wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

M4 Water

Total questions: 18

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.
De korte waterkringloop is...
a)
De kringloop van de zee naar de bomen
b)
De kringloop van de zee naar bron van de rivier
c)
De kringloop van de rivier naar de bomen
d)
De kringloop boven de zee
2.

Hoeveel procent van het waarde op aarde is zoet?

a)

2,5%

b)

12,5%

c)

17,5%

d)

20,5%

3.

Wat is nuttige neerslag?

a)

De hoeveelheid water die de mens kan gebruiken.

b)

Het verschil tussen neerslag en verdamping.

c)

Neerslag dat zoet water bevat.

d)

Irrigatiewater voor de landbouw.

4.

Wat is een aquifer?

a)

vernieuwbaar water

b)

ondoordringbare laag

c)

niet-vernieuwbaar water

d)

virtueel water

5.

Wat is geen oorzaak voor de toename van overstromingen?

a)

Minder infiltratie door ontbossing en verstening.

b)

Broeikaseffect: het warmer worden van het klimaat.

c)

Bodemdaling door het oppompen van grondwater.

d)

Beleid: ruimte voor de rivieren maken.

6.

Wat laat de afbeelding zien?

a)

Drainage

b)

Beregening

c)

Geulirrigatie

d)

Druppelirrigatie

7.

Wat is verzilting?

a)

Toename van het zoutgehalte in irrigatiewater.

b)

Toename van vegetatie op zoute bodems.

c)

Toename van het zoutgehalte in de bodem en het water.

d)

Toename van het zoutgehalte in neerslag.

8.

Een polder is een door dijken omgeven stuk land waarin de waterstand kunstmatig kan worden geregeld. Welke polder kan inklinken?

a)

Zeepolders

b)

Veenpolder

c)

Droogmakerijen

d)

Kleipolders

9.

Wat wordt er onder de pijl weergegeven?

a)

Binnendijks gebied

b)

Buitendijks gebied

10.

Welk woord hoort bij 8 (rechts in de wolk)

a)

verdamping

b)

condensatie

c)

infiltratie

d)

evaporatie

11.

Welk begrip hoort bij: De hoeveelheid water die een gebied binnenkomt en uitgaat.

a)

Waterkringloop

b)

Nuttige neerslag

c)

Fossiel water

d)

waterbalans

12.
Waterbeheer waarbij alleen de voorraad vernieuwbaar water wordt gebruikt.
a)
Waterbalans
b)
Vernieuwbaarwater
c)
Duurzaamwaterbeheer
d)
Grondwater
13.
Welk begrip hoort bij: Water in de grond dat stamt uit eerdere tijden.
a)
Aquifer
b)
Fossielwater
c)
Oppervlaktewater
d)
Grondwater
14.
IJsmassa’s vormen een onderdeel van de kringloop van het water.
a)
Juist 
b)
Onjuist
15.
De uiterwaarden horen bij het buitendijkse gebied.
a)
Juist
b)
Onjuist
16.

De aan- en afwezigheid van water is de grootste reden voor de ongelijke bevolkingsspreiding in het midden- oosten

a)

Juist

b)

Onjuist

17.

Beregening is..

a)

wateraanvoer via kanaaltjes of sloten

b)

wateraanvoer via geperforeerde buis vlak onder de grond

c)

wateraanvoer via een buizenstelsel met sproeiers

18.

Welke van de volgende begrippen is niet-vernieuwbaar water

a)

Neerslag

b)

Grondwater

c)

Fossiel water

d)

Oppervlakte water