Font size
WorksheetsHerhaling leerstof 2e trimester Campus 1
Total questions: 39
Worksheet time: 53mins
Hoeveel woorden in de volgende zin moeten een hoofdletter krijgen?
grootvader albert geeft zijn kleinkinderen de cadeaus voor kerstmis en pasen pas in augustus.
1
2
3
4
5
Welke woorden schrijven we in het Nederlands met een hoofdletter?
de dagen van de week
namen van personen
windstreken
de maanden van het jaar
namen van plaatsen
Welke zin/zinnen zijn correct?
's Ochtends eet ik graag vier boterhammen.
39 procent van de jongeren op onze school eet geen ontbijt.
't Is erg ongezond om zonder ontbijt aan de dag te beginnen.
Vier boterhammen lijkt me daarom wel voldoende als start!
Hij eet graag belgische pralines.
Hij lust geen franse kaas.
Hij eet graag Chinese noedels.
Zij houdt niet van amerikaanse koekjes.
Wat is correct? Meerdere antwoorden zijn juist.
Mijn verjaardag is op 2 mei.
Mijn verjaardag is op 2 Mei.
Mijn verjaardag is in de lente.
Mijn verjaardag is in de Lente.
Welke optie is juist geschreven?
Het russisch
De brabanders
De middeleeuwen
De spaanse burgeroorlog
Welke opties zijn juist geschreven?
De Renaissance
Het Suikerfeest
De Wintermaanden
De Tachtigjarige Oorlog
Verleden tijd
Gisteren (plukken) ............. ik de appels.
plokte
plukde
pluktte
plukte
Verleden tijd
Toen (ontpitten) .......... ik ze vakkundig.
ontpite
ontpitte
ontpitten
ontpit
Verleden tijd
Ten slotte (toevoegen) ......... we eieren .......
voegte ... toe
voegen ... toe
voegde ... toe
voegden ... toe
Verleden tijd
Toen moeder riep, (haasten) ... we ons naar huis.
haasten
haastten
haastte
haaste
Verleden tijd
Het verlegen kind (durven) ... niet binnen komen.
durvde
durfte
durfden
durfde
Verleden tijd
Het meisje (beantwoorden) ... die vraag ontzetten snel.
beantwoorden
beantwoordden
beantwoordde
beantwoorde
(missen)
Ik ........ mijn trein en kwam te laat
mistte
miste
misde
mis
(haten)
De ouders van het meisje ..... de crimineel.
haadde
haatten
haten
haatte
(missen)
........ jullie je ouders toen jullie op wereldreis waren?
Misten
Mistten
miste
misstten
Verleden tijd
Het meisje (beantwoorden) ... die vraag ontzettend snel.
beantwoorden
beantwoordden
beantwoordde
beantwoorde
(veroordelen)
De klasgenootjes ....... het vandalisme in de buurt.
veroordeeld
veroordelen
veroordeelden
veroordeeltte
Duid de correcte zin aan. Let op de spelling van het werkwoord.
Ik wendde niet aan mijn nieuwe school.
De leraar sprak de lawaaimaker aan, maar hij wendde zijn blik af.
Duid de correcte zin aan. Let op de spelling van het werkwoord.
Het deeg giste gedurende enkele uurtjes.
Tijdens de test giste ik maar wat, ik had niet gestudeerd.
Duid de correcte zin aan. Let op de spelling van het werkwoord.
Het meisje stortte haar hart uit bij haar beste vriendin.
Het stortte van afval naast de weg is verboden.
Gisteren ___ ik te laat bij het zwembad.
arriveerde
arriveerdde
Ik ___ snel een excuus waarom ik te laat kwam.
bedenkte
bedenktte
bedacht
Ik ___ (aarden) echt niet in deze omgeving.
aarde
aardde
Het meisje ......... (barsten) in tranen uit gisteren.
barste
barstte
barstten
barst
Welk soort werkwoord staat onderlijnd?
De adviesgesprekken zijn allemaal geweest.
Persoonsvorm
Infinitief
Bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord
Voltooid deelwoord
Welk soort werkwoord staat onderlijnd?
De adviesgesprekken zijn allemaal geweest.
Persoonsvorm
Infinitief
Bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord
Voltooid deelwoord
Welk soort werkwoord staat onderlijnd?
Nu moeten jullie een leuke middelbare school kiezen.
Persoonsvorm
Infinitief
Bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord
Voltooid deelwoord
Welk soort werkwoord staat onderlijnd?
Nu moeten jullie een leuke middelbare school kiezen.
Persoonsvorm
Infinitief
Imperatief
Voltooid deelwoord
Welk soort werkwoord staat onderlijnd?
Bij de gekozen school moet je je aanmelden.
Persoonsvorm
Infinitief
Imperatief
Voltooid deelwoord
Morgen zal ik aan mijn opdracht werken.
PV
INF (Infinitief)
VD (Voltooid deelwoord)
Morgen zal ik aan mijn opdracht werken.
PV
INF (Infinitief)
VD (Voltooid deelwoord)
Ik heb natuurlijk mijn les nagekeken.
PV
INF (Infinitief)
VD (Voltooid deelwoord)
