Warmte en koude

d)

Pijn

13.

Waar liggen de zintuigcellen van het reukzintuig?

a)

Voor in de neus, bij de neusvleugels

b)

Bovenin de neusholte

c)

Tegen het gehemelte in je mond

d)

Achterin de keelholte

14.

Wat is de functie van het neusslijmvlies?

a)

Stof en ziekteverwekkers tegenhouden

b)

Geurstoffen opvangen

c)

Neusharen soepel maken

d)

Impulsen maken

15.

Hoeveel smaken kan een mens proeven met de tong?

a)

5

b)

4

c)

6

d)

3

16.

Waar liggen de zintuigcellen van het gehoorzintuig?

a)

In de oorschelp

b)

Tegen het trommelvlies

c)

In de gehoorzenuw

d)

In het slakkenhuis

17.

Wat is de functie van de Buis van Eustachius?

a)

Zorgen dat de druk rondom het trommelvlies gelijk blijft zodat het goed kan trillen

b)

Zorgen dat er geen bacteriën vanuit de keelholte naar de trommelholte kunnen

c)

Trillingen doorgeven van de oorschelp naar het trommelvlies

d)

Impulsen vanuit het oor doorgeven aan de hersenen

18.

Waar in het oog liggen de zintuigcellen?

a)

Op het harde oogvlies

b)

Op het vaatvlies

c)

Op het netvlies

d)

Op de iris

19.

Als zintuigcellen prikkels opvangen, ontstaan in de zintuigcellen elektrische signalen. Deze signalen noemen we:

a)

een impuls

b)

een prikkel

c)

een waarneming

20.

Een zintuig is een orgaan dat reageert op een bepaalde invloed uit de omgeving. Dit noemen we:

a)

een impuls

b)

een prikkel

c)

een signaal

d)

een waarneming

21.

Wat is geen onderdeel van het zenuwstelsel?

a)

hersenen

b)

zenuwen

c)

ruggenmerg

d)

wervelkolom

22.

Wat is de naam van onderdeel 9?

a)

Evenwichtszintuig

b)

Slakkenhuis

c)

Trommelholte

d)

Gehoorzenuw

23.

Iemand die bijziend is, kan van dichtbij scherp zien.

a)

Juist

b)

Onjuist

24.
Wat is de functie van oorsmeer?
a)
Vochtig houden van het trommelvlies
b)
Soepel houden van het trommelvlies
c)
Zorgt ervoor dat het trommelvlies niet kan bewegen
d)
Geeft het trommelvlies een gele kleur
25.
In deze laag van het oog liggen de meeste bloedvaten.
a)
Harde oogvlies
b)
Vaatvlies
c)
Netvlies
26.

Het hartritme wordt ook beïnvloed door de hoeveelheid adrenaline in het bloed.

Als je bijvoorbeeld schrikt, wordt er meer adrenaline aan het bloed afgegeven. Hierdoor gaat het hart sneller kloppen.


Door welke klier of klieren wordt adrenaline gemaakt?

a)

door de bijnieren

b)

door de hypofyse

c)

door de schildklier

d)

door de alvleesklier

27.

Wat is het verschil tussen een bewuste reactie en een onbewuste reactie (reflex)?

a)

Bij een reflex voel je eerst de pijn en daarna maak je de beweging

b)

Bij een reflex maak je eerst de beweging en daarna voel je pas de pijn

28.
Waar zitten de schakelcellen?
a)
In het centraal zenuwstelsel
b)
Alleen in het ruggenmerg
c)
Alleen in de hersenen
d)
Overal in ons lichaam
29.
Welke weg leggen impulsen af bij een reflexboog?
a)
Gevoelszenuwcel->schakelcel->grote hersenen->schakelcel_.bewegingszenuwcel
b)
Gevoelszenuwcel->schakelcel->hersenstam ->schakelcel_.bewegingszenuwcel
c)
Gevoelszenuwcel->schakelcel->bewegingszenuwcel
30.
Hoe heet de klier die de stofwisseling / groei en ontwikkeling beïnvloed?
a)
Hypofyse
b)
Alvleesklier
c)
Eierstokken
d)
Schildklier
31.
Welk nummer is de zweetklier
a)
6
b)
1
c)
14
d)
5
32.

Hoe kun je dichtbij scherp zien?

a)

De lens moet boller worden.

b)

De lens moet holler worden.

33.

Geluiden zijn ...

a)

Snel reizende deeltjes

b)

Trillingen in de lucht

34.

Wat zijn twee functies van het zenuwstelsel?

a)

Het verwerken van informatie en temperatuur regelen

b)

Verwerkt impulsen afkomstig van zintuigen, regelt de werking van spieren en klieren

c)

Het regelen van de temperatuur en je hartslag

d)

Het regelen van je hartslag en je bloeddruk