wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Herhaling leerstof 2e trimester Campus 1

Total questions: 39

Worksheet time: 53mins

Name
Class
Date
1.

Hoeveel woorden in de volgende zin moeten een hoofdletter krijgen?


grootvader albert geeft zijn kleinkinderen de cadeaus voor kerstmis en pasen pas in augustus.

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

e)

5

2.

Welke woorden schrijven we in het Nederlands met een hoofdletter?

a)

de dagen van de week

b)

namen van personen

c)

windstreken

d)

de maanden van het jaar

e)

namen van plaatsen

3.

Welke zin/zinnen zijn correct?

a)

's Ochtends eet ik graag vier boterhammen.

b)

39 procent van de jongeren op onze school eet geen ontbijt.

c)

't Is erg ongezond om zonder ontbijt aan de dag te beginnen.

d)

Vier boterhammen lijkt me daarom wel voldoende als start!

4.
Welke zin is correct gespeld?
a)
De jongen is de zoon van walter bruggemans.
b)
de Jongen is de zoon van walter Bruggemans.
c)
De jongen is de zoon van Walter bruggemans.
d)
De jongen is de zoon van Walter Bruggemans.
5.
Welke zin is correct gespeld.
a)
Ik verkies belgische chocolade.
b)
Ik verkies Franse wijn.
c)
Ik ben gek van italiaanse snoepjes.
d)
Ik verkies amerikaanse koekjes.
6.
Welke zin is correct gespeld?
a)
Dit is chinees porselein.
b)
dit is chinees porselein.
c)
Dit is Chinees porselein.
d)
Dit is Chinees porselein
7.
Welke zin is correct.
a)

Hij eet graag belgische pralines.

b)

Hij lust geen franse kaas.

c)

Hij eet graag Chinese noedels.

d)

Zij houdt niet van amerikaanse koekjes.

8.
Wat is de juiste schrijfwijze?
a)
’S nachts naar de sterren kijken is heel leerrijk.
b)
's nachts naar de sterren kijken is heel leerrijk.
c)
's Nachts naar de sterren kijken is heel leerrijk.
d)
'S Nachts naar de sterren kijken is heel leerrijk.
9.
Wat is de juiste schrijfwijze?
a)
Ik luister op maandagochtend graag naar Studio Brussel.
b)
Ik luister op maandagochtend graag naar studio brussel.
c)
Ik luister op Maandagochtend graag naar Studio Brussel.
d)
Ik luister op Maandagochtend graag naar studio brussel.
10.

Wat is correct? Meerdere antwoorden zijn juist.

a)

Mijn verjaardag is op 2 mei.

b)

Mijn verjaardag is op 2 Mei.

c)

Mijn verjaardag is in de lente.

d)

Mijn verjaardag is in de Lente.

11.
Wat is de juiste schrijfwijze?
a)
in de vakantie gaan lien en ik skiën in de franse alpen.
b)
In de Vakantie gaan Lien en ik skiën in de Franse Alpen.
c)
In de vakantie gaan Lien en ik skiën in de Franse Alpen.
d)
In de vakantie gaan Lien en ik skiën in de franse alpen.
12.

Welke optie is juist geschreven?

a)

Het russisch

b)

De brabanders

c)

De middeleeuwen

d)

De spaanse burgeroorlog

13.

Welke opties zijn juist geschreven?

a)

De Renaissance

b)

Het Suikerfeest

c)

De Wintermaanden

d)

De Tachtigjarige Oorlog

14.

Verleden tijd


Gisteren (plukken) ............. ik de appels.

a)

plokte

b)

plukde

c)

pluktte

d)

plukte

15.

Verleden tijd


Toen (ontpitten) .......... ik ze vakkundig.

a)

ontpite

b)

ontpitte

c)

ontpitten

d)

ontpit

16.

Verleden tijd


Ten slotte (toevoegen) ......... we eieren .......

a)

voegte ... toe

b)

voegen ... toe

c)

voegde ... toe

d)

voegden ... toe

17.

Verleden tijd


Toen moeder riep, (haasten) ... we ons naar huis.

a)

haasten

b)

haastten

c)

haastte

d)

haaste

18.

Verleden tijd


Het verlegen kind (durven) ... niet binnen komen.

a)

durvde

b)

durfte

c)

durfden

d)

durfde

19.

Verleden tijd


Het meisje (beantwoorden) ... die vraag ontzetten snel.

a)

beantwoorden

b)

beantwoordden

c)

beantwoordde

d)

beantwoorde

20.

(missen)

Ik ........ mijn trein en kwam te laat

a)

mistte

b)

miste

c)

misde

d)

mis

21.

(haten)

De ouders van het meisje ..... de crimineel.

a)

haadde

b)

haatten

c)

haten

d)

haatte

22.

(missen)

........ jullie je ouders toen jullie op wereldreis waren?

a)

Misten

b)

Mistten

c)

miste

d)

misstten

23.

Verleden tijd

Het meisje (beantwoorden) ... die vraag ontzettend snel.

a)

beantwoorden

b)

beantwoordden

c)

beantwoordde

d)

beantwoorde

24.

(veroordelen)

De klasgenootjes ....... het vandalisme in de buurt.

a)

veroordeeld

b)

veroordelen

c)

veroordeelden

d)

veroordeeltte

25.

Duid de correcte zin aan. Let op de spelling van het werkwoord.

a)

Ik wendde niet aan mijn nieuwe school.

b)

De leraar sprak de lawaaimaker aan, maar hij wendde zijn blik af.

26.

Duid de correcte zin aan. Let op de spelling van het werkwoord.

a)

Het deeg giste gedurende enkele uurtjes.

b)

Tijdens de test giste ik maar wat, ik had niet gestudeerd.

27.

Duid de correcte zin aan. Let op de spelling van het werkwoord.

a)

Het meisje stortte haar hart uit bij haar beste vriendin.

b)

Het stortte van afval naast de weg is verboden.

28.

Gisteren ___ ik te laat bij het zwembad.

a)

arriveerde

b)

arriveerdde

29.

Ik ___ snel een excuus waarom ik te laat kwam.

a)

bedenkte

b)

bedenktte

c)

bedacht

30.

Ik ___ (aarden) echt niet in deze omgeving.

a)

aarde

b)

aardde

31.

Het meisje ......... (barsten) in tranen uit gisteren.

a)

barste

b)

barstte

c)

barstten

d)

barst

32.

Welk soort werkwoord staat onderlijnd?


De adviesgesprekken zijn allemaal geweest.

a)

Persoonsvorm

b)

Infinitief

c)

Bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord

d)

Voltooid deelwoord

33.

Welk soort werkwoord staat onderlijnd?


De adviesgesprekken zijn allemaal geweest.

a)

Persoonsvorm

b)

Infinitief

c)

Bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord

d)

Voltooid deelwoord

34.

Welk soort werkwoord staat onderlijnd?


Nu moeten jullie een leuke middelbare school kiezen.

a)

Persoonsvorm

b)

Infinitief

c)

Bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord

d)

Voltooid deelwoord

35.

Welk soort werkwoord staat onderlijnd?


Nu moeten jullie een leuke middelbare school kiezen.

a)

Persoonsvorm

b)

Infinitief

c)

Imperatief

d)

Voltooid deelwoord

36.

Welk soort werkwoord staat onderlijnd?


Bij de gekozen school moet je je aanmelden.

a)

Persoonsvorm

b)

Infinitief

c)

Imperatief

d)

Voltooid deelwoord

37.

Morgen zal ik aan mijn opdracht werken.

a)

PV

b)

INF (Infinitief)

c)

VD (Voltooid deelwoord)

38.

Morgen zal ik aan mijn opdracht werken.

a)

PV

b)

INF (Infinitief)

c)

VD (Voltooid deelwoord)

39.

Ik heb natuurlijk mijn les nagekeken.

a)

PV

b)

INF (Infinitief)

c)

VD (Voltooid deelwoord)